Het oefenterrein van de Holocaust

Namibië Duitsland staat op het punt te erkennen dat het tussen 1904 en 1908 genocide pleegde als koloniale macht in Zuidwest-Afrika. De Duitse regering praat met Namibië over schadevergoeding. Te moeizaam, vinden nakomelingen van de slachtoffers. Een Duitse nazaat in Swakopmund vindt de dodenaantallen overdreven.

Krijgsgevangen Hottentotten in toenmalig Duits Zuidwest-Afrika, 1901. German Postal History

Een koude zeewind blaast vanaf de Atlantische Oceaan zandkorrels in het gezicht van Laidlaw Peringanda. Hij vloekt. „Moet je hier eens kijken wat ze schrijven”, zegt hij als hij op de algemene begraafplaats van Swakopmund stil houdt bij een gedenksteen. „Ter nagedachtenis van de duizenden heroïsche Ovaherero/Ovambanderu die verdwenen onder mysterieuze omstandigheden in de handen van hun Duitse koloniale meesters”, staat in het zwarte marmer geschreven.

„Die woorden snijden dwars door mijn ziel. Hoezo mysterieuze omstandigheden? We kennen de doodsoorzaak van mijn volk”, zegt Peringanda.

Achter zijn rug liggen de graven van de Duitsers, zerken vol liefdevolle woorden, een geboorte- en een sterfdatum. Voor hem liggen honderden molshopen van zand, zo groot als volwassen mannen en vrouwen. Ze liggen tot aan de rand van het goudgele duinzand van de Namibische kust. Graven zonder kruis en zonder naam. Een knekelveld voor de anonieme doden die hier tussen 1904 en 1908 stierven in een door Duitse kolonisten gebouwd concentratiekamp. Ruim 35 jaar voor Auschwitz. Stille getuigen van een vergeten genocide overschaduwd door twee wereldoorlogen en eurocentrische amnesie. „Op school wordt onze kinderen nog steeds niet geleerd wat hier is gebeurd. Het is een grove schande.”

Voor het eerst sinds het begin van de vorige eeuw onderhandelt de Duitse regering nu met de Namibische regering over compensatie voor de gevolgen van die massaslachting op Herero en Nama, twee minderheden die eind negentiende eeuw in opstand kwamen tegen het Duitse landjepik.

Volgens de officiële geschiedschrijving kwamen in vier jaar tijd ruim 60.000 Herero om het leven: 80 procent van de gehele bevolkingsgroep. Nergens was een volkerenmoord zo grondig, als hier in de woestijn van het huidige Namibië.

Ruim 10.000 Nama kwamen ook om het leven, de helft van die bevolkingsgroep. Na decennia van ontkenning is de Duitse politiek nu bereid om niet alleen die genocide te erkennen, maar ook om Namibië financieel te compenseren voor het leed. De vraag is nu alleen nog: hoe en wanneer.

Maar het debat over de volkerenmoord in Zuidwest-Afrika wordt bevuild door ‘alternatieve waarheden’, propaganda en ontkenningen. Niet alleen in Duitsland is de discussie over een vergeten geschiedenis opgelaaid. Ook hier in de voormalige kolonie waart een felle strijd over de vraag wat onder het duinzand precies begraven ligt.

„Ik denk niet dat er sprake was van genocide”, zegt Wilfried Groenewald. Hij is het enige Duitssprekende gemeenteraadslid van Swakopmund. „De dodencijfers zijn overdreven. Volgens de kranten uit die tijd woonden er nog geen 40.000 Herero in het gebied, dus hoe kunnen er dan 100.000 zijn omgekomen? Bovendien: de Herero begonnen. Pleegden zij ook geen genocide?”

Swakopmund is een stad gebouwd rond koloniale ontkenning. Straatnamen eren koloniale helden, als Otto von Bismarck, die Deutsch-Südwest-Afrika in 1884 inlijfde. Hotels als Hotel Zum Kaiser zijn een ode aan Keizer Wilhelm die in 1904 zijn Schutztruppe op de boot zette om de kolonie waar zijn onderdanen Lebensraum hoopten te vinden, veilig te stellen bij de opstand.

Lees meer over de volkerenmoord in Namibië: De vergeten genocide

In het hart van Swakopmund staat het Mariniers Gedenkteken, dat „in naam van God” het korps herdenkt dat „voor keizer en keizerrijk” de strafcampagne tegen de Herero en Nama aanvoerde. Zij voerden het uitroeiingsbevel uit van commandant Lothar von Trotha, die in 1904 beval „iedere Herero, met of zonder geweer, met of zonder vee, te doden”.

Hun waterbronnen werden vergiftigd en de Herero werden de zinderende vlakten van de Omaheke woestijn in gedreven. Toen dit na twee maanden nog niet de gewenste resultaten had opgeleverd werden de overgebleven Herero en Nama in concentratiekampen vastgezet.

In het verre zuiden lag kamp Haaieneiland, bij de kustplaats Lüderitz, waar vanaf juni 1904 op grote schaal gevangenen werden gemarteld, uitgehongerd, verkracht en vermoord.

Op Haaieneiland werden de schedels van tientallen gevangenen van hun rompen gesneden en in kisten vervoerd naar laboratoria in de Duitse hoofdstad. Voor experimenten door met rassentheorieën geobsedeerde professoren. De afzenders waren zo trots op deze praktijken, dat ze er foto’s en prentkaarten van maakten. Met de groeten uit Südwest.

Nazi-denken

Hier in kamp Swakopmund stierf ruim 40 procent van de gevangenen binnen de eerste vier maanden. De maximale levensverwachting van zelfs de sterkste gevangene was tien maanden. Al deze feiten werden keurig genoteerd door de Duitse kampwachten en plaatselijke missionarissen die de gruwelijkheden in hun dagboeken beschreven. Hun bevindingen staan in tal van geschiedenisboeken over Namibië te lezen.

Toch zegt gemeenteraadslid Groenewald aan de voet van het Mariniers Gedenkteken „moordenaars? Wie zegt dat dit moordenaars zijn?” „Dit zijn soldaten die aan ziekten zijn bezweken.”

Herero-activisten bekladden vorig jaar het monument met rode verf. „Dat is ons bloed dat de Duitsers hebben vergoten”, zegt activist Peringanda. „Dit monument moet terug naar Duitsland.”

In het in 2010 verschenen boek ‘The Kaiser’s holocaust’ wordt het Duitse koloniale verleden in het huidige Namibië als een van de pilaren van het denken van de nazi’s neergezet. „Wat we ongelooflijk vonden is dat de ervaringen in de koloniale wereld helemaal vergeten zijn door degenen die probeerden te begrijpen wat in Nazi-Duitsland is gebeurd. Alsof het allemaal pas begonnen is met de onderhandelingen in Versailles. Natuurlijk is er een duidelijk verband tussen wat hier is gebeurd en de jaren dertig”, zegt co-auteur Casper Erichsen. „De rassentheorieën, die hier ontwikkeld zijn. De werkkampen. De doodskampen. De bruinhemden zijn voortgekomen uit de safari-uniformen van de Schutztruppe. De founding father van de nazi-partij Ritter Von Epp, was een luitenant in het koloniale leger en heeft hier zijn theorieën gevormd. De vader van Herman Göring was hier gestationeerd.”

De Britse omroep BBC maakte een documentaire over de genocide in Namibië:

Leeg land

Maar veel van die bewijslast vormt een directe bedreiging voor het voortbestaan van de nazaten van de Duitse kolonisten. Erkenning van de volkerenmoord ondermijnt het oude idee van de kolonisten dat het zuidwesten van Afrika bij aankomst een terra incognita was. Leeg land. Dat is het idee waar de Duitse boeren in het oosten van het land, waar de oorlog met de Herero begon, maar al te graag aan vasthouden.

„Er waren niet meer dan 35.000 Herero toen de oorlog begon”, verzekert Heinrich Schneider-Waterberg (84). Zijn boerderij van 40.000 hectaren erfde hij van zijn vader, een soldaat in het Duitse leger die in 1908 dit land kocht. Schneider-Waterberg schreef zijn alternatieve geschiedenis op in het boek Der Wahrheit eine Gasse (2005) (Een bres naar de waarheid). „Veel van de Herero zijn naar Botswana gevlucht in augustus 1904. De Duitse troepen waren tegen die tijd uitgeput van hun reis van Swakopmund, de gevolgen van een tyfusuitbraak en het gebrek aan water. Zij waren niet in staat een volkerenmoord uit te voeren. Ik ben een van de drie mensen in de wereld die de dagboeken van generaal Von Trotha heeft gelezen. Op 19 september verzucht hij: ‘Waar zijn de Herero. Ik ga ze niet meer achterna. Basta!’”

Het uitroeiingsbevel geeft Von Trotha een halve maand later. „Dat was niet meer dan een tactiek om de Herero angst aan te jagen. Er was geen intentie om het werkelijk uit te voeren.”

De woorden van Schneider-Waterberg werden afgelopen najaar ook in het Duitse tijdschrift Der Spiegel opgeschreven. Ze leidden tot grote verontwaardiging onder genocide-kenners in Duitsland. De bekende historicus Jürgen Zimmerer wees erop dat het blad ruimte gaf aan genocide-ontkenning door een oude kolonistenfamilie, juist op het moment dat in Duitsland de erkenning van deze genocide doorbrak. „Deze hele discussie is gebaseerd op politiek en ideologie’’, schampert Friedrichs zoon en erfgenaam Harry Schneider-Waterberg. „We moeten die geschiedenis achter ons laten.”

Terugpakken

Maar dat vinden niet de nabestaanden van de Herero in dit gebied. De gigantische landerijen van de Duitse boeren zijn een doorn in het oog van de gemeenschap die op kleine perceeltjes samenhokken in het dichtstbijzijnde dorp Okakarara. „Zij hebben al dat land. En ik heb niets”, zegt de traditionele Herero-leider Sam Kambazembi. „We hebben nog geen dag, nog geen uur nodig om terug te pakken wat ons toebehoort. Die boerderijen liggen hier vlakbij. Maar de boeren lijken zich geen zorgen te maken. Ze schrijven boeken waarin ze zeggen dat ze hun boerderij in 1908 gekocht hebben. Stel je dat even voor. In 1908 zijn onze mensen hier weggevlucht. Van wie hebben ze dat land dan gekocht?”

De Herero en de Nama zijn woedend op hun eigen regering omdat ze niet zijn uitgenodigd aan de onderhandelingstafel met de Duitse regering. De Swapo-regering wordt gedomineerd door de Ovambo, die begin twintigste eeuw door de Duitsers werden gespaard. Uit angst dat de schadevergoeding straks in de zakken verdwijnt van Namibiërs die niet onder dat verleden hebben geleden, zijn de Herero en Nama naar een Amerikaanse rechter gestapt. Ze hopen op een zelfde schadevergoeding als de Joodse gemeenschap eerder kreeg. „Onze eigen regering is zeer onverschillig. Al wat zij willen is geld om hun begrotingstekort weg te werken”, zegt Vetaruke Kandorozu, een Herero gemeenteraadslid. „Dit is voor ons een tweede genocide.”

De speciale afgezant van Namibië bij de onderhandelingen heeft verklaard dat de Herero en Nama wel degelijk betrokken zullen worden bij de onderhandelingen zo gauw de hoogte van het compensatiebedrag bekend is. Duitsland wil dit geen herstelbetalingen noemen binnen het kader van de Conventie voor Genocide van de Verenigde Naties uit 1948. Duitsland vreest anders een lawine van andere claims.

Toch verdienen de Duitse onderhandelingen meer lof dan de leiders van de Herero en Nama gemeenschappen bereid zijn te geven, vindt auteur Casper Erichsen. „Duitsland loopt op de troepen vooruit. Ze doen wat anderen niet durven. Ze hebben spijt betuigd. Ze kijken naar schadevergoedingen. Dat is een doorbraak. Nederland, Engeland, België en ook mijn eigen land Denemarken moeten een voorbeeld nemen aan Duitsland en eens diep in hun ziel gaan kijken. We weigeren nog steeds onze rol te erkennen in de wereld waarin we leven en waar het overgrote deel van de mensen straatarm is. Natuurlijk kijken zij naar de landen die van kolonialisme hebben geprofiteerd. Daar profiteren we nog steeds van.’’