Rotterdamse haven is niet bang voor Antwerpen

Havens

Er zijn geen zorgen over de Tweede Maasvlakte of de inhaalslag van Antwerpen, verzekert de topman van Havenbedrijf Rotterdam.

Bulkoverslag in de Rotterdamse haven. Foto Jerry Lampen / ANP

De Tweede Maasvlakte een mislukking? Allard Castelein, bestuursvoorzitter van het Havenbedrijf Rotterdam, wil er niets van weten. Twijfel of al dat dure nieuwe land zal worden benut, kent hij niet. „De chemische industrie die we ooit hadden gepland, komt er waarschijnlijk niet. Maar er zijn genoeg andere gegadigden. Bedenk wel: Maasvlakte 2 is aangelegd met de blik op de komende honderd jaar. We zaten vol, nu hebben we ruimte voor groei.”

Castelein, beheerder van de haven, sprak donderdag geruststellende woorden bij de presentatie van de jaarcijfers. De totale goederenoverslag is in 2016 dan wel met 1,1 procent gedaald naar 461 miljoen ton, het was toch het op een na beste jaar voor de haven ooit. De winst steeg met 5 procent naar 222 miljoen euro, op een stabiele omzet van ruim 675 miljoen euro. Berichten over de moeizame ontwikkeling van de Tweede Maasvlakte en de inhaalslag van concurrent Antwerpen voor containeroverslag pareerde hij met cijfers.

De twee volledig geautomatiseerde containerterminals van APM en RWG op de Tweede Maasvlakte, geopend in 2015, draaien nog steeds onder hun capaciteit door ICT-problemen. In het najaar van 2016 was er echter wel degelijk forse groei: van 0,6 miljoen TEU (twenty feet equivalent unit, de eenheidsmaat voor containers) voor de twee terminals samen in het eerste half jaar naar 1,1 miljoen TEU in het tweede half jaar. De totale containeroverslag in de haven steeg met 1,2 procent naar 12,4 miljoen TEU.

Van de duizend hectare land op de Tweede Maasvlakte is nog 400 hectare onbenut. De overige 600 hectare is door het Havenbedrijf uitgegeven, inclusief opties. De nieuwkomer van vorig jaar is het Limburgse bedrijf Sif, fabrikant van masten van windmolens. Werk voor windparken biedt volgens de haven de beste kans op herstel voor de kwijnende offshore-sector. Nieuwkomers op de Maasvlakte voor komend jaar wil Castelein niet noemen, maar de voor de haven aangekondigde waste 2 chemical-fabriek (die restafval omzet in synthesegas en methanol) is een kandidaat.

De buren rukken op

En Antwerpen? De nummer twee van Europa nadert de nummer een, met meer dan 10 miljoen TEU in 2016. De groei van 4 procent containeroverslag dankt Antwerpen aan meer lading van en naar China. Wordt Rotterdam ingehaald door de buren? Castelein: „Het is maar net naar welke periode je kijkt. Wij groeien nu harder dan Antwerpen.” Bij de containeroverslag in de zes havens tussen Hamburg en Le Havre is het marktaandeel van Rotterdam 30 procent, tegen 23,7 procent voor Antwerpen. Castelein: „We staan er prima voor om de concurrentiestrijd aan te gaan.”

De Rotterdamse haven wil concurreren door voorop te lopen in digitalisering en energietransitie, de overstap van fossiele naar duurzame energie. Castelein: „Dit zijn voor ons de twee grote ‘disrupties’ en de twee grote uitdagingen. Daar liggen onze kansen, daar investeren we in.”

De grootste spelbreker voor eerlijke concurrentie is volgens de haven de door Brussel opgelegde verplichting om vennootschapsbelasting te gaan betalen. Het Havenbedrijf is niet tegen die plicht, maar wel tegen ongelijke invoering: de zeehavens van België, Frankrijk en Duitsland hebben nog een paar jaar respijt. De belastingplicht kost de haven naar verwachting circa 50 miljoen euro per jaar, al verwacht financieel directeur Paul Smits dat bedrag nog niet voor 2017. Het Havenbedrijf, gesteund door de Nederlandse regering, is een rechtszaak begonnen tegen de Europese Commissie om een gelijk speelveld af te dwingen. De uitspraak wordt in de loop van dit jaar verwacht.