Ministers staan in de rij voor de nieuwe ‘Canard’

Frans onderzoeksblad

Met de onthulling over de Franse presidentskandidaat Fillon, slaat Le Canard enchaîné weer toe. Corruptie is de brandstof waar het satirische blad op draait.

Le Canard enchainé met nieuws over de spookbanen van Penelope Fillon, vrouw van de Franse presidentskandidaat.

Iedere dinsdag rond half vijf arriveren bij de redactie van Le Canard enchaîné aan de deftige rue de Saint-Honoré in Parijs enkele tientallen koeriers. De een werkt voor een ministerie, de ander voor een multinational of politieke partij. Hun taak: zo snel mogelijk het nieuwste nummer van het satirische onderzoeksblad bij hun respectieve opdrachtgevers bezorgen.

„Zo kan mijn baas anticiperen”, zegt een oudere heer in stofjas die niet mag zeggen door wie hij gestuurd is. Een motorkoerier die tijdens het wachten zijn helm ophoudt, doet minder geheimzinnig. Hij werkt voor de regerende Parti Socialiste. „Allemaal leedvermaak om Fillon”, voegt hij de reden van zijn komst toe. Want dat deze weken aanzienlijk meer belangstellenden in de rij staan dan gewoon, is vooral te danken aan de door Le Canard in problemen geraakte centrum-rechtse presidentskandidaat François Fillon.

Met de onthullingen over de vermeende spookbanen van de vrouw van Fillon heeft een van de oudste en meest eigenzinnige bladen van Frankrijk opnieuw toegeslagen. Drukt Le Canard enchaîné normaal ongeveer ongeveer 500.000 exemplaren, dit tweede nummer met onthullingen over Fillon werd in een oplage van 600.000 verspreid en was met een dag volledig uitverkocht. „We hebben het een beetje onderschat”, glimlacht hoofdredacteur Louis-Marie Horeau.

Zeven presidenten en een eend

Horeau werkt sinds 35 jaar bij het blad en ontvangt op de tweede etage van het imposante redactiepand voor een muur waarop alle zeven presidenten van de Vijfde Republiek zijn geschilderd. Een eendje springt over de hoofden van De Gaulle naar huidig president François Hollande. Dat laat zien, wijst Horeau, dat het blad bij zijn onthullingen geen onderscheid maakt. „We verbergen niet dat we zelf een beetje links zijn, maar we sparen niemand.” Vóór Fillon was een van de laatste grote onthullingen de nogal duur uitgevallen kapper van socialist Hollande (9.895 euro per maand).

De toon is altijd lichtvoetig. Het blad, dat vorig jaar zijn honderdjarig bestaan vierde, is tijdens de Eerste Wereldoorlog opgericht als „journal humoristique” door journalist Maurice Maréchal. Met satire en als zodanig duidelijk herkenbaar ‘nepnieuws’ wilde hij de op volle toeren draaiende propagandamachine van de staat aanpakken. De titel van het blad, letterlijk ‘de geketende eend’, is een verwijzing naar Clemenceaus blad L’homme libre (de vrije man) dat in de oorlogsjaren vanwege censuur L’homme enchaîné werd. Een canard is niet alleen een eend, maar in populair Frans ook een krant.

Louis-Marie Horeau, hoofdredacteur van Le Canard enchaîné. AFP

Hofnar, geen procureur

Hoewel tussen de grapjes en spotprenten door af en toe ook min of meer per ongeluk nieuws gebracht werd, besloot de redactie pas in de jaren zestig onderzoeksjournalistiek even belangrijk te maken als satire. Zo onthulde Le Canard in de jaren zeventig dat toenmalig president Giscard d’Estaing diamanten had ontvangen van de Centraal-Afrikaanse despoot Bokassa. Een paar jaar later maakte Le Canard een eind aan de loopbaan van politicus Maurice Papon na onthullingen over zijn oorlogsverleden.

Journalisten van Le Canard schrijven hun stukken onder eigen naam, maar verschijnen hoogst zelden op radio of televisie en zullen nooit hun bronnen prijsgeven. „We zijn geen procureur, we vellen geen oordeel. De lezer moet zelf maar zien wat hij met de informatie doet”, zegt Horeau. „We nemen onszelf nooit te serieus. Er zit altijd een ironische kwinkslag in het nieuws dat we brengen.”

Dat gaat zo. Nadat Fillon had gezegd dat hij de beschuldigingen als „een stomp in de maag” heeft ervaren, kopte Le Canard daags later met ‘Nieuw bewijs dat Fillon weet te incasseren’. Daaronder de onthulling dat Penelope Fillon niet alleen geld met nepbanen, maar ook met een ontslagvergoeding binnenhaalde.

In de monarchale republiek die Frankrijk volgens velen is, vervult Le Canard enchaîné de rol van „hofnar”, zei ooit een voorganger van Horeau. „Het is echt niet zo dat alle politici corrupt zijn, maar je zou toch hopen dat politici van onze onthullingen leren”, zegt Horeau. „Dat lijkt niet het geval.”

Oorlogskas van 100 miljoen

En dat is de brandstof waar Le Canard op draait. Want weinig Franse publicaties staan er financieel zo goed voor. Le Canard (1,20 euro per nummer van acht pagina’s) verschijnt uitsluitend op papier, in een opmaak die in honderd jaar nauwelijks is veranderd. Op dinsdagmiddag publiceert de redactie ter promotie alleen een slecht leesbare afdruk van de voorpagina op Twitter. Om totaal onafhankelijk te blijven heeft het blad nooit een advertentie afgedrukt.

Toch bedraagt de jaaromzet zo’n 25 miljoen euro. Het bedrijf, dat volledig in handen is van het personeel, heeft een financiële reserve van rond de 100 miljoen. Het pand op de toplocatie in Parijs is volledig eigen bezit.

„Online kun je eigenlijk alleen geld verdienen met advertenties”, zegt Horeau. „Die willen we niet, we moeten in alle opzichten onafhankelijk blijven. We willen dat lezers betalen voor onze informatie. Geen krant verlaat onbetaald dit pand.” Dus zelfs de koeriers die namens de ministeries komen, moeten betalen? „Die hebben allemaal abonnementen. De enige dienst die we verlenen, is dat ze hun exemplaren eerder mogen ophalen dan ze in de kiosk liggen.”