Zwitserlevengevoel in een Porsche

De stoelen zijn te klein maar verder is de Porsche Panamera een sublieme auto, vindt .

Alleen de stoelen van de Porsche Panamera dissoneren met het wellness-gevoel. Foto gemaakt bij Porsche in Leusden. Foto: Peter de Krom

Wie nu vijf meter Porsche bestelt krijgt van de dealer een mobiele strijkplank met vier deuren en een naam die even lang is als de auto; de nieuwe Pa-na-me-ra. Voor de Lux-testafdeling komt daar ‘Turbo’ achteraan, want wij zijn pers en die moet tot eer en glorie van de merkbeleving de shock and awe communiceren van de vetste motor die ze hebben. Tenminste dat succes is met 550 pk uit een vierliter V8 verzekerd.

Ik zeg maar wow, hebben we dat gehad, en wow is het ook, al heb ik er niet eens 200 mee gehaald. Behalve dat ik voor twee ton handel niet graag in de vangrail beuk, ervoer ik remmingen die werden uitgelokt door het extreme rijcomfort.

Het gaat hard zat, wat is het heerlijk stil, wat klinkt Bach goed op die bezopen turbostereo van Burmester, wat is het leven áf.

De Panamera was altijd de softie onder de Porsches, hoewel ook de laatste 911 speciaal voor de teerhartige Chinezen en Qatari naar verweking neigt, maar zo zacht was hij niet eerder. Gedragen door de vorstelijke trekkracht van de V8, die de Porsche op één oor soezend voortstuwt, ontstond een sportwagen in de stijl van een Mercedes S-klasse, een muur van kracht waar je onthaast tevreden tegenaan leunt. Geen seconde voel ik me geroepen de stuurschakelaar met de rijmodi voor een Nog Heftiger Gasrespons in de standen ‘Sport’ of ‘Sport+’ te zetten. Het gaat hard zat, wat is het heerlijk stil, wat klinkt Bach goed op die bezopen turbostereo van Burmester, wat is het leven áf. De kwaliteiten van vering en demping ervaar ik aan den lijve op de verkeersdrempel die ik met honderd neem omdat ik echt dacht dat ik vijftig reed. Geen gestuiter, geen duiken of springen – hij glijdt er als een vloedgolf overheen. Een sublieme auto.

Het Zwitserlevengevoel in een Porsche, wie had dat gedacht? Alleen de stoelen dissoneren met het wellness-ideaal.

Ondanks hun tig-voudige elektrische verstelbaarheid in hoogte, lengte en diepte hadden ze dieper en breder mogen zijn.

Groter meubilair zou vermoedelijk ten koste zijn gegaan van de bewegingsvrijheid in de cabine, die nu wel voldoende armslag biedt voor vier volwassenen, zij het achterin ook niet meer dan dat. Geen nood; een verlengde versie is in aantocht, strijkplank-plus.

Des te complimenteuzer moet ik zijn over de menustructuur van de bedieningselementen op de brede, hellende middenconsole. Die is uitgevoerd als één groot touchscreen dat briljant schoon schip maakt met het knoppenoerwoud in het vorige model. Van de tientallen ‘fysieke’ schakelaars van toen zijn alleen die voor de klimaatregeling gehandhaafd. Een voelbare klik bij het aanraken zorgt voor het aan touchscreens meestal hinderlijk ontbrekende gevoel van contact met de perfect bereikbare iconen. In het bedieningscluster voor het breedbeeld multimediascherm houdt een metalen steunlijstje doelzoekende vingers op hun plaats. Top, maar liever had ik er een brave Volvo voor geprezen. Ik wil een Porsche met weerhaken, die schuurt en bijt. Je ziet dezelfde trend bij BMW, die foutloze confectie van frigide, Apple-achtige machines.

Ik denk aan Jan-Peter Balkenende

Ik aanschouw hem met het onderbuikgevoel dat ik misschien ten onrechte zijn klanten toedicht. Mijn oog valt op zijn vijfde deur, het kofferdeksel. Met de achterklep dicht is de Panamera een 911 na een geëscaleerde rek- en strek-oefening. Daar valt mee te leven. Maar toen ik hem opende, zag ik het schrikbeeld van een Porsche die praktisch nut bereidt. Ik dacht aan de goede Jan-Peter Balkenende, die ik eens in een Panamera signaleerde. Hoezeer de uitbundigheid ook voor hem innam, op slag was de familiesporter een soort hoeksteen voor vaders met kinderen, hobby’s en zaken. Ik zag het keurig afgewerkte kofferruim en dacht: wat moet erin? Statenbijbels? Jaarverslagen? Zo’n vreselijke golf-set? Een Porsche mag geen ballast torsen. Hij is dat moordwapen voor jou en je geliefde, verder fuck it.

Spreekt hij me aan? Nee, en dus wel. Geilheid is die dubbelklik van haat en liefde. De eerste generatie Panamera kreeg zijn Kaïnsteken toen de toenmalige Porsche-CEO Wendelin Wiedeking na een proefrit op de achterbank verordonneerde dat het plafond twee centimeter hoger moest; zijn kruin raakte het dak. Men gehoorzaamde en sindsdien was het een strijkplank met een bochel. Het gaf hem iets afstotelijks dat hem sadistisch paste.

Die schade is hersteld, de achterkant in 911-stijl zou je met enige goede wil fraai kunnen noemen. Maar daardoor is hij nu helemaal die smetteloze alleskunner, dat magisch rijdende exces voor de schrokop die het hele ontbijtbuffet plundert, terwijl hij aan een boterham genoeg had.