Na de bezuinigingen strooien de partijen nu met cadeautjes

Tweede Kamerverkiezingen

Na jaren van bezuinigingen belooft elke politieke partij in deze verkiezingscampagne nu weer te willen investeren in de economie. Het geld is er. Maar is het ook verstandig beleid?

Een aantal van de deelnemers aan het Noordelijk Lijsttrekkersdebat, dat woensdag werd gehouden in Groningen. Foto ANP / Remko de Waal

„10 miljard lastenverlichting voor alle werkenden!”, riep D66-leider Pechtold eind januari op zijn partijcongres. 10 miljard euro? Jan Roos, lijsttrekker van de nieuwe partij VNL, beloofde dit weekend 25 miljard euro aan lastenverlichting. Partijleider Jesse Klaver van GroenLinks toepte woensdag over in een persbericht: 27 miljard aan lagere belastingen op werk en inkomen.

Met nog vijf weken te gaan tot de Tweede Kamerverkiezingen, vechten partijen om de vraag wie de grootste belastingverlaging kan beloven. En ze strooien met andere mooie beloftes die veel geld kosten. De SP verwacht ineens haar oude stokpaardje waar te kunnen maken om de AOW-leeftijd terug te brengen naar 65 jaar. Kosten: ruim 12 miljard euro per jaar, maar de partij van Emile Roemer heeft dat weten te vinden.

PvdA-leider Asscher beloofde woensdag honderden miljoenen extra uit te geven aan mensen die moeilijk kunnen rondkomen, aan de bijstand en de kinderbijslag, zei hij in de Leeuwarder Courant. En na vele partijen op links belooft nu ook de VVD, bij monde van premier Rutte, om 2 miljard extra uit te trekken voor de ouderenzorg. Ook kan ineens de hogere eigen bijdrage voor ouderen in verpleeghuizen misschien weer weg.

Wie betaalt al die beloften?

Nieuwe plannen, grote getallen. Alles om kiezers te trekken. Los van de campagnekalender is de timing niet toevallig. Volgende week donderdag presenteert het Centraal Planbureau (CPB) zijn doorrekeningen van de verkiezingsprogramma’s. De Tweede Kamerfracties hebben het oordeel van de rekenmeesters twee weken geleden al gekregen. Daarmee weten ze definitief of hun mooie beleidsvoornemens haalbaar en betaalbaar zijn. Kennelijk voelen ze zich zeker genoeg om preciezere bedragen te noemen dan in de verkiezingsprogramma’s waar vaak alleen staat dat de belastingen omlaag moeten, niet met hoeveel. De financiële paragrafen in verkiezingsprogramma’s zijn de laatste jaren aanmerkelijk dunner geworden, en in sommige programma’s zelfs geheel verdwenen. De PVV en 50Plus hebben hun programma’s welbewust niet naar het CPB gestuurd.

Doorrekenen betekent antwoord geven op de vraag: wie betaalt dat? Een belastingverlaging van tientallen miljarden euro’s voor mensen die werken, betekent óf bezuinigen op de overheidsuitgaven, óf de belastingen verhogen voor andere groepen, óf een hoger begrotingstekort. Al is er door het recente economisch herstel wel meer ruimte voor cadeautjes aan kiezers.

Het CPB gaat in de doorrekeningen nog uit van de laatste langetermijnraming, die het op Prinsjesdag publiceerde. Daarin werd aan het eind van de volgende kabinetsperiode al een begrotingsoverschot verwacht van 0,9 procent van het bruto binnenlands product in 2021. Partijen die dat overschot willen uitgeven hebben ongeveer 7 miljard euro om mee te spelen.

Sinds september is de economische groei al weer hoger uitgevallen dan werd geraamd op Prinsjesdag. In november maakte minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) een belastingmeevaller van ruim 4 miljard bekend.

Na jaren snijden, wil iedereen investeren

Dikke kans dat bij de volgende economische raming van het CPB, kort ná de verkiezingen van 15 maart, er in de nabije toekomst nog meer ruimte op de begroting ontstaat. Volgende week donderdag bij de bekendmaking van de CPB-doorrekening zal blijken in hoeverre partijen ervoor kiezen toekomstige meevallers grotendeels al uit te geven. Een ding is zeker: na jaren van bezuinigen wil iedereen weer investeren in de economie of uitgeven. In de verkiezingsprogramma’s boekten vrijwel alle partijen al extra geld in voor ouderen. Daar heeft 50Plus geen monopolie op. Ook populair zijn lagere belastingen voor werkenden, kleine spaarders en kleine ondernemers.

Partijen die dat overschot willen uitgeven, negeren het advies van de Studiegroep Begrotingsruimte van juli vorig jaar. De topambtenaren van verschillende ministeries en de bazen van het CPB en De Nederlandsche Bank vinden nieuwe bezuinigingen niet nodig, maar extra investeringen zonder dekking noemen ze onverstandig. Het komende kabinet zal in hun ogen buffers moeten opbouwen om eventuele nieuwe economische dipjes gemakkelijker te kunnen opvangen. Een structureel begrotingsoverschot is daarbij gewenst. Anders moet een nieuw kabinet straks weer abrupt bezuinigen.

Het begrotingsbeleid is volgens CPB-economen nogal ‘procyclisch’. In de afgelopen jaren hebben kabinetten de neiging te bezuinigen als het economisch slecht gaat en extra uit te geven als het goed gaat. Daardoor versterken ze de op- en neergangen in de economie. En dat is schadelijk, aldus de Studiegroep. „Het beleid is in het verleden vaak niet stabiliserend geweest.”

Dat terwijl de Nederlandse begroting „zeer gevoelig is voor economische schokken. Bij tegenslag verslechtert de begroting snel.” De Nederlandse economie is dat volgens DNB en CPB ook. Huishoudens zijn door hoge hypotheekschulden en het verplichte pensioensparen gevoelig voor schokken op de huizenmarkt en de financiële markten. Omdat Nederlanders relatief weinig vrij sparen, gaan huishoudens sneller dan Duitsers en Belgen in een recessie minder consumeren. Dat maakt de Nederlandse economie grillig: dips zijn groter dan in de ons omringende landen en de pieken ook. Dat zorgt voor onnodige en schadelijke onrust: bedrijven moeten hollen of stilstaan.

Als de overheid een overschot opbouwt in goede tijden, kan die dit soort economische schokken verzachten door dan juist het tekort te laten oplopen, is het idee. Dat advies slaat dood in deze campagnetijd, ook al schrijven diverse partijen in hun verkiezingsprogramma dat ze verstandig willen begroten.

Bovendien gaan partijen die willen investeren zeker niet in tegen het advies van alle economen. Er zijn genoeg prominente economen die vinden dat de economie nog steeds een zet nodig heeft en die hartstochtelijk voor meer overheidsuitgaven pleiten. Zeker nu de rente laag is en overheidsinvesteringen dus sneller lonend zijn dan voorheen.

Was het ruim vier jaar geleden tijdens de verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer tijd voor bezuinigen voor vrijwel alle politieke partijen van links tot rechts, inclusief PVV en SP. Nu is het tijd om te investeren en extra uit te geven, vinden partijen van links tot rechts. ‘Flipflop-Rutte’, noemde CDA-leider Buma woensdag de VVD-leider en premier als reactie op Ruttes belofte om 2 miljard euro extra te besteden aan de ouderenzorg na jaren van bezuinigen. Als je nu naar de vele beloftes kijkt, dan zou die term weleens bij veel meer partijen kunnen passen.