Bussemaker: ‘Die hogeschoolvoorzitters kunnen veel meer dan ze suggereren’

De drie Zwolse hogeschoolvoorzitters die eerder in NRC hun nood klaagden over de toelatingseisen voor de pabo kunnen al veel meer doen dan ze zelf denken, schrijft minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Jet Bussemaker.

Foto / Merlijn DoomernikJet Bussemaker (PvdA) Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

De hogeschoolvoorzitters roepen mij op iets te doen aan een belangrijk en complex probleem: hoe zorgen we ervoor dat er voldoende goede leraren worden opgeleid en hoe voorkomen we dat er straks alleen nog witte juffen zijn?

Ze komen ook met een oplossing: afschaffen van de strenge toelatingseisen en introductie van een half jaar pre-pabo om mbo’ers beter voor te bereiden op hun vervolgstudie.

Laat ik vooropstellen dat ik de ernst van het probleem volledig onderken. Hun oproep om maatregelen te treffen verdient een reactie. Al is het maar omdat zij hun eigen rol onderschatten: ze kunnen veel meer doen dan ze suggereren.

De toelatingseisen die ik aan het begin van deze kabinetsperiode heb ingevoerd waren hard nodig. Het taal- en rekenniveau van te veel basisschoolleraren was onder de maat. Dat vonden zowel de basisscholen die de juffen en meesters voor de klas kregen als de pabo’s die hen moesten opleiden.

Door de strengere eisen is het studiesucces (het aantal studenten dat de pabo afmaakt) sterk verbeterd. Deze stijging is bij studenten met een andere culturele achtergrond zelfs groter dan bij ‘witte’ studenten. Het is dus de vraag of er uiteindelijk veel minder juffen en meesters worden opgeleid. Wel is zeker dat ze beter zijn dan voorheen. Ook zien we dat het aantal mannelijke studenten op de pabo is gestegen: van 1 op de 5 in 2012 naar 1 op de 4 nu en dit stijgt nog steeds.

Dit is niet vanzelf gegaan. Hier heb ik hard aan getrokken de afgelopen periode, met programma’s als Veel meer Meester! waar inmiddels 18 pabo’s aan deelnemen. Sommige bereiken nu een instroom van 30 tot bijna 40 procent mannelijke eerstejaars. Wat me nog meer verbaast dan de oproep om de toelatingseisen weer af te schaffen, is het pleidooi voor een pre-pabo. De afgelopen vier jaar zijn er tal van projecten en pilots van de grond gekomen om meer, betere en kleurrijkere studenten naar de pabo te krijgen.

Zo krijgen scholen in het kader van ‘Goed voorbereid op de Pabo’ ondersteuning bij de werving en begeleiding van pabo-studenten. Op verschillende plekken in het land wordt gewerkt met baangaranties voor studenten die zich aanmelden aan de pabo (mits zij binnen vijf jaar afstuderen).

En met Amsterdam, Rotterdam en Den Haag heb ik afgesproken dat mbo-scholieren na hun afstuderen gedurende een halfjaar worden voorbereid op de pabo. Hier gebeurt dus al waar de Zwolse hogeschoolvoorzitters mij toe oproepen.

Naast al die projecten heb ik ook structurele maatregelen genomen waarvan ik er één wil noemen: sinds het begin van dit schooljaar is er in het lesprogramma van mbo-opleidingen meer ruimte gemaakt voor een voorbereiding op de vervolgopleiding.

Meer ruimte dus voor pabo’s om mbo-studenten warm te maken voor het leraarschap en hen daarop voor te bereiden. Maar het is wel aan de vervolgopleidingen om die ruimte te pakken.