Column

Liever status quo dan chaos en destructie

Caroline de Gruyter schrijft over politiek en Europa.

Het jaar 2017 zal in geschiedenisboeken als een keerpunt worden gemarkeerd. Net als 1945 of 1989. Sleutelwoord zal zijn, als je het zo min mogelijk apocalyptisch formuleert: de ‘decentralisering’ van de wereld.

Europa staat op een kruispunt. Na 1945 namen de Verenigde Staten de mondiale heerschappij van de Britten over. Het geruïneerde West-Europa werd onder Amerikaanse militaire paraplu geplaatst, en bouwde verzorgingsstaten op. Washington stimuleerde dat: een sterk, sociaal stabiel Europa was een dam tegen het communisme. Mede daarom hebben de Amerikanen de Europese integratie gestimuleerd. Maar na 1989 verloren zij hun strategische interesse in Europa, omdat het Sovjet-gevaar verdampte. Amerika bleef de grootste supermacht, maar anderen kwamen op: China, India, Brazilië. De wereld werd ‘multipolair’.

Afgelopen jaren hebben deze machtscentra geprobeerd een soort ‘global governance’ op te zetten. Ze probeerden de wereld stabiel te houden en gemeenschappelijke problemen op te lossen – terrorisme, cybercriminaliteit, klimaatverandering en belastingontduiking. Dat liep niet denderend. Nu Donald Trump president is, krijgt dit multilateralisme grotendeels de doodsteek. Trump houdt niet van consensus. De Amerikaanse hegemonie wordt nu beëindigd door een president die Amerika ‘groot’ wil maken. Internationale mensenrechtenwetten en handelsakkoorden worden verfrommeld. De VN worden gekort. Rusland krijgt militair de vrije hand rondom Europa, inclusief de Balkan, Syrië en Libië – zelfs de vredesbesprekingen op Cyprus worden gesaboteerd. Azië hoort van Washington dat het verder zelf alles maar moet uitzoeken. China krijgt daarmee, zonder één schot te lossen, heerschappij in de regio. De G20 is in een paar weken tijd gereduceerd tot G-nul.

Welke gevolgen heeft dit voor Europa? Velen voorspellen dat Europa versplintert, net als de wereld om haar heen. Kijk maar naar Brexit, de eeuwige Griekse crisis, de renationalisatie van de Europese handelspolitiek, het geruzie over migranten, het succes van eurosceptische populisten – de lijst is lang. Europeanen zijn extreem defaitistisch. Velen denken dat extreemrechts dit jaar bij de verkiezingen in Frankrijk, Nederland en Duitsland goed gaat scoren. Wie parallellen zoekt met de opkomst van de nationaalsocialisten in de jaren dertig – óók gesteund door een gebutste, opgehitste, angstige middenklasse –, vindt er ontmoedigend veel.

In dit klimaat is een herlancering van de Europese Unie, beloofd voor volgende maand in Rome, te hoog gegrepen. 28 leiders kunnen geen toekomstvisie ontwikkelen. Maar een klein groepje kan dat wel. De kans dat de rest dan volgt, is aanzienlijk: weinig keus. De basis voor de EU is ooit gelegd door Duitsland en Frankrijk. De ‘as’ Parijs-Berlijn, de steunpilaar van de EU, heeft afgelopen jaren slecht gefunctioneerd. Maar sinds de Amerikaanse verkiezingen is er weer druk verkeer. Bondskanselier Merkel was dinsdag ook in Polen. Lang was ze er nauwelijks welkom. Maar de Polen hebben zich naar een uithoek van de EU gemanoeuvreerd en zoeken weer toenadering: het Russische gegrom en het gezwabber van Amerika geeft hen een onveilig gevoel. Ook de Benelux, waakvlammetje tussen grote landen, is weer geactiveerd. Merkel spreekt over een harde kern die Europa uit de modder moet halen. De eurogroep blijft volgens haar intact.

Waarom een kerngroep dit zou doen? Omdat er niets anders opzit in tijden van de G-nul. Omdat het repareren van de status quo duizendmaal beter is dan chaos en destructie. Jean-Luc Sauron, auteur van het boek Faites l’Europe, pas la Guerre, zei laatst tegen Libération: „Als we de Europese machine niet weer aan de gang krijgen, worden we het speelveld waarop de rest van de wereld zijn tegenstrijdige belangen uitvecht.” In die zin blijft Europa het centrum van de wereld: grootmachten roeren van oudsher in de Europese pot. De vraag is dus wie hier de baas wordt: zij, of Europeanen zelf?