De noodroep van Amerika’s verleden

Indianenverzet tegen een oliepijpleiding wordt symboolprotest tegen Amerika’s oerzonde.

Foto Terray Sylvester/Reuters

Deze week riepen de Sioux-indianen van het Standing Rock-reservaat de wereld op tot protest. Zelf demonstreren ze al vier seizoenen lang tegen de aanleg van een oliepijpleiding, hier aan de oever van de Missouri bij het stadje Canon Ball, South Dakota.

Het kampement begon met 39 mensen en groeide uit tot een ministadje met op het hoogtepunt 10.000 inwoners. Een allegaartje van indianenstammen, Black Lives Matter-activisten, veteranen, kerkleiders, klimaatactivisten. Soms kregen ze hoop op de overwinning, zoals de keer dat er honderden buffalo’s voorbij stormden, het leek een eerbetoon. Maar er kwamen ook charges met pepperspray en herdershonden en honderden arrestaties. In december zei Obama dat er naar alternatieve routes voor de pijpleiding gekeken moest worden – gejuich, tranen – maar zijn opvolger draaide dat meteen weer terug. De olie komt gewoon.

Nu is het hartje winter, een klein groepje bleef. Op de foto is de toegangspoort te zien. Het kamp lijkt uitgestorven, sneeuwstil. Bij het hutje van spaanplaat liggen gezaagde boomstammen en hangt een zonnepaneel. Vlaggen van verschillende indianenstammen. Wat opvalt is de Amerikaanse vlag die ondersteboven wappert: dat geldt als noodroep, teken dat je leven of je land in gevaar is.

Maar de drie politiewagens op de heuveltop zijn niet om te helpen, ze beschermen de olie. Net kolonisten te paard op een heuveltop, alsof er niets veranderd is.

De Sioux zijn bang voor vervuiling van hun drinkwater en verstoring van hun heilige begraafplaatsen. Wel de lasten, niet de lusten: een beetje zoals de Groningers met hun gas. En zoals ‘Groningen’ over meer gaat dan verzakte muren, gaat ‘Standing Rock’ over meer dan olie en not in my backyard.

Nieuwe route na protesten

De pijpleiding zou eerst langs het voornamelijk witte stadje Bismarck lopen. Na protesten van bewoners daar, kwam de route langs het reservaat, zelf al een fractie van het land waar de Sioux ooit van verjaagd waren.

Deze strijd begon niet in 2016 maar in het najaar van 1492, toen Columbus voet aan wal zette – schreef Shannon Prince, zelf Native American en promovendus rechten aan Yale.

Het is ook geen louter lokale kwestie, al was het maar omdat iedere Nederlander die een bankpasje van ABN Amro of ING in z’n portemonnee heeft, indirect meewerkt: die banken verstrekten leningen voor het project.

Het Standing Rock-kampement groeide uit tot symboolprotest tegen die oerzonde van Amerika, het land dat home of the free werd nadat de indianen verjaagd waren en slaven geïmporteerd. Hoe onverwerkt dat verleden is, zag je bijvoorbeeld ook aan de Black Lives Matter-protesten. Dat was allemaal pre-Trump.

Deze week vroeg de rechtse televisiepresentator Bill O’Reilly aan Donald Trump waarom hij zo dik was met Poetin, die “moordenaar”. Trump zei: ach. “Je hebt een heleboel moordenaars, of wat, denk je dat ons land zo onschuldig is?”

Dat was het eerlijkste wat Trump in tijden zei. Want natuurlijk is Amerika niet onschuldig, niet sinds Columbus, niet sinds de slavernij, enzovoorts. In de Onafhankelijkheidsverklaring stond al dat alle mensen gelijk waren, behalve dan de slaven, die een van de schrijvers, Thomas Jefferson, zelf ook bezat. Trump is niet aleen nieuw, maar bouwt voort op dat oude fundament, het land als wittemannendroom. Standing Rock is daarvan het spiegelbeeld.

Wel nieuw is zijn schaamteloosheid, die wellicht zijn enige eerlijkheid is. Hij verpakt zijn plannen niet meer in dromerijen over ‘iedereen gelijk’ en ‘dubbeltje wordt kwartje’, of dat de oorlog niet om olie ging maar om freedom. Wie gelooft dat nog in een land waar de ongelijkheid even fors is als in Brazilië?

Verhelderend, dat die schaamlap weg is. Maar het betekent ook: mocht de draak verslagen worden, dan is het land nog lang niet klaar met zichzelf. Dan begint het pas. Terug naar de status quo? Maar die was al stuk zonder dat velen dat zagen.