Graven naar het eigen gelijk in grond Jeruzalem

Archeologen, politici en Unesco bekvechten over opgravingen in de historische grond van de eeuwenoude stad.

Overzicht over de Oude Stad in Jeruzalem. Foto Thomas Coex/AFP

Direct ten zuiden van de Oude Stad in Oost-Jeruzalem staart archeoloog Yonathan Mizrachi in een diep gat. Enkele tientallen meters beneden hem zijn opgravingen te zien die wijzen op bewoning uit de tijd van de Tweede Joodse Tempel, rond het begin van onze jaartelling. In deze zogenoemde Givati-opgraving zijn de verschillende kamers van een huis goed te onderscheiden.

In oktober 2016 werd er een Unesco-resolutie aangenomen die tot brede verontwaardiging leidde in Israël. De resolutie zou de joodse link met de Tempelberg ontkennen, heette het. In een interview met NRC zei Ofer Zalzberg, analist van de ngo International Crisis Group, dat Israël wel een punt heeft: zo wordt de plek uitsluitend bij de moslimnaam genoemd (Haram al-Sharif).

De resolutie van Unesco

Het gevolg van deze woede was wel dat de volledige tekst van de resolutie overschaduwd raakte. Los van alle semantiek blijkt daaruit dat Unesco zich zorgen maakt over de manier waarop Israël omgaat met archeologische opgravingen in Jeruzalem.

Lees ook het interview met Ofer Zalzberg: ‘Israël overdrijft de ernst van het probleem’

Unesco vergeleken met IS

Mizrachi deelt deze zorgen van Unesco. Voorheen werkte hij bij de Israëlische Oudheidsautoriteit, die over opgravingen gaat. De directeur van deze overheidsinstantie haalde onlangs het nieuws toen hij Unesco met terreurgroep IS vergeleek. Mizrachi vond al veel eerder dat de archeologie in Israël „gepolitiseerd” is geraakt.

„Het gaat allemaal om het creëren van een narratief. En dat narratief is: Jeruzalem is een Joodse stad, altijd al geweest, en daarom is de stad van ons.”

Jeruzalem, een van de oudste steden ter wereld, is in de voorbije drieduizend jaar overheerst geweest door Kanaänieten, Joden, Babyloniërs, Perzen, Grieken, Romeinen, Byzantijnen, moslims, kruisvaarders, Ottomanen en Britten. Zet er één spade in de grond en je vindt iets van belang.

Dit geldt al helemaal voor de Givati-opgraving, de grootste van de stad. Het beheer over deze plek – in bezet Palestijns gebied – is gegund aan Elad, een rechtse ngo die als doel heeft om de stad te ‘verjoodsen’. Een van de manieren om dat te doen, is door in opgravingen vooral de Joodse geschiedenis te benadrukken. Vondsten uit andere periodes in de geschiedenis van Jeruzalem worden minder goed uitgelicht of zelfs helemaal niet getoond. De moslims hebben Mekka en de Joden Jeruzalem, vindt Elad.

En daarbij blijft het niet. Elad wil boven op de Givati-opgraving een gebouw van zeven verdiepingen neerzetten. Niet om de opgraving te verbergen, maar om haar te vieren: hier, in de zogenoemde ‘City of David’, zullen toeristen en andere geïnteresseerden de Joodse oorsprong van de stad in volle glorie kunnen ervaren. In de resolutie „betreurt” Unesco de bouw van dit bezoekerscentrum.

Wie heerste in Jeruzalem en wanneer?

Archeologie een politiek middel

Natuurlijk, zegt Mizrachi, is archeologie een politiek middel. „Het is geen exacte wetenschap. Regimes en groepen gebruiken archeologie om het verhaal te benadrukken dat zij het belangrijkst vinden.” Wie bepaalt welke laag moet blijven, en welke wel weg kan? Is dat een politieke beslissing, of zijn sommige lagen eenvoudigweg interessanter dan andere? Mizrachi, oprichter van de ngo Emek Shaveh (‘Gelijke Vallei’): „Je kunt de vraag ook anders stellen. Hoe trek je meer toeristen: door de joodse of de islamitische geschiedenis te benadrukken?”

Elad is een „extremistische organisatie”, zegt Mizrachi. „Niemand kan zeggen dat Jeruzalem van hem is. Er zijn miljarden joden, christenen en moslims die een connectie voelen met deze plek. Daarom vind ik het fundamenteel verkeerd om deze opgraving in handen te geven van een groep met zuiver nationalistische intenties.”

Is de Joodse geschiedenis van Jeruzalem dan niet belangrijk? „Oh, zeker wel. Maar het is slechts één deel. En niet eens het belangrijkste.” Mizrachi zou liever zien dat een groep Israëlische, Palestijnse en internationale archeologen gezamenlijk zou beslissen wat er wel en niet getoond wordt.

In een reactie zegt Ze’ev Orenstein, directeur internationale zaken van Elad, dat de Givati-opgraving wel degelijk uiteenlopende periodes uit de geschiedenis toont. Juist onder het beheer van Elad, zegt hij, is de ‘City of David’ uitgegroeid tot „een van de meest bezochte bezienswaardigheden van Israël”, met een half miljoen bezoekers per jaar.

„Miljoenen mensen van over de hele wereld, van alle geloven en achtergronden, zijn geïnteresseerd in de ontwikkeling van deze plek.”

Palestijnen wandelen langs de Rotskoepel voor het gebed in de Oude Stad in Jeruzalem begint.
Foto Ahmad Gharabli/AFP
Joden in de Oude Stad in Jeruzalem.
Foto Gil Cohen-Magen/AFP

Fenomenaal uitzicht

Mizrachi loopt zo’n vierhonderd meter naar het noordwesten, de Oude Stad in, naar een plek die een fenomenaal uitzicht geeft over de Klaagmuur en de daarbovenuit torenende Rotskoepel. Als Israëliër snapt hij goed waarom zijn landgenoten zo furieus reageerden op de Unesco-resolutie. Hij wijst op de honderden religieuze joden die onder hem bewegen over het plein voor de Klaagmuur – de joodse heilige plaats die gesitueerd is in bezet Palestijns gebied.

„Vraag hun of ze vinden dat dit gebied Israëlisch is en ze zullen allemaal ja zeggen. Het gaat over de vraag of de Joden behoren tot dit land, en in het bijzonder tot Jeruzalem.” Een vriend van Mizrachi uit Haifa was al vijftien jaar niet in Jeruzalem geweest, maar was evengoed buiten zinnen door de resolutie, zegt de archeoloog. „Als ze aan deze stad komen, al is het maar aan het mentale plaatje dat iedere Jood in zijn hoofd heeft van Jeruzalem, wordt dat gezien als onversneden antisemitisme.”

Dat is ook wat Ze’ev Orenstein van Elad vindt. Het „riekt naar onverdraagzaamheid”, zegt hij, om te suggereren dat Joden niet zouden kunnen leven op de plaats die hun spirituele, politieke en culturele identiteit definieert. Dat maakt de gewraakte resolutie ook zo „absurd”, aldus Orenstein. De landen die voor de resolutie hebben gestemd, zijn overwegend moslimlanden als Tunesië, Koeweit en Libanon. Orenstein:

„Unesco is gekaapt door een blok van landen die de VN zien als vehikel voor de demonisering en delegitimatie van de staat Israël.”