De snelste man met wind in de rug

WK afstanden

Sven Kramer won in een razendsnelle tijd de titel op de 5.000 meter. Maar helemaal eerlijk vond hij zijn laaglandrecord niet.

Sven Kramer in actie tegen Jorrit Bergsma op de 5.000 meter tijdens de WK afstanden in Gangneung. Foto Eon Heon-Kyun/EPA

Voor de achtste keer wereldkampioen op de vijf kilometer, hard afgerekend met zijn rivaal Jorrit Bergsma in een rechtstreeks duel en met 6.06,82 bijna drie seconden sneller dan zijn eigen wereldrecord op laaglandbanen. Maar helemaal tevreden was Sven Kramer niet, donderdag in de Gangneung Oval in Zuid-Korea. Zijn tijd was eigenlijk te snel.

Op de eerste dag van de WK afstanden waaide door de olympische ijshal van 2018 een sterke luchtstroom, die de schaatsers wind in de rug gaf. Vanuit kolossale machines in de hoeken van de hal, verstopt achter houten schotten, wordt de lucht via een buizenstelsel en ventilatoren boven het ijs geblazen in de rijrichting. Gevolg? Ongewoon snelle tijden. Niet alleen Kramer verbeterde zijn toptijd, ook Bergsma (6.09,33) en de verrassende nummer drie Peter Michael uit Nieuw-Zeeland (6.11,67) waren nooit eerder zo snel. „Fantastisch, maar niet helemaal objectief”, stelde Kramer. „In de atletiek worden records met rugwind ook niet erkend.”

Ventilatiesysteem

Op de tribune van de Oval houdt German Panov, het Russische erelid van internationale schaatsunie ISU, zich in eerste instantie op de vlakte tijdens de races, maar na afloop van de vijf kilometer is hij duidelijker. „Ik heb met ijsmeester Mark Messer en leden van de technische commissie gesproken. Er is inderdaad een ventilatiesysteem. Maar dat heeft de ijsmeester nodig omdat het anders te warm en vochtig wordt. Het belangrijkste is dat de omstandigheden voor iedereen gelijk waren.”

Maar hoe meet de ISU dat de wind in elke rit even hard blaast? „We komen daar later op terug”. Intussen heerst onder de schaatsers enige onzekerheid. „Prima dat we zo snel rijden”, zegt Douwe de Vries, die op de vijf kilometer als vierde eindigde in ook al een persoonlijke toptijd (6.13,70). „Maar hoe ga je die wind monitoren, zijn er meetinstrumenten? Je wilt niet dat zo’n systeem misbruikt wordt.” Helemaal niet volgend jaar tijdens de Spelen. „Ik mag toch aannemen dat er controle is”, zegt de Nederlandse Canadees Ted-Jan Bloemen, die als vijfde eindigde. Zelf had hij weinig gemerkt. „Welke wind?”

Bergföhn

Wind is in het schaatsen al veelbesproken sinds op de wonderbaan van Medeo in Kazachstan vanaf de jaren vijftig een reeks supersonische wereldrecords werd gereden. Het geheim? Een speciale bergföhn, die de rijders op de rechte einden twee keer wind mee gaf. Maar ook in het tijdperk van de overdekte banen was er discussie. Rintje Ritsma beschuldigde bij de WK van 2000 in Hamar de Noren ervan dat hij met tegenwind moest rijden, omdat de deuren van het Vikingskipet waren opengezet om de Noorse favoriet Eskil Ervik te bevoordelen. In 2005 experimenteerde Messer in Calgary met een nieuw ventilatiesysteem. Volgens zijn Heerenveense collega Beert Boomsma gaf dat schaatsers per ronde 0,2 tot 0,6 seconde ‘oneigenlijk’ voordeel.

De Canadees Messer, eerder ijsmeester bij de Spelen van Turijn en Vancouver, is al een jaar bezig met het perfectioneren van het olympische ijs in Zuid-Korea. Zet hij ventilatoren in om kunstmatig een snellere baan te creëren, zoals Kramer en anders schaatsers stellen? „Dat vind ik ongelukkig.” Hij legt uit dat het systeem onmisbaar is voor ideale omstandigheden. „Als de wind echt het verschil maakte, zou het unfair zijn. Maar ik denk dat het er meer om gaat dat de condities perfect zijn om de luchtstroom die de schaatsers zelf op gang brengen in de juiste richting te laten vloeien.”

De ijsmeester is trots op de toptijden. Messer is volgens de meeste schaatsers een vakman, die in korte tijd een perfecte ijsvloer heeft neergelegd in Gangneung. Maar zo’n ventilatiesysteem? „Van mij hoeft het niet”, zegt Jorrit Bergsma. „Het is toch een beetje een kunstmatige ingreep”, vindt Douwe de Vries. Kramer wijst op de drie toptijden van 6.09 minuten, die hij elders op laaglandbanen reed. „Dit degradeert toch een beetje de prestaties in Berlijn, Hamar en Heerenveen.”