Waarom nog langer toptienbeleid?

Sportkoepel

De fixatie bij NOC*NSF op de toptienambitie is te groot, vinden critici. Gaat de focus op de top ten koste van het gymonderwijs?

Foto’s PHIL NIJHUIS/ANP, Carl de Souza/AFP

Plotseling staat de toptienambitie van de olympische chef de mission Maurits Hendriks ter discussie. Waar binnen sportkoepel NOC*NSF brede consensus over die doelstelling bestaat, klinken buiten Papendal kritische geluiden. Nog niet erg luid, maar zacht grommend vragen sportinsiders zich af waarom Nederland zo nodig tot de beste tien sportlanden ter wereld moet behoren als de gymlessen op school niet overal op orde zijn. Er is maandag in Ede een debat met als prikkelende stelling: ‘De toptienambitie is een hobbyproject voor de elitesport’.

Maurits Hendriks voelt zich niet aangevallen, zegt hij. Een goed debat draagt zijns inziens bij aan meer bewustwording. De technisch directeur van NOC*NSF verzet zich wel tegen de opvatting dat de topsportambities ten koste gaan van de breedtesport. Daar is geen sprake van, riposteert Hendriks. „De overheid, NOC*NSF en de bonden schenken veel aandacht aan bewegingsonderwijs. Daarnaast is er al jaren bij zowel bonden, overheid als publiek een breed draagvlak voor de toptienambitie. Sportsuccessen brengen veel teweeg.”

Een opvatting waarop sporthistoricus Jurryt van de Vooren wel iets heeft af te dingen. Zijn zoon werd dit schooljaar geconfronteerd met een inkrimping van drie tot twee gym-uren per week. De school voldoet daarmee nog steeds aan de norm van minimaal twee uur bewegingsonderwijs, maar bij Van de Vooren activeerde die maatregel verzet. Hij linkte zijn jarenlange ergernis over de fixatie van NOC*NSF op de toptienpositie aan zijn zoon en stuurde in september deze tweet: ‘De toptienambitie is een hobbyproject voor de elitesport, gymles op school is opvoeding’.

Twitter ‘ontplofte’

Van de Vooren raakte een gevoelige snaar, want naar zijn zeggen „ontplofte Twitter”. Waarom is die toptien zo belangrijk, vraagt Van de Vooren zich hardop af. „Is het een doel op zich of een middel om mensen te stimuleren aan sport te doen? Nooit is aangetoond dat sportsuccessen tot meer bewegen leidt. Door Dafne Schippers en Kiki Bertens alleen gaan niet meer mensen sporten. Dat effect is alleen merkbaar in combinatie met een langetermijnplan.”

De tweet drong onder andere door tot Ede, waar de verenigingsondersteuner Sportservice Ede het thema adopteerde voor een symposium. Om nog eens stevig te debatteren over de verhouding tussen top- en breedtesport. Wel zonder Maurits Hendriks, die had toegezegd zonder zijn agenda te raadplegen. Bij nader inzien blijkt hij die dag in Turkije te verblijven bij het Europees Jeugd Olympisch Festival (EJOF). In zijn plaats komt Erik Lenselink, manager Breedtesport.

Jammer, vinden de andere sprekers, maar daarmee wordt de discussie niet minder relevant. Jan Rijpstra, voorzitter van de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO), ziet het symposium als een podium waarop hij zijn bedenkingen over doorgeschoten topsport kan ventileren. „Ik ben niet vies van presteren, maar de beroepssport moet niet gaan overheersen. Mijn pijnpunt zit ook bij de fusie van NOC en NSF. De kritiek van een aantal bonden is dat de olympische sporten overheersen en met name die bonden bepalen waar het geld naartoe gaat. Dat creëert een spanningsveld. Ik pleit ervoor de breedtesport terug te brengen bij NSF en van de topsport een nv of bv te maken en die bedrijfsmatig te runnen. De overheid mag ook bijdragen, maar in die mate dat het geen staatssteun wordt.”

Voor Rijpstra heeft de garantie van gymles gegeven door vakleerkrachten prioriteit. Mooi die topsport, maar bij extreme uitingen ook een bedreiging, vindt het voormalige VVD-Kamerlid en huidige burgemeester van Noordwijk. „We moeten niet in de situatie komen dat de selectie voor sport geen vrije keus is, maar wordt bepaald door de lichaamsbouw. Dan gaan we de kant op van de DDR en Rusland in de jaren zestig. Bij een strenge toptienambitie bestaat het gevaar dat er op steeds vroegere leeftijd geselecteerd wordt. Zie het voetbal, waar bij jongetjes van zes al wordt gekeken wie een nieuwe Messi is. Dat vind ik ethisch onverantwoord.”

Maak sport belangrijk

Koen Breedveld, directeur van sportonderzoeksbureau Mulier Instituut en in Ede ook een van de sprekers, laat een ander geluid horen. Bij extra te verdelen euro’s gaat zijn voorkeur naar bewegingsonderwijs, maar de toptienambitie vindt hij verdedigbaar. „Bij afnemende successen loopt ook bij publiek, politiek en bedrijfsleven de belangstelling voor sport terug. Door sport belangrijk te maken geef je het een podium. Mijn keus: enerzijds werken aan een vitale sportstructuur, anderzijds perspectief blijven bieden om aan topsport te doen.”

Aanjager van het debat, Van de Vooren, heeft nog wel een voorstel om tegenwicht te bieden: breid de toptienambitie uit met tien actiepunten. Bijvoorbeeld door op te nemen dat iedere jongere voor zijn achtste minstens één zwemdiploma moet hebben. Of iedereen voor zijn achttiende één keer op de schaats moet hebben gestaan. Van de Vooren: „Ik spiegel me aan Wim Pijbes, voormalig directeur van het Rijksmuseum, die vindt dat elk kind voor zijn twaalfde De Nachtwacht moet hebben gezien.”