Recensie

Koken bij Arabische vrouwen thuis

‘Op Zoek Naar de Granaatappel’ is een boeiende reeks portretten van Arabische vrouwen, vermomd als culinair reisprogramma.

Merijn Tol en Nadia Zerouali in 'Op Zoek Naar de Granaatappel' (NTR)

Er zijn heel wat programma’s over eten op televisie, vaak met een sterk educatief karakter, maar zoiets als Op Zoek Naar de Granaatappel (NTR), dat heb ik nog niet vaak gezien.

Officieel is het een speurtocht van de Nederlandse kookboekenschrijvers Merijn Tol en Nadia Zerouali op locatie naar de bereidingswijze van gerechten uit de Arabische keuken. In werkelijkheid zijn eten en recepten voornamelijk een alibi om portretten te maken van vrouwen, zoals we die niet vaak op tv zien. De beste gerechten eet je immers in Arabische landen niet in een restaurant, maar bij mensen thuis, klaargemaakt door vrouwen met een zekere culinaire reputatie.

Beide hoofdpersonen spreken de taal, zij het met een Marokkaanse tongval. Tot nu toe zagen we hen in het Jordaanse grensstadje Ajloun, waar een weduwe die een forse garage bestiert, laat zien hoe je het nationale vleesgerecht mansaf bereidt; en in een vluchtelingenkamp in Zuid-Libanon dat ruim vijftig Syrische families herbergt.

Daar zwaait slagersvrouw Oum Ratib de scepter in de keuken. Ze heeft al drie jaar geen vlees meer op tafel kunnen zetten en dus kopen de televisiemakers met haar negen kilo lamsvlees voor een feestmaal: lam met rijst, gember, gekookte ui en zeven soorten kruiden, waaronder kardemom.

Natuurlijk vormen de blije gezichten van de eters een soort van bonus, alsof het hier om toverstaftelevisie uit de RTL-stal ging. Maar we zien ook dat Oum Ratib niet graag in het Libanese dorp verschijnt, want daar hebben ze een hekel aan Syrische vluchtelingen die wel eens de spaarzame banen zouden kunnen wegkapen. Ook ontmoeten we daar een kamelenslager die ervan overtuigd is dat consumptie van kamelenvlees een man van 70 kan laten voelen alsof hij 50 is.

Daar gaat het ook vaak over, in de vrouwengesprekken. Dat mannen niet kunnen koken en welke mate van vrijheid ze hun echtgenotes en dochters toestaan.

In Jordanië lijkt dat mee te vallen, al is het voor een vrouw alleen niet verstandig om zich door de mannelijke cameraploeg naar huis te laten rijden. Dat geeft geen pas voor het dorp, al heeft ze er zelf geen problemen mee. Verder mag ze ongeveer alles, zegt ze, behalve misschien taekwondo.

In het Libanese kamp verzorgt Nejma, een pittig meisje van 14, het onderwijs aan de jongere kinderen. Die wil eigenlijk zangeres worden en droomt van een optreden in de ook daar populaire talentenjacht The Voice Kids.

De aanstekelijkheid van de mediterrane cultuur, de liefde voor eten en het fysieke contact tussen vrouwen die over wezenlijke dingen praten, dat komt allemaal goed uit de verf. En ik realiseer me weer eens hoe weinig we weten over die Arabische wereld. Hoe veel programma’s en artikelen heb ik niet tot mij genomen over Syrië en de toestand in hoofdstad Damascus? Maar nooit geweten dat de Syriërs haar consequent Sham noemen.