Hoe een superhandelaar ten val kwam

Fraude

Nidera, een internationaal handelsbedrijf in graan, zaden en olie uit Rotterdam, ontdekte een groot verlies op de afdeling biobrandstoffen. Eén handelaar werd verantwoordelijk gehouden voor de schade van 200 miljoen dollar. Maar was het wel een „geïsoleerde kwestie”?

Illustratie Roel Venderbosch

Zijn afdeling stapelde miljoenenwinst op miljoenenwinst. Toen hij als stagiair binnenkwam, zag iedereen direct een „handelaartje in de dop” en hij kreeg al snel de status van ‘high potential’. Tim Remie werd zelfs zó belangrijk voor het Rotterdamse handelshuis Nidera dat topman Ton van der Laan persoonlijk in actie kwam om hem te overtuigen te blijven, toen hij begin 2015 ontslag wilde nemen.

Aan zijn goede reputatie kwam abrupt een einde. In september 2015 stond Remie plotseling in The Wall Street Journal. Zonder dat iemand binnen Nidera het doorhad, zou hij een verlies van 200 miljoen dollar (187 miljoen euro) hebben veroorzaakt. Ineens had Nederland een eigen ‘rogue trader’, een malafide handelaar zoals Nick Leeson, die zijn werkgever Barings Bank ten val bracht. Of Jérôme Kerviel, die Sociéte Générale bijna 5 miljard euro kostte.

Het Openbaar Ministerie verdenkt Remie van „niet-ambtelijke corruptie en valsheid in geschrifte”. Het OM legde afgelopen zomer voor meer dan 1 miljoen euro beslag op zo’n beetje alles van waarde in zijn bezit: vastgoed, geld, aandelen en een auto.

Nidera, gevestigd aan de Maas, is niet bekend bij het brede publiek. Maar het handelsbedrijf is groot. De omzet ligt op het niveau van bedrijven als ING en Philips. Met de wereldwijde handel in granen, zaden en oliën haalde Nidera in 2015 ruim 17 miljard euro binnen.

Het plotselinge miljoenenverlies dat jaar deed Nidera af als een ongelukkig bedrijfsongeval. Een „geïsoleerde gebeurtenis”, zo meldt het jaarverslag. „Puur een eenmansactie”, zei Nidera’s woordvoerder. Uit vertrouwelijke documenten in bezit van NRC en uit gesprekken met ingewijden blijkt dat deze verklaringen wel erg kort door de bocht zijn.

Binnen Nidera was al tijden bekend dat er iets mis was op Remies biobrandstoffenafdeling en dat de Poolse handelspartner, de grootste veroorzaker van het miljoenenverlies, een aanzienlijk risico vormde. Actie bleef uit. Slecht nieuws was niet welkom in het licht van de miljardenovername van Nidera door het Chinese staatsbedrijf Cofco.

Het was een type dat wel durft.
Dat heb je als handelaar nodig

De jonge handelaar

Toen Timothy Remie uit Breda in 2008 de handelsvloer van Nidera opstapte, was direct duidelijk dat hij er goed paste. „Het was een jongen die het in zich had, dat zag iedereen”, vertelt een oud-collega die hem als stagiair leerde kennen. De 22-jarige Remie was intelligent, gedreven en bepaald niet verlegen. „Een type dat wel durft. Dat heb je als handelaar nodig.”

Handelaren zijn zelfverzekerd en assertief. Ze moeten snel beslissen over transacties van tien- of honderdduizenden euro’s. Zij sturen vrachtschepen vol graan en biodiesel de haven uit. Zij verdienen het geld voor Nidera. Hoe meer winst ze boeken, hoe groter hun status en bonus.

In die wereld van hoge druk en astronomische bedragen houdt Remie zich ondanks zijn jonge leeftijd goed staande. In 2012, als hij 26 is, wordt Remie zelfs al benoemd tot hoofd van de afdeling die handelt in biobrandstoffen.

De biobrandstoffentak van Nidera is klein. Aanvankelijk zijn Remie en een andere jongeling de enige handelaren. Later komt er nog een junior bij, een kleinzoon van een van de oprichters van Nidera. Remie werkt hard en maakt geregeld dagen van meer dan 12 uur. Het leidt tot uitstekende resultaten: een brutowinst van bijna 9 miljoen dollar in zowel 2012 als 2013.

Handelsbedrijven als Nidera hebben een grote afdeling risicomanagement – denk: bèta’s achter excelsheets – die moet bewaken of de handelaren niet te grote risico’s nemen. ‘Risk’ stelt wel eens kritische vragen over de risico’s die de afdeling biobrandstoffen neemt, zo blijkt uit een vertrouwelijk forensisch onderzoek van PwC. Maar Remie is brutaal en heeft altijd een antwoord klaar, waardoor risk-mensen het moeilijk vinden om hem tegen te spreken.

Het gedateerde computersysteem Intras, waarin bevestigingen van transacties handmatig moeten worden ingevoerd, maakt toezicht houden ook niet makkelijk. Remie laat deze handmatige invoering vaak na, waardoor zijn afdeling volgens één van de risk-managers ontaardt in „een administratieve chaos”. Als risk klaagt bij Marc Kwakkelstein, de baas van Remie, weigert die zijn handelaar terug te fluiten.

Eindverantwoordelijke voor risk is de Brit Tony Walker, oud-handelaar van het Amerikaanse energieconcern Enron dat in 2001 aan boekhoudfraude ten onder ging. Bij hem klopt Kwakkelstein aan als hij vindt dat de riskmensen overdrijven in hun controledrang. Zo mailt hij in 2014 dat hij „helemaal klaar” is met één van de riskmanagers. „Als hij een ambtenaar wil zijn… laat hem dat alsjeblieft ergens anders zijn.”

Het handelshuis

Nidera begint in 1920 als graanhandelsbedrijf. In de decennia daarna groeit het onder de vleugels van de aandeelhoudersfamilies Drake, Salzer Levi en Mayer-Wolf uit tot een wereldspeler die ook in soja en zelfs korte tijd in elektriciteit handelt.

Door de jaren heen komt Nidera herhaaldelijk in de problemen. In 2010 kosten boekhoudfouten de afdeling biobrandstoffen tientallen miljoenen. Er wordt ook gesjoemeld met brandstoffen. De Europese opsporingsdienst OLAF betrapt Nidera als het bedrijf biodiesel uit de Verenigde Staten omkat tot biodiesel uit Canada om zo minder importheffing te betalen, ontdekte financiële nieuwssite Follow the Money. Nidera moet een naheffing van 25 miljoen euro betalen.

De top kent ook privé een ondernemende handelsgeest. Zo maakt Nidera de jaarlijkse bonus van oud-topman Ito van Lanschot op zijn verzoek over naar zijn Zwitserse nummerrekening, blijkt uit een gerechtelijke uitspraak van afgelopen zomer. Daardoor kan de miljoenenbonus volledig uit het zicht van de fiscus blijven.

Nidera wil tegenover de buitenwereld „de indruk wekken van een organisatie met weinig risico”, verklaart Tim Remie in het onderzoek van PwC naar het verlies van 200 miljoen. Volgens hem is Nidera in werkelijkheid een heel ander soort bedrijf: het handelt in landen waar concurrenten geen zaken willen doen, zoals Iran, en drijft handel met risicovolle bedrijven die Nidera’s concurrenten niet als klant willen.

De Poolse problemen

Eind 2012 meldt zo’n risicovolle handelspartner zich voor biobrandstof bij Nidera. Het is het pas opgerichte Interdraco uit Polen. Achteraf gezien had Interdraco beter direct de deur gewezen kunnen worden: drie jaar later moet Nidera zo’n 68 miljoen dollar op de handel afschrijven en wordt Remie ervan beschuldigd dat hij zich door de Polen heeft laten omkopen.

Interdraco is een handelsbedrijf van de broers Emil en Kamil Haidar. Ze hebben Syrische roots, maar zijn volledig ingeburgerd. Emil haalt geregeld de societyrubrieken van de Poolse pers. Recentelijk nog omdat zijn ex, de populaire zangeres Doda, weigert een verlovingsring van zo’n 50.000 euro terug te geven.

Binnen Nidera is niet iedereen blij met de grote Poolse handelspartner. In maart 2014 mailt riskmanager Stian Kurvers onder anderen Marc Kwakkelstein, de baas van Remie, en Tony Walker, verantwoordelijk voor risk. Hij zegt de „creeps” te krijgen van het financiële risico dat Nidera loopt op Interdraco.

Maar als ze er twee maanden later over vergaderen, laat de voorzichtige Kurvers zich overtuigen. Na de vergadering mailt hij een samenvatting aan de aanwezigen. Iedereen is het erover eens dat Nidera een „te hoge blootstelling” heeft aan de Polen. Desondanks besluiten ze onder bepaalde voorwaarden met Interdraco te blijven handelen. Want de handel is „zeer winstgevend”. Het is pas mei en Nidera heeft dat jaar al 3 miljoen dollar bruto aan de Polen verdiend – op papier dan, want het geld staat nog niet op Nidera’s rekening.

Veel van de winst die Nidera maakt, is op papier. De winst wordt al in de boeken gezet op het moment dat een deal gesloten wordt, niet als het geld op een later moment daadwerkelijk binnen is. Bij de afdeling biobrandstoffen groeit de post van dergelijke ‘ongerealiseerde winsten’ van 8 miljoen in 2011 naar 95 miljoen dollar in 2014.

Bij zo’n harde stijging zouden alarmbellen moeten gaan rinkelen: komt die winst wel ooit echt binnen? De papieren winst kan immers verdampen als klanten failliet gaan of simpelweg hun rekening niet betalen.

Wat Interdraco betreft gelooft Nidera dat dit risico is afgedekt. De broers Haidar hebben namelijk gezegd ze een deal hebben met het Poolse staatsbedrijf Lotos. Aan Lotos zou Interdraco alle biodiesel direct doorverkopen. Hoewel niemand deze afspraak bij Nidera zwart op wit heeft, maakt Kwakkelstein zich weinig zorgen. De baas van Remie heeft namelijk met eigen ogen gezien hoe amicaal de Haidars met de Lotos-managers omgaan, tijdens een vergadering op de Lotos-burelen in Polen.

De Chinese overname

De bedrijfstop heeft bovendien wel wat anders aan zijn hoofd dan niet gerealiseerde winsten. Iedereen is druk met ‘Project Swan’: de codenaam voor de overname van Nidera door het Chinese staatsbedrijf Cofco, die in 2014 wordt aangekondigd.

Het gaat om een megadeal, op dat moment de grootste overname van een Nederlands bedrijf door Chinezen ooit. De drie Nidera-aandeelhoudersfamilies verkopen 51 procent van hun aandelen voor naar verluidt 1,3 miljard dollar, tien keer de jaarwinst. Na de overname zou een beursgang volgen in Hongkong – vaak profiteert het personeel daar financieel van mee.

Rond de overname is het belangrijk dat er geen problemen naar buiten komen. Dat dreigt wel te gebeuren. Nidera is sterk afhankelijk van bankkrediet van 750 miljoen dollar om de handel te kunnen financieren, zonder dat krediet valt de handel stil. Begin 2014 voldoet Nidera echter niet aan de afspraken met de banken.

De biobrandstoffenafdeling mag in totaal maximaal 60 miljoen dollar risico lopen op klanten, zodat een eventueel verlies nooit hoger kan zijn. Maar in februari is dat bedrag hoger, mailt Nidera’s financieel directeur Martin Inhargue aan managers. Nogal problematisch, want er komt juist een controle aan waarin de banken checken of Nidera zich wel aan de afspraken houdt.

Tim Remies baas Kwakkelstein stelt voor om de banken gewoon te vragen om die limiet te schrappen. Maar Inhargue mailt dat dat geen optie is „in de context van Swan”, verwijzend naar de verkoop aan de Chinezen. Die kan zo in gevaar komen.

Wonderbaarlijk genoeg doorstaat Nidera de test, zonder dat het bij de banken om soepeler voorwaarden hoeft te bedelen. De leencapaciteit wordt zelfs verhoogd naar een miljard dollar. „Ra ra hoe kan dat…”, mailt Kwakkelstein in maart naar Remie, als het goede nieuws bekend is geworden.

Aan de onderzoekers van PwC licht Tim Remie de mysterieuze toespeling van Kwakkelstein gedetailleerd toe. Om het grote risico bij biobrandstoffen te verhullen, heeft Nidera volgens hem een truc uitgehaald. De afdeling sloot nepdeals met Green Trading. Green Trading klinkt internationaal, maar is een bedrijf in Drenthe.

Bij de schijntransacties met Green Trading verkocht Nidera vlak voor de bankcontrole voor tientallen miljoenen biodiesel om die direct na de controle weer terug te kopen. Op die manier bleef Nidera binnen de door de banken geëiste risicolimiet van 60 miljoen.

Volgens Remie werden de transacties schriftelijk goedgekeurd door zijn baas Kwakkelstein en ontving Green Trading minimaal 25.000 dollar beloning per keer. De advocaat van Remie, Robbert-Jan Boswijk van AKD, zegt: „Nidera lijkt hier door middel van een onjuiste voorstelling van zaken de banken om de tuin te leiden. Volgens mij is dat valsheid in geschrifte en oplichting.”

Green Trading is het bedrijf van een grote biodieselondernemer, Wilfred Hadders. Als lid van de Commissie Duurzaamheidsvraagstukken Biomassa, ook wel de Commissie Corbey genoemd, boog hij zich voor het ministerie van Infrastructuur en Milieu over duurzaamheid. Met zijn bedrijf SunOil sponsort hij voetbalclubs FC Groningen en FC Emmen. Hadders laat via een woordvoerder weten dat er „geen gekke dingen” zijn gebeurd „in de relatie tussen Green Trading en Nidera”.

Nidera gaat niet in op vragen over Green Trading, noch op de andere vragen die NRC heeft voorgelegd. Kwakkelstein verwijst in reactie op vragen naar het PwC-rapport, waarin hij stelt dat zijn ‘ra ra hoe kan dat?’-reactie „uit de context” is gehaald.

De deal die niet bestond

In het nieuwe jaar dringt tot de bedrijfstop door hoe slecht de biobrandstoffenafdeling er werkelijk voor staat. „We moeten ons biobrandstofbusinessmodel doorlichten”, mailt aandeelhouder Miguel Mayer-Wolf aan Kwakkelstein. Hij zegt „sinds maanden” geluiden te horen over of alles wel goed in de boeken staat.

Het is niet gek dat Mayer-Wolf nattigheid voelt. Eén van de riskmanagers heeft in twee jaar tijd naar eigen zeggen al zeven keer zijn zorgen geuit tegen Kwakkelstein, de baas van biobrandstoffen, en Tony Walker, verantwoordelijk voor risk. Hij heeft zelfs vier keer de raad van commissarissen gewaarschuwd.

In januari blijken de „creeps” die een andere riskmanager een klein jaar daarvoor al kreeg van Interdraco terecht. Een van de Poolse broers biecht op dat de afspraak dat staatsbedrijf Lotos alle biodiesel direct van hen zou overnemen, helemaal niet bestaat.

Het gevolg: Interdraco neemt de biodiesel niet af – en betaalt niet. Dat heeft ook te maken met de sterk gedaalde olieprijs, die de biodieselprijs meesleurt. Daardoor kan Interdraco de eerder ‘bestelde’ biodiesel niet zonder groot verlies aan anderen doorverkopen.

Extra problematisch is dat Nidera ontdekt dat er veel meer met Interdraco is gehandeld dan in de administratie staat. In mei 2015 wordt Time Remie ontslagen.

Het Openbaar Ministerie verdenkt Remie ervan klanten te hebben „bevoordeeld” in ruil voor 1,2 miljoen euro, die onder de noemer ‘advieswerkzaamheden’ aan zijn privé-bv’s zijn betaald. Advocaat Boswijk stelt echter dat zijn cliënt „niemand heeft bevoordeeld”.

Uit Polen mailt Emil Haidar: „Wij hebben Tim Remie geen smeergeld betaald.” Haidar vindt het „belachelijk” dat Remie in zijn eentje verantwoordelijk wordt gehouden voor het verlies van 200 miljoen. „Waar is het complianceteam, het risicomanagement, waar zijn de juristen en accountants?” Hij noemt het zakendoen met Nidera „a pain in the ass, honestly”, omdat er juist zo veel gecontroleerd werd. Met Interdraco is hij gestopt, mailt hij.

Haidar is tot de conclusie gekomen dat er „geen business” in biodiesel zit.

Op zoek naar de schuldige

Nidera laat de verdampte miljoenen onderzoeken door forensisch onderzoekers van PwC. Zij stellen in juli vast dat de werkelijke resultaten van de biobrandstoffen heel anders zijn dan in de boeken staat. Als gevolg daarvan moet Nidera zo’n 200 miljoen dollar afschrijven.

De drie aandeelhoudersfamilies moeten de resterende 49 procent van hun belang dan nog aan Cofco verkopen. Terwijl de eerste helft van de aandelen 1,3 miljard dollar opleverde, krijgen ze voor de rest nog maar 750 miljoen dollar.

De onderzoekers hebben zich ook gebogen over de schuldvraag. Ze stellen dat er „sterke reden” is om aan te nemen dat de desastreuze handel in biodiesel niet het gevolg is van „een aaneenschakeling van fouten”. Nee, het lijkt „het bedoelde resultaat” van Remie. Hij heeft iedereen om de tuin geleid. „Wist iemand in de organisatie van de omvang van het probleem?” vraagt PwC zich in het rapport af. Conclusie: „Nee.” Wel had Nidera het eerder kunnen „detecteren”.

PwC komt tot deze conclusie zonder de mailboxen van de betrokkenen te onderzoeken. Het onderzoek leunt zwaar op gesprekken. In dat licht is het opvallend dat een aantal belangrijke betrokkenen – Interdraco en Green Trading – niet zijn ondervraagd. De advocaat van Remie laat desgevraagd weten grote moeite met het PwC-rapport te hebben omdat het in zijn ogen eenzijdig en vooringenomen is opgesteld. Namens Remie heeft hij een tuchtklacht ingediend bij de Accountantskamer tegen PwC-onderzoeker André Mikkers.

Volgens PwC mist de klacht „elke grond”. Inhoudelijk wil PwC niet op de tuchtklacht ingaan. Dat zou Remies advocaat een voordeel geven, omdat hij dan een beeld krijgt „van het verweer dat we gaan voeren”.

De rol van de accountant

Accountant EY, voorheen Ernst & Young, keurde de jaarrekeningen jaar na jaar gewoon goed. De laatste jaren tot verbazing van Nidera zelf. Volgens Remie zette het bedrijf zich in 2013 schrap voor kritische vragen, onder meer vanwege Interdraco. Maar EY had helemaal geen vragen, „tot verrassing van iedereen in het management”. Dat bevestigt ook Kwakkelstein in het PwC-rapport. In 2014 zou hetzelfde zijn gebeurd.

Net als Nidera stelde EY zelf óók een intern onderzoek in. In een conceptversie van het onderzoeksrapport stelt EY onder meer vast dat de leden van het eigen team dat de boeken van Nidera controleerde, op zes punten „niet voldoende en geschikte controle-informatie verkregen”.

In reactie stelt de verantwoordelijke EY-accountant, Jeff Sluijter, dat hij zichzelf „absoluut niets” verwijt. Volgens hem blijven in de eindversie van het rapport slechts „een paar” van de eerdere bevindingen overeind, in „wezenlijk andere” bewoordingen. NRC mag de eindversie niet inzien. EY is nog altijd de accountant van Nidera. Van andere verantwoordelijken is wél afscheid genomen – ondanks dat ze volgens Nidera van niets wisten. Topman Ton van der Laan en financieel directeur Martin Inhargue zitten niet meer op hun post. Kwakkelstein is „op zoek naar een nieuwe commerciële uitdaging” meldt zijn LinkedIn-pagina. De afdeling biobrandstoffen is opgeheven.

Is alles daarmee opgelost? Van de banken moest Nidera laten onderzoeken hoe miljoenenverliezen in de toekomst kunnen worden voorkomen. Anders zouden ze het krediet van 900 miljoen dollar intrekken. Nidera liet weer PwC onderzoek doen. In augustus 2015 deed PwC aanbevelingen, 57 in totaal. Tip 1: creëer een nieuwe „toon” binnen het bedrijf, zodat de handelaren de boel niet meer zo kunnen domineren.

Maar PwC’s tips konden een nieuw miljoenenprobleem niet voorkomen. Afgelopen december onthulde de Financial Times dat Nidera de resultaten in Brazilië te mooi heeft voorgesteld. Het resultaat: een boekhoudkundig gat van 150 miljoen dollar. In een persbericht bevestigt Nidera een „accountingprobleem” te hebben in Brazilië. Of het net zoals bij de biobrandstoffen weer een ‘geïsoleerde gebeurtenis’ betreft, vermeldt Nidera niet.