Column

Een ongerept toilet

Stel, je gaat in een horeca-gelegenheid naar de wc. Je ziet een rij deuren die geen van allen bezet zijn. Welke wc kies je dan? Ik ben geneigd een van de middendeuren te kiezen, dus niet de eerste of de laatste deur. Geen idee waarom dat is.

Soms ben ik me ook bewust van deze voorkeur, en dan kies ik juist wel de eerste of de laatste deur, vanwege de volgende redenering: als andere mensen, net als ik, liever niet op de eerste of laatste wc gaan zitten, dan zijn die wc’s relatief het schoonst, en moet je er juist wel op gaan zitten.

Voor de duidelijkheid: dit soort overwegingen gaan allemaal in een fractie van een seconde. Het is niet alsof er contemplatie plaatsvindt. Het is meer: je moet een keuze maken, en welke keuze maak je dan?

Ik neem aan dat er niemand is, die zonder enige bijgedachte een wc in loopt. Het is ook niet echt een onderwerp waar je het snel met anderen over hebt. Toch had ik het er laatst over met iemand, die me vertelde dat ze altijd een wc kiest waarvan ze vermoedt dat er niet net iemand anders op is geweest. En dat het dan schrikbarend vaak voorkomt dat uitgerekend die wc bij nader inzien tóch net gebruikt is. Dit ontdekt ze doordat de bril nog warm is.

Dit deed mij vermoeden dat deze onbelangrijke keuzes allemaal veel ingewikkelder zijn dan we denken. Dat we onszelf wijsmaken dat we een ongerept toilet zoeken, maar dat onze dierlijke kant juist graag op een wc wil waar al een soortgenoot is geweest. Om zelf onze geurvlag te planten. En dan doen we wel van, hè gat, de bril was nog warm, maar ergens is het misschien ook wel een moment van victorie.

Overigens merk ik ook het volgende: als ik in zeldzame gevallen twee keer naar de wc moet tijdens een horecabezoek, dan moet ik op dezelfde wc. Dat is blijkbaar ‘mijn’ wc geworden. De wc en ik zijn een relatie met elkaar aangegaan, en dat na maar één keer plassen! In het licht van de naderende Valentijnsdag is dat wel weer een romantische gedachte.