Column

Red de Markthal!

In mijn eentje kan ik de Markthal niet redden, maar ik doe in ieder geval mijn best. Haal graag verse paddenstoelen bij dat leuke zaakje achterin of verse vis bij (het best wel prijzige) Fresh Food Friends. Om daarna, met de boodschappentas op schoot, een glas wijn (of drie) te nemen aan een barretje op de marktvloer. Alsof je in Madrid woont. Toch voelen mijn bezoekjes de laatste maanden nogal plichtmatig. Al die lege kramen achter grijze doeken en overal die geïmproviseerde ‘zithoeken’ om de leegstand te verhullen. Ik word er treurig van.

Tot nu toe hoorde ik bij de ‘believers’. Geloofde ik er heilig in dat de Markthal – na het overwinnen wat kinderziektes - een daverend succes zou worden en de stad zelfs naar een hoger plan zou tillen. In tegenstelling tot de ‘non-believers’, die het hele concept al bij de opening van de hal neersabelden door het een „bedrieglijke yuppenhut” met „vunzige pretenties” te noemen (columnisten Arjen van Veelen en Zihni Özdil in NRC, 7 oktober 2014). De ‘gewone Rotterdammer’ had er niets te zoeken, waardoor de overdekte versmarkt een grote mislukking zou worden, zo voorspelden de doemdenkers.

Ik snapte niets van die kritiek en zag op de marktvloer juist een prima balans tussen de exclusieve kraampjes en de wat goedkopere, tussen versproducten, delicatessen en horeca. En er zaten ook een Marokkaanse visboer, een Turkse bakker, Hindoestaanse groenteboer en Chinese gebakkraam. Hoezo „vunzige pretenties”?

Maar ze lijken toch gelijk te krijgen, die doemdenkers. De Markthal is weliswaar geen „yuppenhut” geworden (was het maar waar!), maar wel een ordinair winkelcentrum voor dagjesmensen en toeristen. Een hal vol vriendinnenclubjes en pensionado’s uit de provincie die zich vergapen aan het plafond en komen graaien van gratis proefbordjes met exclusieve worst en exotische fruitsoorten, om zich vervolgens vol te stoppen met donuts en patat. En de ‘gewone Rotterdammer’? Die is best trots op zijn Markthal, maar laat de „Rotterdamse triomfboog” voor de dagelijkse boodschappen nog steeds links liggen, waardoor vooral de kleine ondernemers kopje onder gaan.

Eigenaar Klépierre, gespecialiseerd in het runnen van winkelcentra (!), is wanhopig op zoek naar alternatieven, maar wat is wijsheid? Nog meer ketens toelaten als Delifrance of Leonidas, omdat zij de pittige huurprijzen (en servicekosten) wel kunnen opbrengen? Het concept van een overdekte versmarkt loslaten en de hal vullen met kleine horecatentjes, zoals in de Amsterdamse Foodhallen? Of worden we straks gedwongen, zoals bedenker en projectontwikkelaar Provast vreest, er een grote tennishal van te maken? Zowel de gemeenteraad als de wethouder is zich er inmiddels mee gaan bemoeien, maar het is uiteindelijk aan eigenaar Klépierre zelf om met een reddingsplan te komen. En daar is haast bij geboden, want ook dagjesmensen en toeristen zullen op den duur hun interesse verliezen in een halflege Markthal.

Ik houd intussen (tegen beter weten in?) nog even vol en ga vanmiddag met mijn boodschappentas gewoon die kant weer op. Met, na afloop van het ‘funshoppen’, misschien ook wel weer een cavaatje op een van de inpandige terrasjes. Heel stug net blijven doen alsof ik in Madrid ben.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.