Commentaar

Politieke partijen, wees eerlijk over gaswinning

Vanuit het gezichtspunt van effectief lobbyen kunnen de drie noordelijke provincies tevreden zijn. Nagenoeg alle politieke kopstukken uit Den Haag waren woensdag naar Groningen gegaan voor het inmiddels traditionele verkiezingsdebat in de noordelijke regio. Een debat met dit keer extra politieke en emotionele lading vanwege de hoog opgelopen aardgaskwestie.

De gasten uit Den Haag lieten zich niet onbetuigd. Het leek wel prijzenfestival. Leek, want er werden vooral intenties uitgesproken. Concreetheid bleef uit. Of de Groningers echt nog verder tegemoet gekomen zullen worden, moet blijken. Maar duidelijk is wel dat sprake is van een nauwelijks te overbruggen vertrouwenskloof tussen ‘de’ Groningers en ‘de’ politiek.

De boosheid van het Noorden is voor een belangrijk deel terecht. De klachten zijn aanvankelijk ontkend, daarna langzaam herkend en vervolgens maar mondjesmaat erkend. Minister Kamp (Economische Zaken, VVD) heeft deze kabinetsperiode een aantal ingrijpende besluiten genomen om de gasproductie uit Groningen – bron van de aardbevingen in het gebied – te beperken. De aardgasbaten, letterlijk bron voor de opbouw van de Nederlandse verzorgingsstaat, zullen over niet al te lange tijd nog maar in zeer beperkte mate bijdragen aan de Rijksbegroting.

Overigens heeft die omslag niet alleen te maken met de schadelijke gevolgen van de gaswinning. Al veel eerder werd vastgesteld dat zuinig moest worden omgegaan met de aardgasbel die eindig was. Daar kwam de discussie bij over de noodzakelijke energietransitie in verband met de klimaatverandering.

Maar voor de korte termijn, en dat is waar het zeker in verkiezingstijd om draait bij de politiek, gaat het nu om de zorgen en de klachten van de Groningers. Wel heel gemakkelijk stelden de lijsttrekkers van SP, GroenLinks en D66 zich achter de Groningse eis dat de gaswinning direct moet worden teruggebracht van 24 miljard kuub naar 12 miljard. Zoiets moet wel financieel kunnen. Wat dat betreft waren de andere partijen realistischer door zich niet op getallen te willen vastleggen. Een dergelijke opstelling voorkomt ook nog meer toekomstige frustratie bij de gedupeerden. Het niet gehoord worden en de niet nagekomen beloften zijn de grondoorzaken van de boosheid bij de Groningers. Nieuwe, moeilijk in te lossen beloften maken de zaak dan alleen maar erger.

Wat de Haagse politiek in Groningen tegenkwam is exemplarisch voor het ongenoegen dat veel breder leeft onder het electoraat. Dat vraagt niet om makkelijke, maar om eerlijke antwoorden.