Eeuw geleden werd eerste vrouw professor

Johanna Westerdijk was een beroemd schimmelonderzoeker. Honderd jaar geleden werd ze de eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland.

Johanna Westerdijk in haar laboratorium in villa Java in Baarn, kort na de Tweede Wereldoorlog. Foto Hollandse Hoogte

Wat moeten we denken van iemand die schimmels ziet als levende wezens en denkt dat een eentonig bestaan hen kan fnuiken? En ik bedoel geen witte paarden, maar van die akelige grijze groeisels op oude etenswaren. Iemand die in oorlogsomstandigheden de boer opgaat om zuivere haver voor haar schimmels te krijgen en op het eind van de oorlog haar eten deelt met schimmels? Die in diezelfde Tweede Wereldoorlog schimmels levert aan Duitsland voor instituten waar onderzoek gedaan wordt voor de regering en het leger? Iemand die op het eind van haar werkzame leven 8.000 soorten schimmels in een villa in Baarn verzameld had, de grootste schimmelcollectie ter wereld?

Ik heb het over Johanna Westerdijk (1883-1961), de eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland, die honderd jaar geleden in Utrecht benoemd werd tot bijzonder hoogleraar in de fytopathologie, de plantenziekten.

De doorbraak van vrouwen in academische kringen is een trage geweest, eigenlijk geen doorbraak maar een langzaam binnendruppelen. Eeuwenlang is Anna Maria von Schürman de enige vrouw geweest met toegang tot de academie. Dat was in 1636 en ze volgde colleges achter een gordijn. Daarna, in 1871, was het Aletta Jacobs die de regels doorbrak. Haar dissertatie dateert van 1879. Westerdijk werd in 1917 zonder Bussemakerstimulans de eerste vrouw met een hoogleraarspost. Maar zoals dat toen ging: de eerste vrouwelijke hoogleraren waren allemaal bijzonder hoogleraar. Dat wil zeggen: onbezoldigd of met een beperkte vergoeding, zonder pensioen. Toch een beetje tweederangshoogleraar. Pas in 1927 kreeg een vrouw een structurele hoogleraarspost. Cornelia de Lange werd toen hoogleraar kindergeneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam.

Een hele piet

Die wat bizarre fascinatie voor schimmels sluit niet uit dat er veel goeds over Johanna Westerdijk, die zich Hans liet noemen, valt te melden. In 1883 werd ze geboren in een artsengezin, waar ze de kans kreeg zich te ontwikkelen. Als kind trok ze vaak naar buiten, en ze bewonderde de natuuralbums van Jac. P. Thijsse. Na haar inschrijving bij de Amsterdamse faculteit Wis- en Natuurkunde trok ze de aandacht van de beroemde hoogleraar Hugo de Vries. Via omwegen kwam ze op de universiteit van Zürich terecht, waar ze kon promoveren op een studie over bladmos. Ik ben er een hele piet in, schreef ze een vriendin.

Nog voor haar promotie kreeg ze vanuit Amsterdam een verzoek dat de 23-jarige toch tamelijk absurd moet zijn voorgekomen. Of ze directrice wilde worden van een consultatiebureau voor plantenziekten. De rijke familie Commelin Scholten had ter nagedachtenis aan hun jong overleden zoon Willie in 1894 het Phytopathologisch Laboratorium Willie Commelin Scholten opgericht, dat in een huis op de Roemer Visscherstraat in Amsterdam-Zuid open stond voor boeren, tuinders en particulieren die er met hun zieke aardappelen, aangetaste tomaten en verdroogde rododendrons heenkonden. De vorige directeur was naar Wageningen vertrokken. Professor De Vries had haar aangeraden: „Zij is één onzer beste leerlingen, stil en degelijk en met een goed verstand.” Dat hij haar stil noemt, verraadt dat hij haar privé niet goed kende, want zij was ook een feestbeest dat van uitgaan en dansen hield. Andere plantenziektenkenners vielen af omdat ze óf te lastig waren óf ruzie gemaakt hadden met de voorganger, en zo werd het jonge ding directeur, tegen een salaris dat beduidend lager lag dan dat van de mannelijke voorganger. Ze schrijft aan haar vriendin dat ze in de eerste weken al geconfronteerd werd met geelzieke hyacintjes, snotterige anemonen en vuur in narcissen. Het stimuleerde haar de boel grondig op te zetten en de ziekten wetenschappelijk aan te pakken. Gezonde planten infecteren en dan nauwkeurig bestuderen wat er gebeurde, dat was de methode. „Infecties doen is zoo oerlollig”, schrijft ze.

Getrek en geduw

Haar vroegere hoogleraar Friedrich Went vroeg haar op een gegeven moment of zij zo’n vijftig schimmels die hij verzameld had onder haar hoede wilde nemen. Dat was het begin van Westerdijks succes. Men moet zich realiseren dat schimmels geen schelpen of mineralen of foetussen op sterk water zijn die men in een vitrine zet en kan tentoonstellen. Schimmels leven. Ze moeten eten krijgen, dode schimmel bestaat niet. Went stimuleerde haar ook om met een beurs naar Indië te gaan voor verder onderzoek. Een deel van haar reisverslag is bewaard gebleven en daaruit blijkt een avontuurlijke geest die vaardig en levendig haar indrukken opschrijft.

Aan de Universiteit van Utrecht was er na veel getrek en geduw dat bijzonder hoogleraarschap voor haar geregeld, tegen een vergoeding van 200 gulden jaarlijks. Het deerde haar niet, zij hoefde niet voor een gezin te zorgen. Een huwelijk ambieerde ze niet, en dat was maar goed ook, want getrouwde vrouwen in overheidsdienst werden in die tijd de dag na hun huwelijk ontslagen. Het viel in de nationale pers meteen op dat er voor het eerst een vrouw hoogleraar was geworden. En dan ook nog eens geen „gejaagde, zenuwzieke gecompliceerde vrouw”, volgens de kranten. Op haar oratie volgde een manifestatie van vrouwelijke solidariteit, toen het talrijke publiek haar na afloop toejuichte.

Inmiddels was het huis aan de Roemer Visscherstraat te klein geworden. Een andere locatie werd gevonden in Baarn, in de villa Java, waar voor woning en laboratorium plek was. Daar begonnen mooie jaren voor Westerdijk. Ze kreeg er nog een bijzonder hoogleraarschap bij in Amsterdam, en dat betekende studenten te over. De villa werd zo ingericht dat studenten er langere tijd konden blijven om proeven te doen. Onder haar leiding werd het een geliefd oord. Er werd stevig gewerkt, maar ’s avonds was het tijd om te feesten. „Werken en feesten vormt schone geesten”, was haar lijfspreuk. Onder haar leiding werd de oorzaak van de iepenziekte onderzocht en bekend gemaakt. Ze voldoet helemaal aan het profiel van een hedendaags gerespecteerd hoogleraar: internationaal bekend, publicaties te over, veel promoties en veel derde geldstroom. Ze heeft in totaal 56 promoties begeleid en fondsen haalde ze heel direct binnen door schimmels te verkopen. Onderzoekers naar penicilline in de USA, Delft en Duitsland bestelden bij haar zuivere schimmels.

Dat ze ook aan Duitsland leverde, had tot gevolg dat ze na de oorlog voor het College van Herstel en Zuivering van de Utrechtse Universiteit moest verschijnen. Hoewel het College erkende dat haar contacten zuiver wetenschappelijk waren geweest, werd ze toch heel omfloerst gekapitteld omdat ze „niet van een zoodanige geest van verzet” blijk had gegeven als wellicht mogelijk was geweest. Dat moet haar in haar wetenschappelijke integriteit hebben gekwetst.

Geen dolle mina

Kan Westerdijk nu als een patroonheilige dienen voor vrouwelijke hoogleraren, die nog steeds moeten knokken voor erkenning in een door mannen overheerste academie? Zeker in wetenschappelijk opzicht. Ze was een topwetenschapper. Ook als begeleider van jongere wetenschappers. Ze wist te stimuleren, het beste uit iedereen te halen. Als feministisch hoogleraar? Niet letterlijk, ze was geen dolle mina, geen reformaanhangster, ze demonstreerde niet voor vrouwenkiesrecht. Maar doordat ze consequent haar leven lang geen onderscheid tussen mannen en vrouwen in de wetenschap maakte, zichzelf niet op de borst sloeg omdat ze als vrouw de academie geopend had, is ze toch een boegbeeld. Johanna Westerdijk heeft al enige papieren monumenten gekregen: een uitstekende biografie door Patricia Faasse (Een beetje opstandigheid) en een gedegen hoofdstuk van Mineke Bosch in Het geslacht van de wetenschap. Maar een stenen of bronzen monument ontbreekt. Villa Java is afgebroken. Haar Amsterdamse laboratorium staat er wel nog, om de hoek bij het woonhuis van Aletta Jacobs. Die heeft een plaquette. Iets dergelijks zou voor Hans Westerdijk toch ook moeten kunnen, dit jaar?

2017 is het Westerdijkjaar. Informatie daarover staat op de website van de KNAW.