Recensie

Erop uit, aanbellen, contacten leggen

Bonnetjesaffaire

Het boek over de bonnetjesaffaire van onderzoeksjournalist Bas Haan is spannend, en bevat een belangrijke les: ook in het digitale tijdperk heeft de klassieke jacht op de feiten nut.

Beeld iStock

Niet weer het bonnetje van de Teevendeal! Na al die publicaties en reportages, commentaren, Kamerbrieven, Kamerdebatten, de twee rapporten van de commissie Oosting (bij elkaar 735 pagina’s) en het vertrek van drie VVD-bewindslieden én de Kamervoorzitter, is er ook het boek De rekening voor Rutte van Nieuwsuur-journalist Bas Haan. Liggen alle details van dit schandaal al niet al heel lang op straat?

De verschijning van het boek eind januari leidde bij wijze van nabrander alsnog tot het vertrek van minister van Veiligheid en Justitie Van der Steur, de opvolger van Opstelten die al eerder was gestruikeld over het bonnetje. Haan had de hand weten te leggen op de e-mail met tekstsuggesties die Kamerlid Van der Steur aan minister Opstelten op de dag van diens aftreden stuurde voor de beantwoording van de 99 Kamervragen over het bonnetje. En daaruit bleek dat het Kamerlid tot over zijn oren in de doofpot zat, terwijl – ironisch genoeg – op het moment dat hij de e-mail schreef op het Ministerie bekend was dat het bonnetje dan toch was opgedoken in back-ups van oude bestanden.

Volmondig ja

Is het de moeite waard om het hele verhaal nog eens opnieuw te gaan lezen in dit boek, dat een stortvloed bevat aan details, namen en verwikkelingen? Het antwoord is volmondig ja, want het is niet alleen een spannend verhaal – dat overigens begint met een prachtige filmscène die bijna te mooi is om waar te zijn – het boek valt ook te lezen als een fijne inspiratiebron voor onderzoeksjournalistiek. Met als diepere laag de complexe interactie tussen de journalist en zijn tegenspelers, ministers, staatssecretarissen, topambtenaren, et cetera, die weer omringd worden door een cordon van adviseurs, voorlichters en woordvoerders. Met daaromheen de bredere kring van ambtenaren, OM-medewerkers, en andere betrokkenen die bereid zijn om al dan niet off the record informatie te delen. Soms omdat ze zich zorgen maken over de integriteit van het openbaar bestuur, soms omdat ze van hogerhand de schuld krijgen voor het ontbreken van informatie.

De veronderstelling dat alles op het internet is te vinden, is naïef

Dat is de bovenwereld, maar dan heeft de journalist ook nog te maken met de onderwereld, waar ook veel informatie te halen valt, maar die moeilijker te controleren is. Bovendien blijven onderwereldfiguren bij voorkeur onder de radar, tenzij er voordeel te halen valt uit contacten met een journalist. De voormalige drugshandelaar Ron de Jong (Rooie Ron) die Bas Haan het document van de oorspronkelijke deal van Teeven met drugsbaas Helman laat zien, wil iets forceren in een al jaren slepend conflict met Justitie over zijn met wiethandel verdiende miljoenen. Haan is daar in zijn boek open over en geeft aan waarom het persoonlijk belang van een bron niet in strijd hoeft te zijn met het journalistieke belang.

Aan de andere kant maakt het de journalist wel kwetsbaar voor beschuldigingen dat hij zich laat gebruiken door onderwereldfiguren die crime fighters als Teeven willen beschadigen. Die geluiden klonken in andere nieuwsmedia volop tijdens het hele schandaal. Bij dit soort affaires lopen er vrij directe lijntjes tussen bepaalde bronnen en nieuwsmedia. Zo volgden zowel De Telegraaf als NRC bij herhaling de toen ook al onhoudbare verdedigingslinie van Opstelten en Teeven dat het maar om twee miljoen gulden ging en dat de deal oké was. Volgens Haan is de onzichtbare hand van Teeven duidelijk zichtbaar in die stukken, al was het alleen al omdat beide kranten hetzelfde rekenfoutje maken als Teeven in een geheime gespreksnotitie.

Thriller

Wat het boek van Haan interessant maakt, is dat het goed laat zien wat er allemaal voor nodig is om de informatie van al die bronnen met al die belangen on the record te krijgen, dat wil zeggen te verifiëren door middel van de oorspronkelijke documenten, contracten of e-mails. En dat is niet makkelijk gezien de dikke mist die vanuit het ministerie wordt opgetrokken en ook niet omdat hoofdrolspeler Helman zijn joker – het bonnetje – zo lang mogelijk tegen de borst wil houden. De grote doorbraak voor Haan komt met de brief die klokkenluider X naar de Kamervoorzitter heeft gestuurd, die deze volgens protocol door de papierversnipperaar heeft gehaald, want anoniem.

Die brief bevat alle details van de deal en de verleiding is groot om daar Nieuwsuur meteen mee te openen, maar hoofdredacteur Joost Oranje tempert de opwinding en stelt dat de brief uitgangspunt moet zijn voor verder onderzoek en geen aanleiding voor een uitzending. Het is een scène die sterk doet denken aan All The President’s Men, het boek en de gelijknamige film over het Watergate schandaal: Woodward en Bernstein van The Washington Post krijgen telkens op hun kop van hun hoofdredacteur Bradlee omdat ze met meer bewijzen moeten komen voor hun onthullingen over Nixons betrokkenheid bij de inbraak in het Watergate hotel: ‘Get some harder information next time.’ Woodward en Bernstein proberen vervolgens op allerlei manieren om informatie bevestigd te krijgen, door bij veel medewerkers van Nixons herverkiezingscommissie thuis aan te bellen of door iemand aan de andere kant van de lijn iets te laten bevestigen door hem te vragen niet op te hangen tijdens een stilte van tien tellen.

Voor Haan is de anonieme brief aanleiding om een lijst te maken met tientallen OM-medewerkers en vervolgens bij iedereen met de brief in de hand op de stoep te verschijnen. In de hoop dat de briefschrijver erbij zit en alsnog mee wil werken. Dat gebeurt niet, maar de zoektocht levert wel veel nieuwe contacten op die cruciale informatie hebben die niet alleen bevestigen wat in de brief van X staat, maar ook weer doorverwijzen naar andere bronnen – ook bij het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dat levert weer thrillerachtige scènes op van Haan die gaat hardlopen op het strand en daar een geheime ontmoeting heeft met een ambtenaar. In een andere scène tovert iemand e-mails tevoorschijn op een pc en gaat vervolgens naar de wc, iemand anders maakt daar screenshots van en uiteindelijk krijgt Haan een printje. Zo krijgt hij de e-mails in handen van de ICT-ers die kwaad zijn omdat zij de schuld kregen van het onvindbare bonnetje. En dat zonder dat iemand iets doet wat niet mag.

Het boek laat zien hoeveel de klassieke journalistieke werkwijze – erop uit, naar mensen toegaan, aanbellen, contacten leggen – kan opleveren. Dat is iets heel anders dan de huidige ‘Google journalistiek’ vanachter een beeldscherm in de naïeve veronderstelling dat tegenwoordig alles wel op internet te vinden is.

Overigens is online de kans ook veel groter dat anonieme brieven of rapporten worden gepubliceerd voordat er onderzoek naar de bron of de betekenis ervan gedaan is, zoals onlangs gebeurde met het Golden Shower-rapport over Trump.

Paardenstaat

Terug naar de mooie symbolische beginscène van het boek waarin het volkomen bij toeval tot een ontmoeting komt tussen minister-president Rutte en Rooie Ron, de man die een kopie van de Teevendeal waar alles mee begon aan Haan liet lezen. Voor het AMC waar Rutte iemand heeft bezocht, neemt zijn dienstauto een verkeerde afslag en rijdt recht op Ron af die op weg is naar zijn dochtertje dat net per ambulance is gearriveerd. Het raam gaat naar beneden en zonder dat Rutte een idee heeft wie er naast de auto staat zegt deze – later zal Rutte hem omschrijven als ‘een penozeachtig type van rond de zestig met een paardenstaart’ – dat hij de man is die de Teevendeal aan Nieuwsuur heeft gegeven. En dat er nog meer deals aankomen.

Een scenarioschrijver zou vermoedelijk de wind van voren hebben gekregen met zo’n symbolische ontmoeting tussen de MP en een drugscrimineel aan het begin van de film: te onwaarschijnlijk. Maar het boek van Bas Haan bewijst dat het kan, al die onwaarschijnlijke waarheden. Dankzij een klassieke jacht op de feiten.