Verdeeldheid is goed voor Kieskompas

Verkiezingen

Het maken van een online stemhulp vraagt steggelen met de partijen over standpunten. En normen en waarden laten zich lastig uitdrukken in stellingen.

Er moet strengere klimaatwetgeving komen, ook al gaat dit ten koste van economische groei. Vijf politieke partijen zijn het hiermee eens of helemaal eens. Oneens of helemaal oneens, zeggen er óók vijf. Ha, het team van Kieskompas is opgetogen: wat een prachtige verdeeldheid! Deze gaat zeker op het lijstje voor de laatste dertig stellingen.

Het Kieskompas-team, het zijn wetenschappers en studenten, loopt deze dinsdagochtend halverwege januari alle 160 stellingen langs die ze aan de partijen hebben gestuurd. In één groot Excelbestand hebben ze staan hoe alle partijen hun stellingen hebben beantwoord: zijn ze het erg met elkaar eens, of juist niet?

Als de partijen flink verdeeld ergens over zijn, vindt het team dat goed nieuws. Andere stellingen „werken helemaal niet”, concluderen ze. Deze bijvoorbeeld: Er moet een extra belasting komen op vlees. Twee partijen zijn het daar helemaal mee eens, GroenLinks en de Partij voor de Dieren. De rest staat op oneens of helemaal oneens. „Oké, die gaat eruit.”

Afgelopen week ging de Stemwijzer al in de lucht. Dit weekend komt daar de tweede grote stemhulp bij, het Kieskompas van politicoloog André Krouwel. Zijn kompas geeft geen direct stemadvies, maar laat de gebruiker zien hoe zijn opvattingen in het politieke landschap passen.

Nieuwe partijen vinden weinig

Tot en met vrijdagmiddag laat heeft Krouwel gesteggeld met een paar partijen over hun standpunten, vertelt hij. Kieskompas, zeggen de politieke partijen op hun beurt, is het meest nauwkeurig van alle kieshulpen.

André Krouwel wil precies weten waar een partij zijn standpunten op baseert. Hij vindt dat de kiezers dat ook moeten kunnen terugvinden, ergens op een website, in een nota, of in het stemgedrag in de Tweede Kamer. „Wij willen voorkomen dat partijen bij ons een electoraal populairder standpunt kunnen innemen dan ze in werkelijkheid hebben”, zegt hij. Vooral voor nieuwe partijen is het lastig dat ze nog lang niet overal iets van vínden. Zij hebben moeite om die standpunten met bronnen aan te leveren. Uit een overzichtje van Kieskompas blijkt dat Denk in eerste instantie bij 101 van de 160 stellingen geen bron heeft aangeleverd. VoorNederland lukte dat bij 94 van de stellingen niet, 50Plus leverde bij 53 stellingen geen verwijzing aan.

De oplossing hiervoor is een ideetje van Kieskompas. De partijen hebben alle stellingen uit de stemhulp op hun website gezet, met hun mening erbij. De ouderenpartij van Henk Krol heeft de standpunten een eigen hoekje van de site gegeven: Wat 50Plus nog meer vindt… En bij VNL en Denk staan ze bij de veelgestelde vragen: Wat vindt Denk van windmolens op zee? Is Denk voor verduurzaming van veevoer?

Stellingen zijn soms zo absoluut

Lastiger wordt het als het team van Kieskompas tot een andere conclusie komt dan de partij zelf. Dáár doen juist gevestigde partijen vaak moeilijker, vertelt Krouwel.

Neem deze stelling: kinderopvang moet voor iedereen gratis worden. Helemaal oneens, zegt het CDA, dat staat niet in ons verkiezingsprogramma. Eens, vonden ze bij het Kieskompas, want in het CDA-programma staat wel dat kinderen recht moeten krijgen om naar de voorschool te gaan, met „de mogelijkheid tot aanvullende opvang”. Uiteindelijk heeft het Kieskompas de stelling helemaal laten vallen: geen enkele partij vindt dat kinderopvang helemaal gratis moet worden. Niet spannend genoeg, dus.

Voor partijen zijn stellingen die twee losse dingen aan elkaar koppelen het lastigst, vertelt Pieter Paul Slikker. Hij heeft voor de PvdA alle kieshulpen ingevuld, „het waren er volgens mij een dikke veertig”. Want naast de Stemwijzer en het Kieskompas bestaan er nog tientallen kleinere stemwijzers, van de Fairkiezingswijzer over duurzaamheid tot gayvote.nl, over de belangen voor homo’s en lesbiennes.

Als voorbeeld – uit welke kieswijzer het kwam weet hij niet meer – geeft Slikker deze stelling: als je meer mensen met een vast contract wilt, moet het ontslagrecht versoepeld worden. „Wij willen méér vaste banen, maar niet door het ontslagrecht verder te veranderen. Wat kies je dan?” Oneens, heeft hij ingevuld. „We redeneren toe naar wat het dichtste bij ons standpunt komt.”

Soms zit ook retoriek in de weg. André Krouwel geeft als voorbeeld de stelling dat de studiefinanciering weer een gift moet worden, in plaats van een lening. De PVV is het hiermee eens, volgens zijn team, want op de website van de PVV staat dat dit kabinet „het laat afweten” als het om „verheffing” gaat. „Dat hebben we gezien met het afschaffen van de studiefinanciering en de vervanging daarvan door een leenstelsel.”

Tot verrassing van Kieskompas zegt de PVV dat ze het oneens zijn met de stelling. De PVV kiest ervoor, laten ze Krouwel weten, dat ze een paar hervormingen van het tweede kabinet-Rutte wil houden: de hypotheekrente-aftrek, de duur van de WW-uitkeringen en de nieuwe studiefinanciering. „Dus ze róépen dat het schandalig is, dat leenstelsel. Maar intussen draaien ze het niet terug.” Het maakt hem niet uit, zegt Krouwel, welk standpunt de PVV kiest. „Als het voor kiezers maar duidelijk is. Dat is dit niet.”

Vooral invloed op vrouwen

Welke invloed hebben kieswijzers in het stemhokje? Laten kiezers hun stem afhangen van zo’n online test? Dat wisselt. Het meedoen aan een online stemhulp vergroot licht de kans dat iemand gaat stemmen met ongeveer 3 procent.

Verder blijkt uit onderzoeken dat het advies van een stemhulp een relatief groot effect heeft op het stemgedrag van vrouwen, lageropgeleiden en jongeren. Zij stemmen relatief vaak op de partij die hun is aangeraden. In het algemeen zegt tussen de 10 en 15 procent van de Nederlandse gebruikers van kieswijzers dat het stemadvies invloed op hen heeft. En als je de mensen meerekent die zeggen dat ze zekerder van hun keuze worden door een stemhulp, ligt het percentage nog wat hoger.

In 2015 kwam uit een onderzoek waar ook André Krouwel aan meewerkte, dat mensen met weinig zelfvertrouwen over hun politieke kennis sterker het idee hadden dat de stemhulp invloed op hen had, dan mensen die veel kennis dachten te hebben. Maar uit het echte stemgedrag bleek juist dat mensen die dénken dat ze veel weten van politiek, vaker het stemadvies volgden dan degenen die onzeker over hun kennis waren.

Onderzoeker Jasper van de Pol schreef vorig jaar aan de Universiteit van Amsterdam zijn proefschrift over het effect van online stemhulpen. Hij deelt de gebruikers van kieswijzers op in drie categorieën.

Bij Tweede Kamerverkiezingen – want er zijn stemhulpen voor allerlei verkiezingen – is ongeveer 60 procent van de gebruikers een checker. Zij controleren alleen of het resultaat van de stemwijzer inderdaad bij hun partijvoorkeur past, ze willen bevestigd worden in hun mening. Dan zijn er de seekers, daar valt 30 procent van de gebruikers onder. Deze gebruikers hebben minder politieke kennis dan de checkers en twijfelen nog tussen een paar partijen. De laatste 10 procent bestaat uit doubters. Politiek kan hun het minste schelen en ze weten echt niet op welke partij ze gaan stemmen.

Kieswijzers meten geen stijl

Het moeilijke van kieshulpen, zegt Pieter Paul Slikker van de PvdA, is dat ze niet de kern van de campagne vatten. Natuurlijk kijken de teams van de kieswijzers naar actualiteit en relevantie. Alleen normen, waarden en identiteit, nu zo belangrijk, laten zich lastig in korte stellingen gieten. Slikker: „Gaan we samen verder in dit land, of scheppen we afstand tot elkaar? Zulke wezenlijke vragen vat je niet in een stelling.”

Dit verklaart ook voor een deel de verbazing of verontwaardiging als je bij het invullen bij een heel andere partijen uitkomt dan je vooraf had gedacht. De stijl van de lijsttrekker en het wereldbeeld dat de partij uitdraagt, maken voor je afweging uit, maar díe meet de kieswijzer niet. Daardoor was Gert-Jan Segers, lijsttrekker van de ChristenUnie, afgelopen week stomverbaasd dat Denk bij hem op plek twee uitkwam bij de Stemwijzer.

De makers van de stemhulpen zijn trouwens de eerste die dit manco toegeven: ze doen hun best, maar een compleet beeld levert zo’n test niet op. Er zit altijd íets van sturing in, al was het maar door rekenmethodes, de schaal van de antwoorden en de selectie van de stellingen. Zoals onderzoeker Jasper van de Pol schrijft: „Een neutrale kieswijzer bestaat niet.”

Al met al, zegt André Krouwel, is het gehakketak met de politieke partijen hem dit keer meegevallen. Hij had meer gedoe verwacht – in 2012 hebben hij en zijn team fikse telefonische ruzies gehad met de campagneleiders van de PvdA, het CDA en de VVD. Dit keer hadden de partijen ook nog eens veel meer stellingen om in te vullen dan in 2012. „De nieuwe partijen en het CDA hebben dit keer veel tijd en aandacht gekost, maar dat is zo’n beetje traditie.”