Recensie

Knotsgekke Kunst op weg naar het niveau-Roald Dahl

Marco Kunst schreef eerder filosofische fantasy en een literair-realistisch kinderboek. Zijn nieuwste boek is regelrechte kinderkolder, het genre van grootmeester Roald Dahl.

Illustratie Marieke Nelissen uit 'De Waterwaack van Natterlande'.

Tegelijk niet en wel typerend voor het nieuwe kinderboek van Marco Kunst, deze zin van bladzijde 31: ‘Ik weet dat het voor de rest van het verhaal niet belangrijk is, maar ik wil toch even zeggen dat het brandsmaakje dat de kip had door die vlam die in hoofdstuk één in de pan sloeg, écht Geweldig was.’

Een terzijde – maar hij toont tegelijk het type curiositeiten waar De Waterwaack van Natterlande werkelijk van barst. Grappig en onzinnig, je rechtstreeks aansprekend, vrolijk uitweidend en bewust doorratelend, alles puur voor de lol. Soms denk je dan: dat mag wel wat minder. Bijvoorbeeld bij de beschrijving van (wéér) een mal figuur dat verder geen noemenswaardige rol speelt: ‘Hij heeft lang grijs haar, draagt altijd een tuinbroek, brilletje en oorbelletjes, heeft een pluisbaardje en rookt vreemde sigaretjes die naar dennenshampoo en aangebrande spinazie ruiken.’

Jajajajaaaa, okééé. Marco Kunst overstelpt ons. Maar hij doseert óók: deze beschrijving maakt hij af met een goeie grap. ‘Je kent het type vast wel.’ Zo begeeft hij zich met zijn nieuwe boek succesvol op het terrein van de kinderkolder.

Knotsgekte en doldwaasheid

Kunst debuteerde in 2004 met Gewist, een wervelende dystopie van vóórdat de stapel boeken in dat genre torenhoog en mijlenbreed werd. Sindsdien maakte hij alles van filosofische fantasy tot literair-realistisch kinderboek, maar in zijn nieuwe boek heersen de knotsgekte en doldwaasheid. Dat is een genre apart, met zijn eigen sterren. Je hebt de doldwaze Meneer Gum-serie van Andy Stanton, het onnavolgbare oeuvre van veelschrijver Marc de Bel, en van eigen bodem de Dummie de Mummie-serie van Tosca Menten. Razend populair, en soms ook dodelijk vermoeiend.

Kunst heeft op de meesten een streepje voor. Zijn kunstige zinnenbouwerij, zijn gevoel voor ritme en humor, zijn overdrijvingen en running gags en woordspelingen liggen dichter bij het niveau-Roald Dahl, het summum in het genre, dan De Bel of Menten ooit zijn gekomen.

Het verhaal, om het hoofdstuk verteld door de tweelingbroer en -zus Toffee en Gum, gaat over een gezin dat een lap moerasgrond erft op voorwaarde dat ze ‘Waterwaack’ worden – iets mysterieus dat te maken heeft met verantwoorde omgang met de natuur. Om die waterschapskeuvel geven hun geldwolvige ouders aanvankelijk niets, bouwen zullen ze. Totdat het landschap de vers gelegde asfaltweg letterlijk afschudt: ‘Die gleed naar beneden als een ei in een antiaanbakpan en bleef in dikke zwarte klodders op het gras van de Knolderpolder liggen.’

Een soort mega-mossel

Probleem: Kunst trapt wel lol, maar heeft in De Waterwaack van Natterlande niet echt iets wezenlijks te vertellen. De crux blijkt een soort mega-mossel te zijn, die onder de oppervlakte van het moeras woont en uit miskendheid dreigt dicht te klappen – waarmee de nabijgelegen stad Natterlande verzwolgen zou worden. Daarin meegaan vergt al enige suspension of disbelief, maar dat dit je ook werkelijk iets kan schélen, is dan nog een tweede.

Dat ligt aan Toffee en Gum, die niet echt interessante personages willen worden. Zij ontpoppen zich, zoals dat zo’n beetje hoort in een kinderboek, als hoeders van de mossel én redders van de dag. Maar: halfslachtig, want tegelijk verzetten ze zich niet echt tegen hun karikaturale geldwolfouders, die immers wel hun dagelijks brood moeten blijven betalen.

Daar had wat in gezeten, een conflict, een verhaal dat ergens over gáát. Zo voelt ook de afwisseling van vertellers als een gemiste kans: gingen Toffee en Gum maar eens echt tegen elkaar in! Of was datgene wat ze opschreven maar meer geweest dan een verslag, maar ook inzet van ruzie (met een meta-laag à la Spinder, of Broergeheim)! Zodat hun tweelingband op de proef gesteld werd!

Zoiets ontbreekt – terwijl Kunst heus betekenisvolle verhalen kan vertellen, getuige Gewist. Hij moet dan ook zeker doorgaan op dit spoor. En de vlam weer in de pan laten slaan, want inclusief brandsmaakje wordt het écht Geweldig.