In Gangneung rekent hij af met het olympische trauma van Sotsji

WK afstanden Jan Smeekens had jaren last van zijn olympisch zilver op de 500 meter in Sotsji. Vrijdag maakte hij korte metten met het verleden.

Foto ANP

Daar stonden Jan Smeekens en coach Jac Orie samen aan de binnenkant van de baan, te turen naar het scorebord. Het leek een flashback van drie jaar geleden, toen ze op het olympische ijs in Sotsji precies zo stonden. Maar dit was niet Sotsji, dit was Gangneung. En waar de 500 meter drie jaar geleden uitdraaide op een anti-climax, was er nu extase. Dus klonk er meteen na afloop een harde oerkreet door de hal van Gangneung. „Hier heb ik altijd van gedroomd”, sprak Smeekens.

Als eerste Nederlander ooit werd hij vrijdag wereldkampioen op de 500 meter. Het was zijn eerste grote internationale titel, een dag voor zijn dertigste verjaardag. Zijn snelste race ooit op zeeniveau (34,58), sneller dan de Duitser Nico Ihle (34,66) en de Rus Roeslan Moerasjov (34,76). Maar vooral was het de dag waarop hij afrekende met het trauma van Sotsji. „Als je de dalen hebt meegemaakt, zijn de pieken nog mooier.”

Dat scorebord in Sotsji, die ‘1’ voor zijn naam die na afloop plotseling in een ‘2’ veranderde. Smeekens en Orie hadden al gejuicht, toen ze zagen dat het goud na een tijdcorrectie toch naar Michel Mulder ging en er ‘slechts’ zilver restte. Het moment dat een hele carrière dreigde te overschaduwen. Wie weet nog dat Smeekens in het seizoen 2012-2013 liefst zes wereldbekerwedstrijden op rij won en zeven in totaal? Een pure vakman op ijzers, op de hoogste snelheid alles onder controle. Maar nooit de ultieme beloning. Tot nu.

Een revanche voor Sotsji wilde hij het niet noemen. „Als je altijd bezig bent met de revanche voor Sotsji, gaat het niet lukken. Elke wedstrijd staat op zichzelf en op zich ben ik achteraf best trots op mijn zilveren plak. Je moet juist alles loslaten en opnieuw gaan bouwen. Geen haatgevoelens koesteren, de knop omzetten.”

Meteen de eerste ochtend na de domper in Sotsji, aan het ontbijt, stelde hij samen met Orie een nieuw doel. Om de gedachten weg te verdrijven aan het verloren goud, om zijn hoofd leeg te maken. Hij ging proberen het wereldrecord te verbeteren, wilde de eerste worden die ooit een 500 meter kon schaatsen onder de magische grens van de 34 seconden. Een nieuwe horizon.

Maar in de jaren na Sotsji kampte hij langdurig met rugklachten, probeerde hij vergeefs een ‘zittende’ driepuntstart en was er de onoverwinnelijke Pavel Koelizjnikov die zijn motivatie nog eens extra op de proef stelde. Het niveau van zijn trainingen daalde, de prestaties vielen tegen. Niet hij maar Koelizjnikov was de eerste onder 34 seconden: 33,98. Vijftiende was Smeekens vorig jaar bij de WK afstanden in Kolomna op ‘zijn’ 500 meter.

„Ik heb toch last gehad van Sotsji”, zei hij vrijdag in Gangneung. „Als je er geestelijk niet helemaal bij bent, lukt het ook technisch niet. In topsport wordt alles ook uitvergroot, het kost gewoon een periode om zoiets te verwerken. Gedacht aan stoppen? Nee, dat nooit. Schaatsen blijft prachtig. Het plezier dat je haalt uit de sport, de trainingen kunnen uitvoeren.”

Waar de Russische wondersprinter Koelizjnikov na dopingbeschuldigingen en blessureleed terugviel en ontbrak in Gangneung, keerde Smeekens dit seizoen terug aan de wereldtop. Al in de zomer merkte hij dat de trainingen weer op het niveau kwamen van zijn glorietijd. In de winter reeg hij de 34’ers weer aaneen. Haalde medailles bij wereldbekers in Nagano (zilver) en onlangs in Berlijn (brons). „Zeker op de sprint moet mentaal, fysiek en technisch alles kloppen”, legt hij uit. „Tussen 35,0 en 34,8 zit een groot verschil. Vandaag kwam het er goed uit.”

Hoge hartslag

Na zijn toptijd in de achtste rit, ondanks een misslag na 380 meter, stond hij in zijn hemd langs de boarding. „Ik moest nog vier ritten wachten.” Met coaches Orie en Bjarne Rykkje en fysio Nico Hofman staarde hij opnieuw naar het scorebord. „Het was zo verschrikkelijk spannend.” Hij zag Dai Dai Ntab vallen. „Mijn hartslag bleef maar hoog.” In de voorlaatste rit had nog altijd niemand zijn tijd verbeterd. Brons, maar dat deed hem niets. „Ik was hierheen gekomen om te winnen.”

Pas toen topfavoriet Moerasjov in de laatste rit niet sneller bleek, explodeerde hij. Alles van zich afgeschud, opnieuw begonnen, en dan dit. Hij sprong in de armen van Orie, daarna Rykkje en Hofman. „We zitten al acht, negen jaar in hetzelfde schuitje. Dan is het prachtig om iedereen om je heen te hebben.” De oerkreet op het middenterrein vertelde het hele verhaal.