Spoedberaad in Brussel over Griekse geldcrisis

Doel is het voorkomen dat onderling geruzie uitmondt in een nieuwe periode van onzekerheid en paniek over de toekomst van Griekenland in de eurozone.

Het hoofdkantoor van de EU in Brussel. Foto Jonas Roosens/ANP

De Griekse geldcrisis blijft Europa achtervolgen. Na een week vol verwijten over en weer houden de Griekse minister van Financiën Tsakolotos en Europese geldschieters vrijdag in Brussel spoedberaad. Doel: voorkomen dat het geruzie uitmondt in een nieuwe periode van onzekerheid en paniek over Griekenlands toekomst in de eurozone.

Volgens het Griekse dagblad Kathimerini kwam het initiatief voor de bijeenkomst van Jeroen Dijsselbloem. De minister en voorzitter van de Eurogroep wil niet dat Griekenland weer een probleem wordt, zo vlak voor de Nederlandse verkiezingen van 15 maart. Dijsselbloem stelde vrijdag dat de bijeenkomst is bedoeld om de Griekse hervormingen “een duw” te geven. Hij ontkende dat de optie van Griekse schuldenverlichting ter sprake zou komen tijdens het overleg.

“De hervormingen in Griekenland gaan langzaam, maar het gaat wel de goede kant op. Zo nu en dan moet het een duw krijgen. Als ik het vrijdag een zet kan geven, dan is dat welkom.”

Op 20 februari vergaderen de ministers van Financiën uit de eurozone en dit wordt gezien als de laatste mogelijkheid om eruit te komen.

Onderling oneens over 86 miljard euro

De discussie gaat over het (derde) leningenprogramma ter waarde van 86 miljard euro. Zonder een nieuwe tranche kan Griekenland in juli niet aan zijn aflossingsverplichtingen voldoen. Een tussentijdse evaluatie moet uitsluitsel bieden, maar de gesprekken zijn vastgelopen. De geldschieters eisen dat extra bezuinigingsmaatregelen wettelijk worden ‘voorgeprogrammeerd’ voor het geval de huidige ontoereikend blijken te zijn. De Grieken weigeren dat.

Daarnaast zijn de geldschieters onderling ook verdeeld. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) publiceerde deze week een rapport waarin het oordeelt dat de Griekse staatsschuld onhoudbaar is, explosief zal toenemen en het land daardoor geen kans geeft om geleidelijk uit de schulden te groeien. Het IMF vindt ook dat eurolanden een onrealistisch groot primair begrotingsoverschot (zonder rentelasten) eisen, van 3,5 procent dit jaar. Dat zou met de huidige bezuinigingenpakket onhaalbaar zijn.

Het IMF mag volgens zijn statuten niet meebetalen aan reddingsprogramma’s die op termijn onhoudbaar zijn en pleit onder meer voor vergaande schuldverlichting. Maar landen als Duitsland en Nederland dreigen om hun steun aan het programma in te trekken als het fonds niet meedoet. Opmerkingen hierover van Dijsselbloem leiden woensdagmiddag tot nervositeit op Europese beurzen. De minister vindt dat het IMF veel te ,,somber” is over Griekenland.