Mamma mia, wat is het hier toch druk – maar ook lekker

Restaurantrecensie Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam. Deze week: Risto enoteca Pepenero.

Foto Rien Zilvold

In Oost, op een steenworp van de Amstel, zit sinds drie maanden een Italiaan waarover de gasten hysterisch positief zijn. Het regent negens en tienen op recensie-website Iens, je zou er bijna wat van denken. Maar goed, we zien niet overal complotten, alhoewel we Iens ook niet op haar blauwe ogen geloven. We gingen dus zelf proeven. En ja, het was druk en ja, het was lekker.

Eerst zat hier een Italiaans pizzarestaurant; de chef is gebleven, maar de zaak is verbouwd en de menukaart kreeg een upgrade – pizza’s worden er niet meer geserveerd. Wel de bekende Italiaanse klassiekers, van vitello tonnato via risotto naar branzino gratinato al forno. Het is er warm en gezellig en aan de muur eet, hoe kan het anders, La Loren spaghetti of zit ze met een houten slacouvert boven d’r hoofd.

De begroeting is hartelijk en gastheer/eigenaar Marco Spina geeft ons alle aandacht: een mooi tafeltje, persoonlijk wijnadvies, mondelinge toelichting op de kaart. Dat doet Marco bij alle gasten en al snel wordt dan ook duidelijk dat hij zich de benen uit het lijf loopt om iedereen tevreden te stellen. De twee andere medewerkers, onderling spreken ze rap Italiaans, staan er wat onthand bij.

De gastheer loopt zich de benen uit het lijf loopt om iedereen tevreden te stellen

We bestellen een ‘duet’ van vitello en carpaccio met truffelmayonaise (12,50) en melanzane parmigiana (10,50), we delen als tussengerecht paccheri con salsiccia con funghi (grote pijppasta met worst en paddenstoelen, 12,50) en als primi worden het filetto di manzo in crema di tartufo nero (ossenhaas in zwarte truffelsaus, 23,50) en gamberoni al sale con dressing al salmoriglio (garnalen op zout in kruidendressing, 21,50).

Hier wordt met goede spullen gewerkt, het vlees van de carpaccio en vitello is mooi en mals. Dat de carpaccio en vitello op één bord liggen hoeft van ons niet, maar bij Pepenero houden ze nu eenmaal van het rijke leven. De melanzane, een gerecht van plakken aubergine met tomatensaus, mozzarella en Parmezaanse kaas, is uitstekend, de aubergines zijn rokerig en dat geeft veel smaak, maar het komt lauw op tafel. Jammer, te lang bij de pass gestaan, een bordenwarmer zou ook wonderen verrichten. De pasta met worst is hartverwarmend lekker, alle smaken komen in balans, en Marco matst ons met een portie die zich gemakkelijk laat delen.

En dan begint het lange wachten. De gastheer rent bijkans door zijn zaak en de chef zet vast alle zeilen bij (de keuken is helaas aan het zicht onttrokken), maar voor dit kleine clubje mensen is het te veel en te druk. We verwachten ieder moment een wanhopig mamma mia, maar de ploeg dendert dapper door en wij drinken de fles fruitige, tikkie kruidige rode wijn (Cannonau di Sardegna, 32,50) leeg.

De hoofdgerechten smaken trouwens prima. De grote garnalen zijn goed geroosterd en de friszure vinaigrette met kruiden is heerlijk, de aardappeltjes in de schil uit de oven zijn flink gezouten maar lekker, en de kruidige salade is uitstekend aangemaakt. Alleen de zwarte truffelsaus bij de ossenhaas bevalt niet; het smaakt niet zozeer fabrieksmatig, maar naar van alles en niets tegelijk.

Omdat we nu eenmaal profproevers zijn laten we ook nog wat desserts komen: tiramisu en sgroppino al limone (7,50). De tiramisu is een deconstructie van tiramisu, grapje van de chef, dus de lange vingers, drank en mascarpone worden gescheiden geserveerd. Leuk, maar het werkt niet, want dit gerecht wordt juist lekker omdat alle smaken op elkaar inwerken. De sgroppino wordt aan tafel bereid met een flinke slok wodka, ijs en prosecco. Een arbeidsintensief klusje, maar Marco blijft er vrolijk bij kijken en het is heerlijk.

Bij vertrek drukt de gastheer ons de hand en zegt: „Even een mooie review op Iens schrijven, hè.” We schrijven een stukje in de krant.

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.