Rechtopstaande autobussen leiden tot woede bij rechts Duitsland

Rel in Dresden Het kunstwerk van de Syrische Duitser mocht best wrijving veroorzaken. Maar dit had niemand voorzien.

Het werk is geïnspireerd door de bussen die Syriërs in 2015 rechtop hadden gezet als beschermen tegen sluipschutters. Foto Michael Sohn/ AP

Het idee was om de jaarlijkse herdenking van het bombardement op Dresden deze keer een nieuwe impuls te geven. Met een kunstwerk dat best wat wrijving mocht veroorzaken. Die opzet is gelukt – erg goed zelfs.

De sfeer in Dresden was al gespannen. De burgemeester is vorige week met de dood bedreigd vanwege een uitspraak over de Tweede Wereldoorlog en wordt permanent bewaakt. En toen stond daar begin deze week opeens, pal tegenover de Frauenkirche in het fraai gerestaureerde hart van de stad, de imposante installatie van de Duits-Syrische kunstenaar Manaf Halbouni: drie grote, rechtopstaande autobussen, naast elkaar.

Alsof de slachtoffers in Syrië belangrijker zijn dan de Duitse slachtoffers, klagen ze.

Het werk is geïnspireerd door de bussen die bewoners van Aleppo in 2015 rechtop in hun straat hadden gezet, als beschermen tegen sluipschutters. Midden in de stad die tussen 13 en 15 februari 1945 verwoest werd door geallieerde bombardementen, staat nu voor twee maanden, een gedenkteken voor een andere stad, die in ónze tijd in puin is geschoten.

Dat valt heel slecht bij sommige Dresdenaren. Alsof de slachtoffers in Syrië belangrijker zijn dan de Duitse slachtoffers, klagen ze. Luidruchtig verstoorden honderden aanhangers van de anti-islambeweging Pegida dinsdag de toespraken waarmee het kunstwerk, ‘Monument’ geheten, werd ingewijd. „Volksverraders”, Schande!” en „Donder op!” kregen de sprekers naar hun hoofd geslingerd.

Hilbert kreeg het dubbel zo zwaar

Vooral burgemeester Dirk Hilbert (FDP) moest het ontgelden. Hij zei dat soms ongebruikelijke middelen nodig zijn om wat er in de wereld gebeurt duidelijk te maken. Het was aan de demonstranten niet besteed.

Die waren nog steeds verbolgen dat Hilbert vorige week had gezegd dat Dresden zich bij de herdenking van februari 1945 niet moet wentelen in „de mythe van de verwoesting van een onschuldige stad”. Snel nadat de nazi’s de macht hadden gegrepen had Dresden zich „bij de tijdgeest aangesloten”, aldus Hilbert. Het geeft te denken, zei hij, „hoe snel we voorop liepen bij boekverbrandingen en de verdrijving van de Joden”.

Hij kreeg een stortvloed aan haatmail en dreigementen. Hij zou onrecht doen aan het leed van de onschuldige slachtoffers van de bombardementen van 1945 – waarbij in drie dagen tussen de 23.000 en 25.000 burgers omkwamen. Hij zou „in hun graf gespuugd” hebben.

Dat hij het idee nu in werkelijkheid heeft kunnen uitvoeren dankt hij onder meer aan de echtgenote van de minister van Binnenlandse Zaken

Kunstenaar Halbouni, die al negen jaar in Dresden woont, is de zoon van een Duitse moeder en een Syrische vader. Toen hij foto’s van de rechtopstaande bussen in Aleppo had gezien, maakte hij er eerst fotocollages van, waarbij hij de bussen voor Buckingham Palace en de Semper Oper in Dresden plaatste.

Dat hij het idee nu in werkelijkheid heeft kunnen uitvoeren dankt hij onder meer aan Martine de Maizière, bestuurslid van de Stichting Kunst en Muziek voor Dresden en echtgenote van minister van Binnenlandse Zaken Thomas de Maizière.

Vanaf vrijdag staat voor de Semper Oper nog een andere installatie: Lampedusa 361; negentig grote foto’s van graven van vluchtelingen die verdronken zijn op de Middellandse Zee. Maandag vindt de herdenking van het bombardement van 1945 plaats. Traditiegetrouw zullen enkele duizenden mensen, terwijl de kerkklokken luiden, zwijgend en hand-in-hand een grote kring in de binnenstad vormen.