Dutchess

Er zijn momenten van bespiegeling, vooral ’s avonds laat. Dan zit ik in m’n eentje naast een flats kots van onze kutkat op de bank in de te kleine bovenwoning en dan zie ik het heel helder. Van de vrouw met wie ik leef, heb ik geen spijt, integendeel.

Van het kind dat we verwekten ook niet.

Van het tweede kind dat binnenkort komt ook niet.

Van de kat die ze meenam wel.

Ik weet dat ‘de kat’ een geliefd onderwerp is in de columnistiek, ik lees die verhaaltjes ook, maar ik herken er niets in. Omdat er altijd een stiekem soort waardering uit spreekt. Hetzelfde op Facebook, waar de eenzaamsten ongevraagd een kattencultus zijn begonnen.

Het zijn altijd grappige foto’s of filmpjes. Van katten die boos kijken – ‘grumpy cats’, katten die van een leuning van een stoel vallen of van katten met het tongetje uit de bek. Of gewoon van een kleine kat met daaronder dan een tekstje.

Dat gezeik over katten haalt het slechtste in me naar boven. Het gepresenteerde katbeeld klopt totaal niet met de werkelijkheid waarin wij verkeren. Die van ons kijkt niet boos of op een leuke manier afwijzend, valt niet schattig van leuningen en botst niet tegen deuren. Die van ons krijst.

Wij hebben geen huilbaby, maar een kutkat. Officieel heet ze ‘Dutchess’ (eerste baasje komt uit ’t Gooi), dat we eerst nog heel goeiig verbasterden tot ‘Duttie’. Maar steeds vaker noemen we het beestje bij de naam: ‘kutkat’.

De ‘kutkat’ is nooit kwijt. Ze is er altijd, ook als ze er niet is. Soms als het geluid even wat zachter is dan normaal, weten we dat ze in de tuin van de benedenbuurvrouw ligt te krijsen. Die vrouw is officieel doof, maar voor ons dier maakt ze een uitzondering.

Kutkat is een heilige Birmaan, dat zijn langharige katten waarvan ik korte tijd dacht dat ze blauwe eieren leggen, maar dat is niet zo: een heilige Birmaan lijkt op een cavia en kotst meerdere keren per dag haarballen uit. Daar gaan ze dan naast liggen krijsen. Het dier was ooit in huis gehaald uit medelijden. Er was met haar gesold – „Zeven baasjes!”, zei de vriendin verontwaardigd – maar inmiddels weten we dat dat een reden had.

Toen we laatst een weekend weg waren, gebeurde er een wonder: kutkat viel van het balkon.

De vriendin die in ons huis zat sms’te: „Ik ga beneden kijken…”

Even later kwam de tegenvaller: „Ze doet het nog!”

Zo goed dat zelfs zij, een overtuigd dierenvriendin, twee dagen later opgelucht onze woning verliet.

Gek gemiauwd.

heeft een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.