Grote staalproducenten kruipen langzaam uit een diep dal

Industrie

Tata Steel, ThyssenKrupp en ArcelorMittal maakten deze week hoopgevende cijfers bekend. Maar de onrust is nog niet voorbij.

Staalfabriek van ArcelorMittal in Hamburg, Duitsland (2012). Foto Christian Charisius/EPA

Dumping van goedkoop staal uit China, overcapaciteit en uit de hand gelopen kosten. In de westerse staalindustrie ging het lange tijd over weinig anders dan crisismanagement en bedreigde banen. Maar nu de prijzen aantrekken en Brussel anti-dumpingmaatregelen heeft genomen, klimt de sector langzaam uit het dal.

Stijgende aandelenkoersen van grote internationale staalbedrijven lieten al langer zien dat beleggers herstel verwachtten in de sector. Deze week bleek dat vertrouwen gerechtvaardigd. Zowel Tata Steel, eigenaar van Nederlandse staalfabrieken in IJmuiden, als ThyssenKrupp en ArcelorMittal publiceerden hoopgevende kwartaalcijfers.

Het Indiase Tata Steel, dat dinsdag de boeken opendeed, kon zelfs voor het eerst in vijf kwartalen weer zwarte cijfers overleggen. Bij een omzet van dik 4 miljard euro kwam het concern kwam uit op een nettowinst van 32,1 miljoen euro. Dat is nog altijd een magere marge, maar vergeleken bij het verlies van 380 miljoen euro dat Tata in dezelfde periode vorig jaar rapporteerde, zagen de cijfers er goed uit.

Lees ook deze reportage over Tata Steel in IJmuiden van vorig jaar: Hoelang bestaat deze staalfabriek nog?

Winst voor ArcelorMittal

Datzelfde kon worden gezegd van ThyssenKrupp. Het Duitse bedrijf zag de brutowinst donderdag met 40 procent stijgen naar 329 miljoen. ’s Werelds grootste staalproducent ArcelorMittal, met hoofdkantoor in Londen en een notering aan de beurs van Amsterdam, overtrof vrijdag de verwachtingen van analisten en presenteerde zelfs de eerste jaarwinst sinds 2011.

De resultaten vormen een groot contrast met de onheilstijdingen die de branche lang beheersten. Tegenvallende economische groei, onder meer in de opkomende markten, stond herstel van de grondstoffenprijzen in de weg, terwijl de Chinese staalproductie overuren draaide en tegen afbraakprijzen werd afgezet in het Westen. Het gevolg: miljardenverliezen, zware saneringsprogramma’s en fusiegesprekken.

Stakingen en demonstraties

In oktober vorig jaar riep de Europese staalindustrie regeringsleiders en Brussel nog op om „de sector te beschermen en 320.000 banen te redden”. De brief werd ondertekend door bijna zestig bestuurders van Europese staalbedrijven, onder wie de topmannen van Tata Steel, ArcelorMittal en ThyssenKrupp. Grijpt de EU niet in, zoals eerder ook de VS deden om hun staalsector overeind te houden, dan gaat binnenkort het licht uit in de Europese fabrieken, aldus de managers.

Het appél, dat kracht werd bijgezet door stakingen en demonstraties van duizenden Europese staalwerkers, had succes. De Europese Commissie oordeelde dat de Europese staalindustrie inderdaad de dupe was van oneerlijke Aziatische concurrentie en vond importheffingen daarom gerechtvaardigd.

Is de onrust daarmee voorbij? Allerminst. Aantrekkende staalprijzen en importheffingen geven weliswaar wat verlichting, maar de sector kampt volgens analisten nog altijd met overcapaciteit en gebrekkige winstgevendheid. Gesprekken tussen ThyssenKrupp en Tata over de bundeling van de Europese staalactiviteiten gaan dan ook door.

Zowel in IJmuiden als bij de Duitse fabrieken onder meer Duisburg leiden die onderhandelingen al maanden tot grote onrust. Vakbonden vrezen sluiting van fabrieken en banenverlies wanneer Tata en ThyssenKrupp inderdaad tot een deal komen.