De tijden van pannenkoekenijs zijn voorbij

foto’s Willem Boelhouwer

Zou de Botnische Golf nog wel eens bevriezen? Je hoort er niet veel meer over. Toch was dat vroeger zo’n beetje het enige dat je van Scandinavië onthouden moest. Stokvis en Noorse truien in Noorwegen, houtvlotten en staalindustrie in Zweden, meren en muggen in Finland. In het verre noorden Lappen met rendieren en tussen Zweden en Finland de Botnische Golf die ’s winters dichtvroor.

Intrigerend. Net zo intrigerend als het totaal dichtvriezen van de Waal in de winter van 1794-1795 na krap drie weken vorst met minimumtemperaturen niet lager dan min 10 °C. Een buitenkansje voor de Franse generaal Pichegru die ons van prins Willem V wilde verlossen.

Het is al weer 54 jaar geleden dat de Waal voor het laatst dichtvroor. Er zijn Nederlanders die niet eens weten dat het kan en waarschijnlijk kan het ook niet meer: de Rijn wordt steeds warmer. Honderd jaar geleden waren er nog 80 à 90 dagen per jaar waarop het water bij Lobith kouder was dan 5 graden, tegenwoordig zijn het er nog geen 20. Rijkswaterstaat houdt het bij. In 1985 is de Maas nog een keertje dichtgevroren en in 1997 zaten er ‘ijsproppen’ in de IJssel bij Kampen. Op de bodem van de rivier hadden zich brokken ijs gevormd en die waren gaan drijven, schreef de Volkskrant.

Waardoor de Rijn zo warm wordt is niet helemaal duidelijk. De opwarming gaat zó gestaag (zie het Compendium voor de Leefomgeving) dat het niet primair de invloed van klimaatverandering kan zijn, anders zou de warmte van de jaren veertig en de kou rond 1975 beter zichtbaar zijn geweest. Het zal de invloed van koelwater zijn: thermische verontreiniging. Variaties in de waterafvoer kunnen ook een rol spelen. Dat Rijn en Waal niet bevriezen omdat ze zo vervuild zijn is niet waar. Ze worden steeds schoner.

Twee weken geleden stuurde Willem Boelhouwer bijgaande foto’s op. Ze zijn van donderdag 19 januari en tonen ijsvorming op de Schipbeek bij Neede, vlak achter een soort stuwtje. Het was op 15 januari gaan vriezen en het zal in de nacht van 18 op 19 januari vijf of zes graden onder nul zijn geweest. Het was een heldere nacht, met veel uitstraling.

De Schipbeek is een beek tussen Achterhoek en Twente die na 1880 door stevig ingrijpen van het lokale waterschap veel van zijn natuurlijk karakter kwijtraakte maar die dat nu, als je het zo bij Google Maps bekijkt, weer allemaal terugkrijgt. Er is vlak voor het stuwtje ook een leuke poel in aangelegd. Misschien dat die het schuim verklaart.

„Wat zijn dit voor ijspannenkoeken”, vraagt Boelhouwer. „Hoe ontstaan ze? Ik zag ze in andere vorstperiodes ook, op dezelfde plek.”

Het is pannenkoekenijs! Of liever gezegd: pancake ice, want het woord pannenkoekenijs is hier in Holland buiten het culinaire circuit niet gangbaar meer. Pancake ice wordt in Nederland niet veel meer gezien, beamen medewerkers van het KNMI. In Engeland en Schotland ook al niet, want dezelfde soort foto’s kregen op internet ongekende aandacht (Google: pancake ice Scotland)

Marcel Minnaert beschouwde pannenkoekenijs nog als iets heel gewoons. Het komt ’s winters algemeen voor op grote rivieren en het IJsselmeer, schrijft hij in De natuurkunde van ’t vrije veld (deel twee, afgesloten in 1969). Minnaert vond dat de schollen met hun opstaande rand eerder op Limburgse vlaaien leken.

De belangstelling voor de vorming van pancake ice is nooit helemaal verdwenen, maar de recente literatuur beschrijft vooral de mariene variant, die van de poolzeeën. Vast staat dat niemand precies weet hoe de schollen ontstaan. Only limited knowledge exists on this. Voorwaarde voor scholvorming is dat het water voldoende turbulent is en bovendien, zou je durven zeggen, dat de schollen, als ze er eenmaal zijn, in een soort lus gevangen blijven. Dan slijpen ze zich rond aan elkaar en ontstaan ook de opstaande randen.

Zoals met alle ijsvorming is het ook een dwingende eis dat het water tot beneden het nulpunt is afgekoeld, het moet ‘onderkoeld’ zijn. In turbulent water, zoals dat van beken die tot aan bodem homogeen gemengd zijn, gebeurt dat niet makkelijk. Is het eenmaal zo ver dan vormen zich op van elders aangevoerde kristallisatie-kernen aanvankelijk uiterst kleine ijskristallen (frazil ice) die zich door de gehele waterkolom verspreiden. De minikristalletjes, praktisch onzichtbaar, zetten zich merkwaardig makkelijk vast op de bodem van beken en stromen en vormen daar het geheimzinnige grondijs (anchor ice) dat inmiddels al in situ is gefotografeerd en gefilmd en zelfs in laboratoriumopstellingen is opgewekt. Als de frazil-kristalletjes aan het wateroppervlak aaneenklitten, ontstaat van lieverlee de frazil slush die wél met het blote oog te zien is. Afhankelijk van de heersende turbulentie kan daaruit dan pancake ice ontstaan. Te veel turbulentie is niet goed, maar te weinig ook niet. Het is zeer kritisch.

Enfin, het is makkelijker beschreven dan begrepen. Vriest de Botnische Golf nog wel eens dicht? Wis en waarachtig. De ontwikkelingen zijn van dag tot dag te volgen op de site van de Baltic Sea Ice Services (www.bsis-ice.de). Bedenk dat deze Golf meestal Bay of Bothnia wordt genoemd.