Opinie

Geen stiekeme euthanasie, maar zorgvuldig handelen

224 artsen spraken vrijdag hun ‘morele weerzin’ uit tegen euthanasie bij vergevorderde dementie. Steven Pleiter, directeur Levenseindekliniek, valt over hun gebruik van het woord ‘stiekem’.

Foto Remko de Waal / ANP


Steven Pleiter is directeur van de Levenseindekliniek

In de discussie over euthanasie bij mensen met gevorderde dementie wordt ten onrechte door een groep artsen in een paginagrote advertentie, in NRC (10/2) en andere kranten, een beeld geschetst alsof dit vaak voorkomt.

Maar euthanasie bij mensen met gevorderde dementie is extreem zeldzaam. Alleen met een duidelijke wilsverklaring en als er ondraaglijk en uitzichtloos lijden is, kan het. Dat laatste is vaak moeilijk te constateren. Zo moeilijk, dat euthanasie vrijwel nooit mogelijk blijkt.

Doodswens tijdens dementie

Ergerlijker is dat deze artsen beweren dat de euthanasie aan deze patiënten ‘stiekem’ zou worden gegeven. Een woord dat suggereert dat er heel doortrapt iets is gebeurd tegen de wil van de patiënt.

Aan de twee casussen van de Levenseindekliniek waarbij euthanasie aan gevorderd dementerenden wel mogelijk bleek zit niets stiekems. De patiënten lieten ook in hun dementie hun doodswens zien, om zo een einde te maken aan een situatie waarin ze volgens hun wilsverklaring nooit wilden terechtkomen.

Alles wat hij niet wilde

De meest in het oog springende casus, werd beschreven in de Volkskrant (6 januari 2017). Dit hartverscheurende verhaal betrof een patiënt die nauwkeurig zijn wensen had vastgelegd: “Zodra ik niet meer weet wie ‘ik’ ben, niet meer weet wie mijn vrouw is, niet mijn jongens herken, niet weet wie mijn kleinkinderen zijn, dan wil ik niet meer leven, dan is voor mij het leven een last”, schreef hij, onder meer, in zijn wilsverklaring.

Zijn lijden gaat verder dan dat niet-herkennen. Hij schreeuwt en gilt dat hij er een eind aan wil, toont zich getergd, en rolt zichzelf in een foetushouding onder zijn bed. Hij is voortdurend onrustig, put zichzelf uit. Medicatie helpt niet. Alles wat hij per se niet wilde („Als ik incontinent ben, voor altijd hulp nodig heb, een zombie word, ga ronddolen.”) is juist wel gebeurd.

Als ook een SCEN-arts bevestigt dat aan de zorgvuldigheidscriteria is voldaan, wordt besloten de euthanasie daar te geven waar de patiënt het liefste is, te midden van zijn vrouw en kinderen, thuis. Vanwege zijn motorische onrust is het nodig hem voor het overbrengen naar zijn huis te sederen. Thuis overlijdt hij na het toedienen van een injectie.

In een vroeg stadium

Dit was geen stiekeme euthanasie, dit was zorgvuldig handelen, in het belang van de patiënt, conform zijn wilsbeschikking. Had deze patiënt geen euthanasie gehad, dan hadden we hem in de steek gelaten. Zoals oud-hoogleraar ethiek Govert den Hartogh schreef: „Weerloos ben je als er dingen met je gebeuren die je verafschuwt zonder dat je daar iets tegen kunt doen. Het was de arts die zijn wilsverklaring heeft gevolgd die hem toch nog beschermd heeft.”

Wat deze casus nog eens leert is dat wie dement wordt, vrijwel alleen kans maakt op euthanasie als in een vroeg stadium van de ziekte daarom wordt gevraagd. Zo gauw de wens niet meer kan worden uitgesproken wordt het extreem moeilijk. Ook voor onze artsen.