Cultuur

Interview

Interview

Een uitgehold leger

Verdeeld Nederland In aanloop naar de verkiezingen van 15 maart zijn politieke partijen het over weinig eens, maar dat er meer geld naar het leger moet, is vrijwel onomstreden. Fotograaf John van Hamond trok het land in om te kijken welke gaten de bezuinigingen hebben geslagen.

Bij de marine in Den Helder zag hij een fregat liggen dat eigenlijk vervangen zou moeten worden om de slagkracht van Defensie te vergroten. Toch werd het nog eens gerepareerd. Bij de landmacht in Oirschot liet de magazijnbeheerder zien dat de basisgereedheid onder druk staat, omdat reserveonderdelen lang op zich laten wachten, soms maanden. Op vliegbasis Gilze-Rijen bleek dat op luchtmachtpersoneel een zeer zwaar beroep wordt gelegd, terwijl wat meer ruimte in het personeelsbestand goed zou zijn om de inzet van de krijgsmacht op peil te houden.

Wapensystemen moeten worden vervangen. De oppervlakte- en onderwatervloot, voertuigen om bermbommen op te sporen of de Apache-gevechtshelikopters: ze moeten worden gerepareerd, gemoderniseerd of vervangen. Vuursteun, onderhoud, bevoorrading en inlichtingen: er is te weinig van. Dat leidt soms tot grote problemen in het veld. Er ligt een stappenplan klaar bij Defensie om het leger te moderniseren en de slagkracht te vergroten. Maar daarvoor is geld nodig. Geld dat politieke partijen nu massaal beloven.

Marine

Nederland, Den Helder, Koninklijke Marine, 19 december 2016.

Het Belgische fregat ‘F930 Leopold I’ ligt in het droogdok voor groot onderhoud, dat eens per vier jaar plaatsvind. De Nederlandse marine werkt nauw samen met de Belgische marine. Zo voert België onderhoud uit aan Nederlandse mijnenjagers in de marinehaven van Zeebrugge. ‘Dit had evengoed een Nederlands fregat kunnen zijn’, zegt Robert van den Goorbergh, scheepscoördinator bij Directie Materiële Instanthouding. Hij is verantwoordelijk voor de onderhoudswerkzaamheden die in totaal een jaar gaan duren.

Van den Goorbergh: ,,We zijn hier aan het werk aan de scheepsromp, het deel dat normaliter onder water zit. Hier zaten de zogenaamde ‘kimkielen’. Dit zijn zijvleugels aan weerzijden van het schip voor stabiliteit tijdens het varen. Zie het als de vinnen van een walvis. Door de belasting op de ‘kimkielen’ zijn er lekkages ontstaan waardoor het plaatmateriaal van de scheepsromp is gaan roesten.” Het is een teken van ouderdom. Dit fregat is ruim 25 jaar oud: eigenlijk de maximale levensduur.

Dat maakt de Leopold 1 tekenend voor de situatie van de krijgsmacht: voor nieuw materieel is weinig geld, doordat er stevig is bezuinigd de afgelopen jaren. Dit fregat zou eigenlijk vervangen moeten worden. Maar daar is nu nog geen geld voor.

Lasser Bryce Boon is er al drie weken fulltime mee bezig: ,,De doorgeroeste, ingeteerde gaten in het plaatwerk worden uitgevuld met laswerk en weer vlakgeslepen. Het slijpen is het meeste werk. Ik verwacht het nu binnen een week af te hebben, dan heb ik er in totaal vier weken aan gewerkt. Daarna volgen de herstelwerkzaamheden voor de kimkiel aan de rechterzijde van de scheepsromp nog.”

Landmacht

Nederland, Oirschot, ‘Generaal Majoor De Ruyter van Steveninckkazerne’, 15 december 2016.

Eerste luitenant Nikki vertelt over de ‘Bushmaster’, een pantserwagen bestand tegen bermbommen, aangeschaft tijdens de missies in Afghanistan. ,,Het materieel is aangekocht, maar het ondersteunende proces zoals het onderhoud en inkoop zijn nog niet op orde. Door bezuinigingen op deze ondersteunende diensten, kom ik momenteel monteurs, gereedschap en reservedelen te kort”.

Ze vertelt dat militairen gewend zijn te improviseren. Nikki: ,,Het is ook een valkuil: we blijven maar doorgaan, ook als het eigenlijk niet meer kan.” De magazijnbeheerder, sergeant-majoor Jo: ,,Vroeger kon je reguliere reservedelen als een dynamo of startmotor binnen 3 weken verwachten na de bestelling. Dat kan nu wel eens maanden duren.”

Monteurs Nick en Remko (allebei korporaal) werken aan een ‘Fennek’. Dit pantservoertuig, dat word ingezet voor verkenningswerk, is net teruggekomen van een grote oefening in Duitsland. Nick: ,,De motorkap is gescheurd. We hebben het gerepareerd met stukken plaatmateriaal. Voor trainingen is dit acceptabel. Maar als de ‘Fennek’ op missie zou moeten niet: de hitte van de motor zou kunnen worden opgepikt door de vijand via hittedetectie. Die sturen we dus ook niet meer op missie, dat kan niet meer.” Ook Nick en Remko hebben last van schaarse reserveonderdelen. Dus wachten ze voorlopig af.

Nederland, Amersfoort, ‘Bernardkazerne’, 15 december 2016.

Sergeant-majoor de Vries wordt tijdens de training gebeld door Sectie Operaties van 101 CIS Bataljon, met het verzoek de ‘Tactische Trailer’ terug te halen uit het veld. Het satelliet communicatie systeem is benodigd voor een grote oefening in Polen die in januari 2017 van start gaat. Voorheen had de School Verbindingsdienst, waar De Vries hoofdinstructeur is, eigen materieel voor trainingen. Tegenwoordig moet het parate verbindingsbataljon haar systemen ter beschikking stellen voor de school Verbindingsdienst, op de momenten dat die nodig zijn in de opleidingen. Het is kenmerkend voor de schaarse middelen die de krijgsmacht nog heeft voor oefeningen. De rek is eruit en als er ergens tegenslag is, dan heeft dat direct consequenties.

De Vries: ,,Zo gaat het helaas. Uiteindelijk worden er prioriteiten gesteld en een gevechtsondersteuning gaat nu eenmaal voor op een training. De ‘onverwachte’ verandering is wel weer een goede oefening voor ons: in de praktijk lopen zaken immers ook niet altijd zoals gepland”.

Luchtmacht

Nederland, Rijen, Vliegbasis Gilze Rijen, 22 december 2016.

Majoor Spiros Koutsopodiotis is als Hoofd Operaties binnen Squadron 300 verantwoordelijk voor gereedstelling van personeel op de helikopters. De helikopter van dit squadron is de ‘Cougar’, een transporthelikopter waar vijftien mensen aan boord kunnen. De tak Operaties, waar Koutsopodiotis leiding aan geeft, beschikt over drie ‘vluchten’. Een ‘vlucht’ bestaat uit vijftien man personeel. Dit zijn gezagvoerders, vliegers en loadmasters. Koutsopodiotis: ,,Ik heb momenteel personeel voor twee vluchten, maar we opereren voor drie vluchten in totaal.

Hiervoor werken onze mensen met de maximale inzetbaarheid van honderdtachtig ‘nachten van huis’ per anderhalf jaar voor missies.” Dat is veel. Net als op materieel wordt er stevig beslag gelegd op militair personeel. Koutsopodiotis: ,,Deze maximale inzet is vermoeiend en er is geen ruimte om onverwachte situaties op te vangen. Als er een missie is geweest loop je met trainingen die volgen mogelijk al in de problemen.”

Foto’s John van Hamond