Opinie

Trump ziet wat u niet ziet - de waarheid

De ‘neutrale’ media zijn ideologisch gekleurd, schrijft . Daarom zien ze niet dat Trump ook de waarheid vertelt. „Het grote probleem is dat hij onoprecht is in de waarheid die hij spreekt.”

Donald Trump is natuurlijk een leugenaar. Dat was ook al duidelijk voordat hij het met mainstream media oneens was over een aantal feiten, zoals het aantal aanwezigen bij de inauguratie. Maar wie wil begrijpen waarom zijn leugens door zijn electoraat vooralsnog niet gelogenstraft worden, moet meer doen dan ‘nepnieuws’ beklagen. In de toenemende bezorgdheid over ‘nepnieuws’ wordt doorgaans tamelijk onkritisch gedaan alsof al het nieuws van gevestigde media tenminste tot nog toe ‘echt’ was. Maar als CNN en andere media zo feitelijk waren, waarom gaven ze dan na Trumps verkiezing toe de situatie van zo veel Amerikanen te weinig in het oog te hebben gehad?

Twee zaken lijken me belangrijk om uit de welles/nietes impasse tussen Trump en het journaille te raken. Ten eerste: journalisten zijn vaak blind voor hun eigen ideologische gekleurdheid. Ten tweede: Trump spreekt wel degelijk een waarheid, maar in hun fixatie op ‘feiten’ blijft die moeilijk te zien voor journalisten.

Eerst de ideologische gekleurdheid van mainstream media. Op een dieper niveau dan de door Trump betwiste feiten over het aantal toeschouwers bij de inauguratie ligt een andere ontkenning van feiten. Namelijk waar ‘nieuws’ met ideologie vermengd wordt. Alleen al het concept ‘nieuws’ is niet een strikt feitelijk iets, maar een waardering, want het selecteert bepaalde feiten ten koste van andere. Die selectiviteit is doorgaans aangepast aan heersende opvattingen in een samenleving, opvattingen die vaak zelf niet op ‘feiten’ gebaseerd zijn.

Maar daar voorbij is het niet moeilijk te illustreren dat mainstream media op een bepaalde manier feiten fabriceren en belangrijker nog, omdat voor elk feit werk verricht moet worden, dat hun nieuws uitermate ideologisch is. Ook al gaat de ideologie schuil achter mooie motto’s als neutraliteit en objectiviteit.

Laten we het dicht bij huis houden. Hoe vaak is ‘nieuws’ uit Den Haag niet een door journalisten zelf gecreëerd feit, bijvoorbeeld een schandaaltje dat ontstaat door aan politici ontlokte versprekingen in interviews? Hoe vaak is het ‘nieuws’ niet een persconferentie van een bewindsman of -vrouw, terwijl persconferenties vormen van censuur zijn? Want de aankondiging van een persconferentie is het tijdelijk opschorten van informatie: „We hebben iets te vertellen, maar we doen het nog niet. Kom naar een door het bestuur georkestreerd evenement, en we vertellen het.”

En zo is er vaak toevallig een journaalitem als een minister een persconferentie geeft, een brug opent, of een ritje maakt op een tank. Het NOS Journaal, stelde de hoofdredacteur ervan onlangs in De Wereld Draait Door, doet niet aan ideologie. Maar wie met enige afstand kijkt, ziet toch met regelmaat overeenkomsten met een staatsbulletin.

Ideologie

Dat heeft te maken met een dieperliggende ideologische gekleurdheid van mainstream media. Als een krant of het journaal cijfers over ‘economische groei’ en het bruto binnenlands produkt (bbp) bespreekt, zijn dat dan feiten of is het ideologie? Ideologie, want de meer fundamentele opvattingen over hoe de samenleving eruit moet zien, is nooit los te zien van posities in de dominante ordening van die samenleving. Daarom zijn juist de meest gangbare feiten over een samenleving altijd ook ideologisch gekleurd.

Neem het bbp. Het bbp geeft een fictieve representatie van de economie, bijvoorbeeld omdat het ecologische schade negeert of zelfs als economische groei noteert wanneer bedrijven milieuvervuiling opruimen. Er gaat dus een sterke ideologische boodschap uit van de doorgaans onkritische bespreking van groeicijfers, namelijk dat ‘groei’ een neutraal en objectief feit is, en dat het de enige serieuze manier is om feiten over de economie te rapporteren.

Wie Trumps leugens wil begrijpen, moet ze zien in het licht van het vermeende einde van de ideologie.

Een ander voorbeeld: als een bespreking van de zogenaamde ‘integratie’ van migranten wordt gegeven, gaat het dan om feiten? Of om de weerslag van een uiterst selectieve beoordeling van de mate waarin migranten en hun kinderen (de integratie van langer gevestigden wordt niet gemeten) zich conformeren aan dominante normen, ofwel aan een dominante ideologie? Zowel BBP als integratie gaan niet zonder meer over feiten, maar over dominante representaties van de samenleving. Het zijn geen neutrale descripties maar normatieve prescripties. Toch staan krant en journaal er vol mee. Ofwel: ze staan bol van de ideologie.

Of het nu om economie (groei van het bruto binnenlands product) of cultuur (integratie als assimilatie) gaat, de teneur van mainstream media is een overweldigende acceptatie van dominante opvattingen. Men hecht er doorgaans aan ‘realistisch’ te zijn en niet te doen alsof er fundamentele alternatieven mogelijk zijn – zoals Margaret Thatcher stelde: „There is no alternative”. Politiek wordt zo gereduceerd tot technocratie, als betrekking hebbend op feiten en instrumenten om doelen zo objectief en efficiënt mogelijk te bereiken en elke alternatieve vorm van politiek wordt bekritiseerd als ‘fact free’.

Nu dan Trumps waarheid. Wie Trumps leugens wil begrijpen, moet ze zien in het licht van het vermeende einde van de ideologie als expliciete grondslag voor politiek: het idee dat er geen fundamenteel andere opties zijn voor de manier waarop kapitalisme en liberale democratie georganiseerd zijn. Onder dat regime is politiek niet veel meer dan technocratisch bestuur. Voor zover inhoudelijke strijd bestaat, wordt die op cultureel terrein gevoerd, niet op het vlak van de economische ideologie waar eerder communisme en socialisme opties waren.

In Nederland zagen we dat met het eerste Paarse kabinet, met Wim Kok die de „ideologische veren” van de PvdA afgeschud had. De huidige premier denkt er net zo over en denkt dat „visie” een „olifant is die in de weg staat”. Ondertussen is dat einde van de ideologie niets anders dan de dominantie van de neoliberale ideologie, maar het afgekondigde ‘einde’ leidt tot een censuur voor iedereen die de neoliberale orde niet slechts een beetje maar fundamenteel wil veranderen.

Trump is typisch een product van dit ‘einde van de ideologie’. Als er voor de gevestigde orde geen ideologische strijd meer is en mag zijn, hoe dan nog echt verschil te brengen in de politiek? Als het niet ideologisch mag, dan wordt politiek gevoerd met de taal van feiten, want wie geen alternatieven voor de toekomst mag formuleren, gaat de bestaande realiteit alternatief voorstellen. Inclusief alternatieve versies van de meer triviale, doorgaans niet moeilijk te construeren feiten, zoals hoeveel mensen een inauguratie bijwonen.

Als voor miljoenen arme Amerikanen duidelijk is dat de feiten van hun situatie niet aan bod komen, dan moeten de feiten die wel aan bod komen maar overboord. Wie expliciete strijd over ideologische voorkeuren afkeurt, moet niet gek opkijken als de meningsverschillen vervolgens over de feiten gaan. Daarmee raakt politiek debat verzand in kennisclaims. Maar politiek gaat niet in de eerste plaats over kennis over de wereld, maar over hoe de wereld er in de toekomst uit moet zien. Dat begint weliswaar met een feitelijke diagnose, maar daartoe is politiek niet te reduceren en bovendien is ook daarover strijd mogelijk.

Kritiek op ‘fact free politics’ en ‘nepnieuws’ berust dus vaak op een misvatting. Want politiek gaat niet over feiten. Politiek gaat enerzijds over macht en dominantie, en anderzijds over de toekomst, het nog-niet-feitelijke. Soms komen daarbij feiten van pas, meestal heel selectief en sterk ideologisch ‘geframed’. De bezuinigingspolitiek van de afgelopen jaren werd in Noord-Europa bijvoorbeeld vaak als noodzakelijk antwoord op voldongen feiten gepresenteerd, terwijl die feiten met een enkele uitspraak van ECB president Draghi veranderden.

Anderszins werden de feiten over de armoede in Griekenland irrelevant geacht, werd het feit van de ‘schuld’ van de Grieken zowel economisch als moreel ingezet, wat niet gebeurde bij de feiten over de schuldeisers (Noord-Europese banken), voor zover die al aan bod kwamen. Zo zal ideologische strijd over feiten, over welke feiten tellen en over wat de ‘echte’ feiten zijn, altijd een rol spelen in politiek. En is waarheid daarin niet te reduceren tot ‘feitelijke waarheid’. De waarheid waar het in de politiek om gaat, is, inderdaad, politiek.

De waarheid van Trump is zijn kritiek op het kapen van de democratie door een neoliberale elite. Feiten zijn daarin overtuigend, maar ze zijn impotent zonder ideologische waardering: in Amerika is de gemiddelde Amerikaan er sinds eind jaren ‘70 niet op vooruit gegaan maar is met zware schulden belast, terwijl de rijkste 1 (of zelfs 0,1) procent zich extreem verrijkt heeft.

Halve waarheid

Dat betekent het einde van wat de Duitse socioloog Wolfgang Streeck het naoorlogse pact tussen kapitalisme en democratie noemt. Veel mensen weten dat, ook al wordt het door mainstream media niet als ‘feit’ gepresenteerd. Trump weet het, en het wrange is dat hij die kennis cynisch gebruikt voor eigen gewin. Dat is waarom hij de halve waarheid spreekt. Zijn platte feiten (hoeveel mensen waren bij de inauguratie) kloppen niet, maar die zijn dan ook plat en daarin ligt zijn waarheid niet. De mainstream journalist valt straal achterover van de schaamteloze ontkenning van de feiten en heeft geen ander repertoire dan ‘de feiten’ nog eens te herhalen en het gevaar van ‘fact free politics’ te bespreken met veel pathos voor het belang van de journalist zelf voor de democratie.

Een populist die wil inbreken in de neoliberale orde ‘zonder alternatief’ en een ander geluid wil vertolken, spreekt vaak de halve waarheid. Maar dat is al heel wat. Het is waarom veel mensen Trump stemden, niet per se omdat ze al zijn plannen zien zitten, maar omdat ze wanhopig duidelijk wilden maken dat het anders moest. Het is waarom veel Britten voor een Brexit stemden, hoewel velen over de Brexit zelf spijt lijken te hebben.

Populisme bevat een wens om terug te keren naar echte politiek voorbij technocratisch geneuzel over feiten. Dat is nooit een letterlijke terugkeer naar een toestand die bestond, maar wel een herinnering aan de utopische belofte van de democratie om zich steeds sterker te verwezenlijken. Het tragische is dat populisme in de praktijk vaak is wat ‘Realpopulisme’ genoemd kan worden: het blijft technocratisch probleemmanagement, alleen dit keer, is het idee, worden de èchte problemen ècht efficiënt aangepakt ten bate van het èchte volk.

Met Trump is het bovendien neoliberalisme in de meest cynische variant. Want de spreekbuis voor de neoliberale misère is neoliberalisme in de overdrive, die collectieve voorzieningen verder wil beperken en die zegt de overheid nu letterlijk als een bedrijf te willen runnen, getuige ook zijn eerste weken als ‘Chief Executive Officer’. De tragiek is dat Trump de meeste Amerikanen verder zal uitbuiten.

Trump spreekt dus de waarheid en hij liegt. Maar het grootste probleem is niet dat hij liegt. Het grootste probleem is dat hij onoprecht is in de waarheid die hij spreekt.