Alle partijen zijn ‘boos’ op illegale vreemdelingen

Alle politieke partijen accepteren een strenge aanpak van illegalen. Over opvang wordt niet meer gesproken, concludeert Martijn Stronks in de Verblijfcolumn uit een overzicht van de verkiezingsprogramma’s.

Dat vreemdelingen niet zonder toestemming in Nederland mogen verblijven, daarover is iedereen het wel eens. Het is tenslotte het grondbeginsel van ieder migratiebeleid: alleen als je aan de regels voldoet mag je in het land zijn, anders kom je er niet in, of moet je vertrekken. Een illegaal verblijvende vreemdeling toont dan ook dat de staat geen volledige greep heeft over de toelating en het verblijf van mensen in Nederland. En dat is een probleem, vinden tegenwoordig alle politieke partijen.

Illegaal was lang geen probleem

Dat is niet altijd zo geweest, tot begin jaren negentig had de staat minder greep op illegalen op het grondgebied. Lange tijd werd dat niet als een probleem gezien en was het ook zonder verblijfsvergunning mogelijk om te werken, een huis te huren, sociale premies te betalen, en medische hulp te verkrijgen. Na de invoering van de Wet op de Identificatie in 1994, en de Koppelingswet in 1998, werd het leven zonder verblijfsrecht echter steeds moeilijker. Werk, een huis, sociale voorzieningen, dit alles werd afhankelijk van het verblijfsrecht. Maar toch bleven er na deze nieuwe regels nog altijd illegalen in Nederland. Het tegengaan van illegaliteit staat ook na de nieuwe vreemdelingenwet in 2001 nog altijd hoog op de agenda’s van alle politieke partijen.

Uit een analyse van verkiezingsprogramma’s van de afgelopen vier verkiezingen van de zeven grootste partijen in de Tweede Kamer blijkt dat de strenge, bestraffende benadering van illegaliteit steeds dominanter is geworden. Partijen als de VVD en de PVV zijn al jaren voor de strafbaarstelling van illegaliteit, tegen opvang voor uitgeprocedeerde asielzoekers en tegen pardonregelingen. Opvallend is echter dat een partij als de PvdA zich sinds 2006 nooit heeft uitgesproken over opvang van illegalen, en na het Generaal Pardon in 2006 niet heeft gepleit voor een kinderpardon of buitenschuldvergunningen. Het CDA was in 2006 nog voor opvang, maar rept daarna met geen woord meer over dit onderwerp, noch over strafbaarstelling of pardonregelingen. D66 maakt in geen van de verkiezingsprogramma’s een speerpunt van deze onderwerpen.

Strafbaar illegaal verblijf is blijvertje

Dat is des te opvallender als je bedenkt dat er over de opvang van uitgeprocedeerde vreemdelingen de afgelopen jaren veel rumoer was, en illegaal verblijf sinds 2012 feitelijk al strafbaar is. Toch is er in 2017 geen enkele partij die in zijn verkiezingsprogramma schrijft dat het de strafbaarstelling van illegaal verblijf wil terugdraaien.

De aanpak van illegaal verblijf lijkt op het eerste gezicht een kwestie van opvoedkundige smaak. Zoals je ouders hebt die eindeloos blijven praten met hun kinderen, hun kind telkens een nieuw kans geven, en daarmee sollen met hun eigen regels. En er ouders zijn die juist heel strikt zijn, die ieder wangedrag zien als een aantasting van hun autoriteit en telkens strengere maatregelen bedenken om maar de controle te houden. Zo heb je op het eerste gezicht ook zachtaardige en boze politieke partijen. Maar goed beschouwd gedragen vrijwel alle politieke partijen zich tegenwoordig als boze ouders, als het gaat om onrechtmatig verblijvende vreemdelingen. Een aantal is expliciet voor strenge maatregelen als strafbaarstelling van illegaliteit, het verbod op pardonregelingen en opvang. Maar ondertussen maakt een groot deel van de overige partijen er geen punt meer van om daar iets aan te veranderen.

De Verblijfscolumn wordt op regelmatige basis geschreven door Martijn Stronks in samenwerking met Verblijfblog.nl, het blog van de sectie migratierecht van de Vrije Universiteit Amsterdam. Martijn Stronks is jurist en filosoof en is als universitair docent verbonden aan de VU