Eis: ruim 10 jaar cel voor webcamafperser

Rechtszaak

Onder een schuilnaam voerde verdachte C. „schokkende gesprekken” met zijn slachtoffers, zei het OM donderdagochtend.

Het Openbaar Ministerie eist een celstraf van tien jaar en acht maanden tegen de Brabantse ‘webcamafperser’ Aydin C. Dat bleek deze donderdagochtend tijdens de rechtszaak tegen C. in de extra beveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp. Daarmee kiest het OM voor de maximale straf, omdat het een „illusie dat deze verdachte zijn leven zal beteren”.

De 39-jarige C. wordt onder meer verdacht van vervaardiging, bezit en tentoonstelling van kinderporno, verleiding en aanranding van minderjarige meisjes en vijf homoseksuele mannen. C. zou de meisjes, 34 in totaal, herhaaldelijk en langdurig gedwongen hebben tot webcamseks.

De officier van justitie sprak van een „uiterst dwingend optreden” en „ernstige strafbare feiten”. De minderjarige meisjes waren afkomstig uit Nederland, de Verenigde Staten, Noorwegen en Canada. Een van de slachtoffers van C. zou de Canadese tiener Amanda Todd geweest zijn, die zelfmoord pleegde nadat ze een YouTube-filmpje had gemaakt over de chantage. Haar zaak wordt later in Canada behandeld.

C. kwam met de meisjes in contact terwijl hij zich op chatsites of kindercommunity’s voordeed als een leeftijdsgenote. Deze ‘Kelsey’, of een variant daarop, zou hen hebben verleid tot het maken van een naaktfoto met een webcam. Later werd er weer contact met hen opgenomen, en dreigde hij de naaktfoto te verspreiden onder familie en vrienden. Om dat te voorkomen moesten de meisjes ‘seksshows’ geven via de webcam.

De meisjes waren in sommige gevallen niet ouder dan 10 jaar. Onder een schuilnaam voerde C. „schokkende gesprekken” met ze via Skype, aldus het OM. De meisjes hebben hierdoor „ernstige schade ondervonden” en zijn „in de fase van onzekere puber nog onzekerder geworden”. C. voelde volgens het OM „haarfijn aan hoe hij hen moest benaderen en manipuleren”.

De proceshouding van Aydin C. werkte tegen hem, en verzwaarde zijn strafeis: hij gaf geen antwoord op vragen en ‘speelde’ met de rechtbank. „Arrogantie ten top”, vond de officier van justitie. C. zit al sinds januari 2014 in voorarrest. Volgende week zal C.’s advocaat zijn verweer uitspreken, begin maart doet de rechter uitspraak.