Medewerker PVV verliest rechtszaak tegen partij

De medewerker ervaarde “extreme werkdruk” maar de rechter zag te weinig bewijs voor “ernstig verwijtbaar handelen” van de PVV.

Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

Een medewerker van de PVV die een rechtszaak was begonnen tegen de partij vanwege extreme werkdruk, heeft de zaak verloren. Dat oordeelde de rechtbank in Den Haag woensdag.

De medewerker had de zaak aangespannen omdat hij een “extreme werkdruk” ervoer. Als gevolg zit hij nu arbeidsongeschikt thuis en slikt hij een antidepressivum. Daarnaast eiste de medewerker een compensatie van 209.400 euro omdat hij denkt moeilijk weer aan het werk te komen vanwege een “PVV-stigma”.

Ernstig verwijtbaar handelen

De rechter gaf de medewerker geen gelijk en omdat er geen bewijs was voor “ernstig verwijtbaar handelen”. Volgens de rechter is de werkdruk binnen de PVV bespreekbaar geweest. Nadat de medewerker dit twee keer aan de orde heeft gesteld, heeft de partij maatregelen genomen om de werkdruk te verlichten. Hierna heeft de medewerker het onderwerp niet meer officieel ter sprake gebracht en heeft zich ook niet ziek gemeld.

Ook benadrukte de rechter dat er verwacht mag worden dat fractiemedewerkers af en toe hard werken omdat er ook rustiger periodes zijn, zoals tijdens bijvoorbeeld de recessen van de Tweede Kamer.

“In het algemeen mag van een fractiemedewerker verwacht worden dat hij of zij ook buiten kantooruren en incidenteel zelfs ‘s avonds laat of ‘s nachts beschikbaar is, zeker als in de Tweede Kamer belangrijke debatten worden gevoerd.”

Daarnaast heeft de medewerker geen recht op de compensatie. Volgens de rechter was het “PVV-stigma” niet de aanleiding voor zijn vertrek en daarom zag de rechter geen reden om de vergoeding toe te kennen. Wel krijgt de medewerker een zogenaamde “transitievergoeding” van 11.633 euro.