Meer verwarde mensen gesignaleerd, toch minder patiënten bij crisisdienst

Het aantal keren dat de crisisdienst voor mensen met een psychische stoornis in actie is gekomen, is de afgelopen drie jaar aanzienlijk gedaald. Dat blijkt uit cijfers van de Nederlandse zorgverzekeraars, die zijn verwerkt door informatiecentrum Vektis.

In 2016 moest de crisisdienst ongeveer 56.000 keer in actie komen, tegenover 68.000 keer in 2013, een afname van 18 procent.

Zilveren Kruis, de grootste zorgverzekeraar van Nederland, zegt „verrast” te zijn door de cijfers. „De politie geeft de afgelopen jaren steeds aan dat ze meer meldingen hebben van verwarde personen op straat, maar er worden in ieder geval niet meer mensen naar de crisisdienst doorgestuurd.” Het aantal verwarde personen dat de politie registreerde nam volgens haar tussen 2013 en 2015 juist met meer dan 20 procent toe, van 52.000 naar 66.000. Van 2016 zijn nog geen cijfers.

Uit een analyse van ggz-onderzoeker Bauke Koekkoek bleek al dat de ‘verwarde personen’ die de politie registreert slechts voor ongeveer 45 procent bestaat uit mensen met een psychische stoornis, van wie de helft bij de crisisdienst uitkomt. Een demente oudere kan er ook onder vallen en iemand die te veel drugs heeft gebruikt of een verstandelijke handicap.

Koekkoek, die zelf ook in de crisisdienst werkt, herkent het beeld dat de dienst minder wordt ingezet. Organisaties in de ggz proberen patiënten sinds een aantal jaar vaker thuis door vaste teams te laten behandelen in plaats van in een instelling.

Crisisdienst pagina 8
    • Kim Bos