Een date vond je vroeger op de dansles

Mannen deden vroeger veel moeite om dat ene meisje te krijgen, vertellen die meisjes nu. Hadden ze die eenmaal, dan lieten ze niet los. „Verliefdheid had tijd nodig.”

‘Trouw niet met zo’n Hollandse aap’, hadden de vriendinnen van Henriette van Til (85) nog zo gezegd toen ze als meisje vanuit Indonesië naar Nederland verhuisde. Maar ze heeft het toch gedaan. „Omdat-ie zo lief was”, vertelt ze glunderend, in het verpleeghuis Groenelaan in Amstelveen.

Hier, in de ‘herinneringenkamer’, waar de meubels niet steriel zijn maar antiek en op de achtergrond het huiselijke getik van een slingerklok klinkt, hebben negen ouderen van de somatische afdeling hun tweewekelijkse groepsgesprek onder leiding van geestelijk verzorger Eric de Rooij. Vandaag over de liefde. Negen rolstoelen in een kringetje. Op het menu staan koffie en cake.

„Ik ontmoette mijn man toen ik negentien was”, vertelt Tineke de Klerk (75). „Hij woonde aan de ene kant van de straat, ik aan de andere kant. Hij had een hond, ik had geen hond meer. Zo zijn we bij mekaar gekomen.”

„Je leerde elkaar kennen omdat je dicht bij elkaar in de buurt woonde”, zegt Hendrika Kwantes (92). „We kwamen elkaar constant tegen in ons dorp, Appingedam in Groningen. Ik was een jaar of 17, hij 19. Op zijn twintigste moest hij naar Duitsland en vergat ik hem. Toen ik vier jaar later ergens aan het dansen was, want dat mocht op veel plekken gratis na de oorlog, kwam mijn vriendin binnen lopen en zei: er staat daar iemand op je te wachten. Vanaf dat moment was hij mijn vriendje. Een halfjaar later zijn we getrouwd. Dat is 55 jaar zo gebleven.”

Op één na zijn de aanwezigen allemaal vrouw. Ze waren meestal niet direct zo overtuigd van de liefde als hun echtgenoten, blijkt uit hun verhalen. „Hij had liefde op het eerste gezicht, ik niet hoor”, vertelt Magda de Bruin (78), die haar man leerde kennen op het kantoor van de oliemaatschappij in Suriname waar ze werkten. „Maar hij heeft steeds moeite gedaan. Gingen we naar een feestje, zei hij: ik haal je op, ik heb een auto. Toen ik naar Holland ging, kwam hij me achterna. Hij bleef zeggen: jij bent het en daar blijft het bij.”

Joke Du Prie (90) woonde vlakbij een slootje en in een winter kreeg ze de banden niet goed om haar schaatsen. Die jongen van Du Prie wil je wel helpen, zei haar vriendin tegen haar. „Ik zeg: nou, die hoef ik niet. Maar de volgende dag kreeg ik die banden weer niet vast. Toen vroeg hij of hij kon helpen. En zo is het gegaan.

„Het was oorlog, hè”, vervolgt ze, „dus er was slecht te eten. Hij kwam met bonnen – hij was met z’n achten thuis en ik maar alleen. Zegt m’n moeder: hoe kom je aan die bonnen. Ik zeg: van die jongen aan de overkant. Nou, toen moest hij eens even op gesprek komen. En toen is hij nooit meer weggegaan.”

In je oor

Dansles was een gebruikelijke manier om elkaar te ontmoeten. „Je houdt elkaar vast hè, dan kan de ander in je oor zeggen: ‘ik houd van jou’ of ‘zullen we een afspraakje maken’”, vertelt Magda de Bruin. Louise Dix (92) ging er speciaal voor op les en bij de tweede keer was het al raak. „Hij was zo’n beetje de enige meneer.” Ook Gouke van der Heide (78) ontmoette zijn vrouw op dansles. In dansen was hij naar eigen zeggen „middelmatig”, hoe hij indruk op haar maakte, kan hij zich niet meer herinneren.

Het geloof speelde bij de ouderen geen rol in hun keuze voor een partner, al kent Jannie Huijser (92) gezinnen waarbij dat het geval was: „Dan waren ouders boos op de verliefden en ging het uit, die mensen gingen eraan onderdoor.” De liefde moest wel worden aangevraagd, herinnert mevrouw Du Prie zich. Haar vijf schoonzusjes hadden besloten dat allemaal tegelijkertijd te doen en gingen om de beurt tussen de schuifdeuren staan om hun ouders te vertellen dat ze een vriend hadden. Ouders waren kritisch, maar ook blij, zoals in het geval van mevrouw Dix. „Weer ééntje de deur uit.”

Door de woningnood ging samenwonen niet zomaar. Je moest eerst bij je (schoon)ouders inwonen, zoals Tineke de Klerk deed, of op een andere manier een woning vinden. Zo woonden mevrouw Kwantes en haar man in ruil voor zorg bij een „oude man van 75”. „Die was stokdoof en kwaaddenkend, hij sliep met zijn portemonnee onder het matras.” Ze kregen er één kind, een dochter, toen werd hun een huis toegewezen via het werk van haar man. „Een opluchting, hoor.”

Via een briefje

Een telefoon hadden de meeste mensen niet, internet bestond niet. Contact ging via een briefje of je maakte direct al een afspraak voor de volgende keer. Als je elkaar wilde zien, fietste je naar de ander toe. Niemand in de groep kent iemand die via een contactadvertentie in de krant een liefdespartner heeft ontmoet, zoals vroeger wel gebeurde. „Dat zijn de mensen die in nood zitten”, zegt Kwantes. „Anders doe je zoiets niet.”

Hoe werden scharrels relaties? „Je gaat naar de bioscoop, naar een feestje, zo bouw je het op”, zegt Magda de Bruin beslist. „Dan gaat alles vanzelf. En dan krijg je onenigheid. Dan moet je weten hoe ermee om te gaan. En dan komt er een crisis. Och, er zijn zoveel crises.”

Tegenwoordig kunnen mensen daar niet meer mee omgaan, denkt ze, en daarom gaan ze sneller uit elkaar. „Ze kunnen elkaar de ruimte niet geven. En die ruimte is zo belangrijk. Bijvoorbeeld: mijn man zit nu daar” – ze wijst richting de deur – „en dan kan ik wel vervelend doen omdat ik het gezellig vind als we elkaar zien, maar hij mag van mij daar zitten. En ik mag van hem hier zijn. Hij gunt mij dat. Je moet beiden je best doen en dat is niet moeilijk.”

De „welstand” heeft relaties ook geen goed gedaan, denkt Hendrika Kwantes. „Mensen hebben het goed gekregen, ze denken makkelijker over dingen. Alles komt ze aanwaaien. Wij moesten er echt voor vechten.”

Meerdere serieuze relaties hebben, daar kunnen de ouderen zich niets bij voorstellen. „Als de verkering begon dan was het serieus”, zeggen ze. „Het was niet elke keer een ander”, zegt Louise Dix. „Dat hoefde je vroeger niet te flikken. Er werd meer op je gelet.” Tegelijkertijd lopen „de jongelui van tegenwoordig” wel sneller van stapel, vinden ze. Trouwen, huis kopen, kinderen, alles erop en eraan. Magda de Bruin herhaalt nog maar eens: „Ze geven elkaar de ruimte niet.”

Kennen ze Tinder, de datingapp waarmee je in contact kunt komen met vrijgezellen door hun foto’s naar links (onaantrekkelijk) of naar rechts (aantrekkelijk) kunt swipen? Nee, maar ze vinden er wel wat van. „Je moet dat soort zaken niet met de telefoon bespreken”, zegt mevrouw Kwantes. „Je moet persoonlijk contact met elkaar hebben. Dat kan niet via internet.” Bovendien, zegt weet Jannie Huijser (92) uit ervaring: „Verliefd worden, dat heeft tijd nodig.”