Column

Doelgericht tasten in het duister

Ik heb een prijs gewonnen! De Ammodo KNAW Award: voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Dat is ook wat. Ik ben er blij mee! Temeer omdat de prijs, een geldbedrag van 300.000 euro, ‘naar eigen inzicht’ kan worden besteed aan ons onderzoek. Dat betekent dat ik nu eens niet van tevoren al alle experimenten, inclusief de verwachte resultaten, in detail hoef uit te schrijven. Men vertrouwt er gewoon op dat ik nieuwe dingen kan ontdekken. Just boldly go where no one’s gone before, Geurts!

Terwijl in Nederland het persbericht en de uitreiking van de Award worden voorbereid, verblijf ik zelf in Canada. Ik heb sinds 2010 een tweede aanstelling bij de University of Calgary en ben de afgelopen jaren steeds hierheen gevlogen om te werken aan een alternatieve theorie over het ontstaan van de ziekte multiple sclerose (MS). Ik voel hier ruimte in mijn hoofd die ik in Nederland door de drukte van alledag vaak mis. Ik huur een auto (er is hier nauwelijks OV) en rij door het uitgestrekte landschap naar m’n verblijfadres. Eenmaal gesetteld zien mijn dagen er kalm en eender uit: er is niks te doen in Calgary. Het vriest dat het kraakt en het leven speelt zich binnen af. Er is geen noemenswaardige cultuur. Je kunt een biertje gaan drinken in een barretje, maar tussen de dronken truckers voel ik me toch wat ‘out of place’. Ik rij naar werk en terug, verder niks. Geen overmaat aan keuzes met die kenmerkende existentiële benauwdheid als gevolg. Hier ontluikt de fundamentele onderzoeker in mij pas echt. Hier ben ik op mijn creatiefst.

Samen met mijn collega-hoogleraar neurowetenschappen hier werk ik aan de idee dat MS niet primair een auto-immuunziekte is. Wij denken dat er bij deze verlammingsziekte eerst iets mis gaat binnen het centrale zenuwstelsel en dat het immuunsysteem pas daarna op de hersenschade reageert. Dat druist in tegen het heersende dogma: dat MS ontstaat omdat een ontregeld immuunsysteem vanuit het niets het eigen brein aanvalt. Dat zijn diametraal tegenovergestelde uitgangspunten, dus we moeten goed ons best doen om bewijs te vinden voor onze stelling.

Geïsoleerd op ons cultuurarm Canadese vrieseilandje gaan we het heersende dogma te lijf. We speuren met (deels zelfgemaakte) high-tech microscopen het brein af. Nanometer voor nanometer. We hebben gezwollen zenuwuitlopers gezien, gekke blaartjes op zenuwomhulsels, onverwachte veranderingen in eiwitten en vetten in het brein. Allemaal mogelijke aanwijzingen voor onze theorie. Spannend en productief, maar geen gemakkelijke tocht. Het is tasten in het duister. Juist omdat we vanuit een hele nieuwe invalshoek komen, hebben we nooit veel houvast. En kom daar eens mee aan bij een onderzoeksfinancier. ‘Als het lukt is het revolutionair’, zeggen ze dan, ‘maar wat als het níet lukt?’ Vaak vinden ze onze ideeën te high risk en zo zagen we onze pot langzaamaan opdrogen. Ik betrapte mezelf wel eens op teleurstelling en wanhoop. Waarom vraagt nooit eens iemand: ‘wat als het wél lukt?’

Zes jaar verder zijn we inmiddels. Jonge onderzoekers zijn gekomen en weer gegaan. Experimenten in het lab zijn tijdelijk stilgezet omdat we ze niet meer konden betalen. Ik ging steeds minder naar Calgary. Dit onderzoek had veel sneller kunnen gaan, maar het is wat het is. Dit is nou eenmaal het lot van fundamenteel onderzoek. Er is, in Nederland tenminste, niet méér geld voor ongebonden onderzoek bij gekomen en de aanvraagdruk bij financiers is hoog. Risicomijding is het gevolg: er wordt gekozen voor de veiligere projecten, men wil zeker zijn dat er iets uitkomt. Tegelijkertijd levert precies dat hele risicovolle, ongebonden, fundamentele onderzoek vaak de grootste vernieuwingen en doorbraken. Dat is het nut van (schijnbaar) nutteloos onderzoek, zoals mijn collega-columnist Robbert Dijkgraaf eerder schreef.

Overigens, in het debat over wetenschap wordt ‘fundamenteel’ onderzoek vaak ten onrechte tegenover ‘toegepast’ onderzoek gezet. Maar die twee kunnen nauwelijks zonder elkaar. Op maatschappelijke of economische toepassing gericht onderzoek moet zichzelf altijd blijven vernieuwen. Omgekeerd loopt fundamenteel, nieuwsgierigheidsgedreven onderzoek dat te lang zonder richting of doel voortkabbelt het risico een vruchteloze onderneming te worden. Goed onderzoek verenigt beide aspecten. Zo is bij het zoeken naar de ‘werkelijke’ oorzaak van MS ons doel natuurlijk wel degelijk om mensen beter te maken. Liefst zo snel mogelijk, maar zo snel als het gaat.

Ik heb zelf in Canada ervaren hoe waardevol het is om een beetje onconventioneel en ‘gek’ te zijn als onderzoeker. Out-of-the-box denken, niet gelijk met het oog op de prijs, maar eerst de juiste vragen stellen en dan je neus achterna, de diepte in. Op die manier zijn we jaren geleden überhaupt bij onze ‘dwarse’ hypothese uit gekomen. Door de prijs van stichting Ammodo en de KNAW, die het risico durven te nemen om dat vrije onderzoek een kans te geven, kan ik nu verder. De machines gaan weer aan, de microtomen draaien. En nu volle kracht vooruit!