Rotjoch: ‘Ik help de NPO zonder dat ze het doorhebben’

Hiphop-tv Rotjoch (35) heeft het grootste hiphopplatform van Nederland en won de Pop Media Prijs. Toch is hij niet in een feeststemming. ‘De jonge generatie, mensen met een andere cultuur of denkwijze, worden gewoon genegeerd.’

Rotjoch: „Dertig-plus is oud voor een rapper, net als bij voetballers”.

Er is één woord dat Rotjoch te weinig hoort maar zelf wel veel laat vallen: erkenning. Hoewel zijn hiphopplatform 101Barz al jaren goed is voor miljoenen YouTube-views en daarmee het populairste online initiatief van de NPO is. En hoewel hij vorige maand de prestigieuze Pop Media Prijs won. De jury schreef lovend: ‘Rotjoch zorgt ervoor dat nieuw talent de aandacht krijgt dat het verdient. Ronnie Flex, Broederliefde en Sevn Alias zouden zonder Rotjoch nooit zo bekend geworden als ze nu zijn.’

Maar Rotjoch, echte naam Angelo Diop (35), is nog niet echt in een feeststemming. Hij leunt achterover in zijn bureaustoel, armen over elkaar en staart naar de muur. Erkenning dus. Ja, dat krijgt hij wel van de industrie – van managers, rappers, labels. Maar niet van de NPO, dat nog vooral is gericht op lineaire (‘ouderwetse’) televisie. En Rotjoch kent ‘niemand die nog tv kijkt’.

Rotjoch draagt een zwart-lichtblauw trainingspak van FC Barcelona en een bril met een donker montuur. Hij wil praten over zijn werk en het gevecht dat hij al jaren voert: een serieuze plek voor hiphop in de witte omroepwereld. „Als je ziet hoe groot 101Barz is, vergeleken met…” Hij is even stil. „…bijna alle tv-programma’s krijgen meer aandacht en in elk geval meer budget.”

Zijn kleine studio op het Hilversumse Mediapark is ingericht als een sobere studentenkamer, met een zwarte leren bank en een fles Grey Goose-wodka op een computerspeaker. Bijna alle grote Nederlandse rappers zijn ooit langs geweest. Broederliefde, Hef, Typhoon.

Een typische 101Barz-studiosessie begint met presentator Rotjoch en de woorden „Rotjoch op je beeldscherm!”. Hij kondigt een gast aan, de beat wordt ingestart, de genodigde rappers zetten hun koptelefoon op, kijken strak in de camera en beginnen. Op de achtergrond een groep meegekomen vrienden, altijd jongens, vaak houden ze hun jas aan.

Een goede 101Barz-video, elke week verschijnt er een nieuwe online, wordt in een paar dagen honderdduizenden keren bekijken. Er zijn uitschieters met miljoenen views. Rapper Boef is recordhouder. Zijn laatste optreden, waarin hij bijna acht minuten onafgebroken rapt, ‘Studiosessie 224’, werd 9,2 miljoen keer bekeken – dat is 5,8 miljoen meer dan de best bekeken video van de populaire vlogger Enzo Knol.

De studiosessie met rapper Boef

101Barz, dat onderdeel uitmaakt van BNN, is een constante factor in de snel veranderende hiphopwereld. Toen Rotjoch begon, was rap een kleine subcultuur. De grootste hiphop-acts kregen 200 euro voor een festival of optreden, zegt Rotjoch. „Nu zijn er acts die voor 14.000 euro per show worden geboekt.” Hiphop heeft meerdere gezichten gekregen, het is mainstream geworden. Kijk naar Lil’ Kleine of Ronnie Flex. Rotjoch: „Broederliefde stond laatst op Vrienden van Amstel Live.” Met Guus Meeuwis en Nick en Simon.

Uitzendbureau

Rotjoch groeide op in Amsterdam Zuidoost, daar woonde hij met zijn moeder en zusje. „Net als veel andere jonge mensen kon ik geen werk vinden. Ik werkte af en toe hier, af en toe daar, uitzendbureau, baantjes gehad. Ja eh, wat kan ik erover zeggen. Ik praat niet meer over mijn straatverleden.” Een paar jaar geleden zei hij in een interview met een Surinaams blad: „Als BNN niet was gekomen, was ik een zware crimineel geweest.”

Hij had ‘nul komma nul’ televisie-ervaring toen hij in 2006 op een vacature van BNN reageerde. Ze zochten jonge tv-makers die een nieuw digitaal kanaal wilden opzetten, dat werd uiteindelijk 101TV. Het was de bedoeling dat hij korte, grappige filmpjes zou maken, maar hij vond zichzelf „helemaal niet zo grappig. Ik heb ook principes gewoon. Als ik ergens niet achter sta, ga ik het niet doen.”

Zat hij daar, bij BNN, een paar maanden niets gedaan en een contract dat ten einde liep. „Toen dacht ik: ik ga iets doen wat ik wel tof vind: een platform voor Nederlandse hiphop. Dat was er niet, had nooit bestaan. Alles was Amerikaans, Amerikaans, Amerikaans.”

Hij denkt dat daar een groot deel van „de love en respect” vandaan komt: dat hij als eerste Nederlander durfde te zeggen: „Fok die Amerikaanse shit. ‘We gaan naar onszelf kijken.”

Hij begon in 2006, met een minimaal budget in een studio met afgedankte decorstukken. Zijn show werd uitgezonden op het digitale kanaal van 101TV. Al was er volgens Rotjoch niemand die echt begreep waar hij mee bezig was. „Ik had geen budget, niemand was geïnteresseerd, ik had niks. Maar er was iemand van de digitale afdeling die hem hielp. Hij bouwde in zijn vrije tijd de eerste site met een videoplayer. In 2009 haalde de site voor het eerst een piek van 1,2 miljoen unieke bezoekers per maand.

Twee jaar later zag Rotjoch dat de cijfers daalden. Zijn kijkers waren naar YouTube gegaan. „Fans, en zelfs artiesten, ripten de video’s van onze site en plaatsten ze op YouTube. Sommige hadden miljoenen hits. Het landschap veranderde, wij moesten ons huisje verplaatsen naar een hogere plek op de berg. We zijn tegen de regels in – de NPO wil alles het liefst op haar eigen platformen houden – ook alles op YouTube gaan bonken. Het werd heel snel heel groot.”

De studiosessie met Broederliefde.

Rotjoch hoopt dat het ooit goedkomt tussen hem en de NPO. Maar sommige regels begrijpt hij niet. Zo mogen er nog steeds geen advertenties voor zijn video’s geplaatst worden, daardoor wordt er nu niets met zijn succesvolle YouTubekanaal verdiend. Hij zou zo’n 1.200 euro per miljoen views kunnen krijgen, rekent hij voor, en per maand heeft hij zo’n tien miljoen views. Maar niks dus. Hij zucht. „De mensen die de regels opstellen hebben geen idee van wat er echt speelt.”

De NPO ziet dit anders: ‘We geven Rotjoch volop de ruimte. Maar we willen wel dat publieke ‘content’ als zodanig herkenbaar is, we moeten mensen naar onze publieke platforms kunnen verleiden’, schrijven ze in een reactie.

Acht jaar lang was hij in dienst bij BNN, sinds een paar jaar laat hij zich als freelancer inhuren. „Ik ben er financieel op vooruitgegaan”, zegt hij, en helemaal weggaan is geen optie. „Ik zie het als een taak…” Hij valt even stil. „Ik vind dat de jonge generatie, mensen met een andere cultuur, achtergrond of denkwijze, gewoon genegeerd worden. Terwijl de NPO wordt betaald met belastinggeld. Dan moet je alle lagen van de bevolking bereiken, helemaal als het zo’n grote laag is. Het is een taak geworden om intern te vechten tegen dit establishment, tegen alles wat fout is hier. Ik vind dat ik de NPO enorm help, zonder dat ze het zelf doorhebben. Ze zouden mij als adviseur moeten aanstellen.”

Neefje van 13

Het woord erkenning valt weer. „Je kunt niet meer om de muziek van deze generatie heen”, zegt hij. „En ook buiten de muziek zouden ze serieus genomen moeten worden.” Rotjoch leunt naar voren, praat sneller dan hij het hele gesprek gedaan heeft, en zegt: „Ik ben totaal niet politiek ingesteld, maar ik zie wel hele rare dingen gebeuren. Ik heb een andere huidskleur, kleed me anders, praat een beetje anders, maar ik ben echt hier opgegroeid. Ik heb geen land waar ik heen kan. Hoe ik mezelf profileer, heb ik in Nederland geleerd. Dat wordt niet erkend. Er staat een nieuwe generatie op.”

Dat is zijn stokpaardje, want ook Rotjoch wordt ouder („Dertig-plus is oud voor een rapper, net als bij voetballers”). Maar een mens moet meegroeien, vindt hij. „Zelfs ik begrijp soms niks van wat er gebeurt. Dan forceer ik mezelf om het te begrijpen, anders doe ik mijn werk niet goed. Wie ben ik om te zeggen dat ik iets fokking nep vind. Dat heb ik vaak genoeg gehad hoor, geloof me, dat de jongens hier op de redactie een track aanzetten die ik superkut vind. Ik neem de mening van mijn dertienjarige neefje net zo serieus als die van een volwassene, misschien nog wel serieuzer. Waarom? Omdat zijn generatie gaat bepalen wat goed is.”

Rotjoch zag de cijfers, en wist dat het goed was.