Column

Don’t mention de Griekse staatsschuld

Een alt-fact is zij niet. Maar een alternatieve werkelijkheid wel: de Griekse schuld aan de Europese landen en het IMF. Op 20 februari vergaderen de ministers van Financiën van de Eurogroep over de voortgang van de steun aan Griekenland, onder leiding van Jeroen Dijsselbloem. Dat wordt niet spannend. Waarom? Vóór we verdergaan, is het handig om even te recapituleren, want het is begrijpelijk dat de onschuldige omstander inmiddels de weg een beetje kwijt is.

In drie opeenvolgende steunprogramma’s, het eerste in mei 2010 en het jongste in de zomer van 2015, ontvangt Griekenland in totaal voor 269,8 miljard euro aan leningen, waarvan nu 215,5 miljard is verstrekt. De leningen zijn gegeven door eurolanden zelf, en de steunfondsen EFSF en ESM. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) komt daar nog bij, met 34,8 miljard. En dan is er nog de Griekse staatsschuld die in handen is van de Europese Centrale Bank (ECB).

Nederland staat in principe op de rol voor 11 miljard en neemt voor 4,6 miljard deel in het kapitaal van het ESM. Daarnaast draagt Nederland, puur theoretisch, proportionele verliezen bij de ECB en het IMF. Als je al het Nederlandse ingelegde kapitaal en de garanties voor alle betrokken instellingen (ESM, ESFS, Europese Investeringsbank, IMF, ECB) optelt, kom je op een enorm bedrag van ver boven de 100 miljard. Maar het verlies daarvan vergt wereldwijde, inktzwarte scenario’s – niet een Griekse teloorgang.

Nu doet het IMF niet mee aan de derde, jongste, ronde van 2015. Dat zou het alleen doen als het de financiële situatie van Griekenland als houdbaar ziet. En dat is niet het geval. Dinsdag publiceerde het IMF zijn doorlichting van de Griekse economie. Zo’n ‘artikel IV-consultatie’ doet het IMF met alle aangesloten landen. Maar bij Griekenland weegt het rapport erg zwaar.

De burger in Nederland en Duitsland zou daar, met verkiezingen in aantocht, nogal negatief op kunnen reageren

De Griekse schuld is, zo luidde het oordeel, niet houdbaar. Sterker nog, hij is op een ‘explosief’ pad. De staatsschuld loopt op de lange termijn op tot boven de 250 procent van het bbp. Het geld dat jaarlijks nodig is om die schuld te blijven financieren, loopt op naar 60 procent van het bbp. En Griekenland heeft geen kans om uit de problemen te groeien.

Uit het IMF-rapport is maar één conclusie mogelijk: de schuld zal deels moeten worden afgeschreven. Nu is dat eigenlijk al het geval. Want met de lage rentes op die schuld, en de looptijd tot ver na 2050, is die hele schuld eigenlijk al zo’n beetje de helft waard van waarvoor hij in de boeken staat. Maar werkelijk afschrijven is natuurlijk wel wat anders. De burger in met name Nederland en Duitsland zou daar, met verkiezingen in respectievelijk maart en september, nogal negatief op kunnen reageren.

En dus, na een IMF-vergadering maandag, waarbij de stemmen over Griekenland staakten, zei Dijsselbloem dinsdag dat „het IMF veel te pessimistisch” was. Hij kon moeilijk anders dan de winkelier spelen in de dead parrot-sketch van Monty Python. Klant: maar de Griekse staatsschuld is dood! Winkelier: welnee, hij slaapt alleen maar.

En het IMF? De ironie wil dat vooral Nederland en Duitsland aandrongen op betrokkenheid van het fonds. Zo kon worden voorkomen dat het geheel zou wegzinken in Europees gekonkelfoes. Beter een buitenstaander erbij die harde waarheden spreekt. Maar nu precies dat gebeurt, wordt die buitenstaander plots als bovenmatig pessimistisch beschouwd. Zo blijft Europa aanrommelen met Griekenland. Pas tegen het jaareinde, of in de zomer van 2018, zullen we weten of de realiteitszin overwint, en Europa’s alternatieve werkelijkheid van de Griekse staatsschuld gaat samenvallen met de werkelijkheid volgens het IMF: afschrijven.

Maarten Schinkel schrijft elke donderdag over economie en financiële markten