Na een onderbreking proeft Evander Sno opnieuw aan het profvoetbal

Evander Sno

Na een onderbreking proeft Evander Sno opnieuw aan het profvoetbal. „Ik hoop nog steeds dat er een mooie club voorbijkomt.”

Foto Andreas Terlaak

De handdruk bij de kennismaking met Evander Sno is stevig. Op een manier toont het de vastberadenheid waarmee hij door het leven gaat. Tevens is het een voorbode voor zijn houding tijdens het interview. Een man met ruggengraat, die beschikt over een aardige dosis zelfvertrouwen. Dat zou best eens met zijn voetbalopleiding bij Ajax te maken kunnen hebben. De middenvelder werd geboren in Dordrecht, maar groeide op in de hoofdstad „Als je bij Ajax zit, ben je er niet voor niets toch? Dat wil zeggen dat je wat kan. Dat zelfvertrouwen zit in mijn karakter. Ik geloof ook dat alles goed komt, ben positief ingesteld. Dan wil ik niet nadenken over negativiteit.”

Het gaat ook best goed met Sno (29). In december verbond de middenvelder zich voor anderhalf jaar aan zijn oude club RKC Waalwijk. Na twee jaar afwezigheid proeft hij opnieuw van het profvoetbal. Een periode die hij vooral doorbracht op de Nordin Wooter Academy, de voetbalschool van de oud-Ajacied, om zijn conditie op peil te houden. Nu wil hij „gewoon weer lekker voetballen”.

Champions League

Tien jaar geleden speelde Sno nog Champions League met het Schotse Celtic en in 2008 maakte hij nog deel uit van de Nederlandse olympische voetbalploeg in Beijing „Wat mijn persoonlijkheid betreft, ben ik altijd hetzelfde gebleven. Natuurlijk worden we allemaal met de dag wijzer in het leven. Iedere dag leer je. Neem mijn eetgewoonte: in de ochtend eet ik nu misschien beter dan vroeger. Als jonge gast ben je daar niet mee bezig. Nu begrijp je dat je lichaam je motor is en weet ik dat je dat goed moet onderhouden.”

Ietwat onderuitgezakt zit hij op een stoel in de persruimte. Vlakbij de koffieautomaat somt een vitrinekast de historie van de club op. Een kampioensschaal van de Jupiler League uit 2011 springt in het oog. Maar tussen de banieren en de oude, vergeelde ploegfoto’s en archiefdocumenten, is het zilverwerk eerder sober.

Alle ballen op Sno

Het is misschien niet wat Sno voor ogen had toen hij aan het begin van zijn carrière als groot talent te boek stond. Toch voelt hij zich prima bij zijn nieuwe club. Al is nieuw hier relatief. Het is immers al voor de derde keer dat hij het shirt van de Brabantse club aantrekt. De banden werden nooit doorgeknipt. Ook tijdens zijn afwezigheid van de velden bleef het contact. Naar aanleiding van het 75-jarig bestaan, twee jaar geleden, sierde hij zelfs de cover van het boek dat de club uitbracht, getiteld Alle ballen op Sno. „Ik voel een connectie met de club. Andersom ook. We weten wat we aan elkaar hebben en wat we van elkaar kunnen verwachten. Het is een warme club, dat zie je aan de manier waarop iedereen met elkaar omgaat. Van de schoonmakers tot aan de directeur. Aan alles zit een menselijke kant. Promotie naar de eredivisie zou het mooiste zijn. We hebben een goed team staan, dus het is iets waar we naar toe werken. Er komt natuurlijk ook wat geluk bij kijken, maar we hebben genoeg kwaliteiten om het te verwezenlijken.”

Een leider, geen volger

Wie een blik werpt op de spelersgroep ziet dat Sno tot de ouderen in het team behoort. Ook met het weghalen van zijn kenmerkende dreadlocks gaf hij een stukje jeugdigheid op. De ervaring die hij opdeed bij verschillende clubs, het uitgesproken karakter en de daaraan gekoppelde winnaarsmentaliteit, lenen zich voor een voortrekkersrol. „Het is niet zo dat ik bewust tegen mezelf zeg ‘ik moet leiden’. Wat ik van mensen om me heen vaak hoor is dat ze zich aan mij optrekken en leiderschap in me zien. Ik denk wel dat ik in mijn manier van spelen en denken mensen meetrek. Hoe zich dat uit? In mijn manier van denken: mijn mentaliteit. Als ik een wedstrijd speel, trek ik graag de kar en wil ik dat mensen daarin meegaan. Ik blijf niet op de achtergrond en ga voorop in de strijd. Ik ben eerder een leider dan een volger.”

Aan dat leiderschap wil de middenvelder een vervolg geven na zijn loopbaan. Dan wil hij graag trainer worden. Deze zomer start hij alvast met de trainerscursus die de KNVB aanbiedt. Maar: „Een trainer is niet automatisch een leider. Je hebt ook trainers rondlopen die geen leiders zijn, maar die wel dat papiertje hebben.”

Hij zegt het onomwonden terwijl hij het theezakje in zijn beker dompelt. Sno zelf botste weleens met coaches. „Je bent wie je bent. Maar je kan wel dingen bijleren en zaken die bij je horen loslaten, maar je blijft wie je bent. Een mens kan nooit te eerlijk zijn. Dat bestaat niet. Als ik tegen jou zeg: jij bent een slechte interviewer. Dan ben ik eerlijk, want dat is mijn mening. Maar het is de manier waarop je iets overbrengt. Ik kan zeggen. Ik vind je niet slecht, maar ik heb betere interviews gehad. Dan kan je me niets kwalijk nemen. Ook al ben je het er niet mee eens, moet je eerlijkheid altijd kunnen waarderen. Iedereen heeft een bepaald karakter. Ik ben niet op een leeftijd waar ik nog echt zou kunnen veranderen. Je kan me niet kneden tot wat ik niet ben.”

Hartstilstand

Sno heeft een sterk geloof dat alles uiteindelijk goed komt. „Alles loopt zoals het moet lopen. Uiteindelijk heeft iedereen een levenspad.” Sno houdt zijn vizier liever op de toekomst dan naar het verleden te kijken. Dat telt niet meer voor hem. In 2010 kreeg hij een hartstilstand tijdens een wedstrijd van Jong Ajax. Hij kreeg een defibrillator en keerde een jaar later terug in het betaalde voetbal bij RKC.

In 2012 kreeg Sno weer een hartstilstand op het veld, toen als speler van NEC:

Wanneer het over zijn hart gaat, kruipt Sno in het defensief. Het is een onderwerp waarover Sno het niet graag heeft. De vraag of hij nog met angst voetbalt beantwoordt hij kort en op koele toon. „Nee.” De vraag wakkert onbegrip aan. De artsen verklaarden hem gezond en daarmee is het voor hem klaar. „Het is al zo lang geleden. Mensen blijven het daar over hebben, voor mij is het al klaar. Ik kijk alleen naar het nu en naar de toekomst en niet naar het verleden. Of mensen om me heen zich zorgen maken? Dat kan, maar daar merk ik niets van. Dat spreken ze niet naar me uit.”

Hebben zijn hartproblemen hem een kwalijke stempel bezorgd? Over de suggestie dat clubs met enige scepsis de speler Sno kijken kan hij niets zeggen. „Ik begrijp dat ik gezond ben verklaard en weer aan het voetballen ben. Alles gaat goed. Daar bouw ik op. Waar een ander persoon op bouwt, kan ik niets over zeggen. Ik sterk me in het feit dat alles goed gaat. Dat moet ik nemen zoals het komt. Als clubs geen interesse tonen omdat ze twijfels hebben over mijn gezondheid is dat hun zaak. Dat is de bekrompenheid van de mens.”

Sno durft best wel te dromen „Iedere club is een nieuwe ervaring en geeft nieuwe kansen. Net als hier bij RKC wil ik proberen iets neer te zetten en iets op te bouwen. Ik hoop nog steeds dat er ooit een mooie club voorbijkomt. Daar blijf ik op hopen en ik blijf ervoor knokken. Tot die tijd wil ik gewoon lekker voetballen.”