In Harderwijk bleef Huszár het onbekende lid van De Stijl

De liefde bracht Hongaar Vilmos Huszár naar Nederland, waar hij mede-oprichter werd van De Stijl. Zijn leven sleet hij in Harderwijk. Daar komt nu een expositie over zijn werk.

Vilmos Huszár: Het echtpaar Egter van Wissekerke Stadsmuseum Harderwijk

ilmos Huszár was twintig jaar oud toen hij in München de Nederlandse Anna Egter van Wissekerke ontmoette, die ook schilderde. Zij nodigde hem uit voor een bezoek aan haar land.

Het werd een keerpunt in zijn leven. De Hongaarse Huszár zou zich twee jaar later, in 1906, definitief in Nederland vestigen, mede-oprichter worden van De Stijl en, in 1909, trouwen met de hartsvriendin van Anna, Jeanne van Teijlingen.

Het werd ook een keerpunt in haar leven. Anna en Vilmos werden verliefd, ze wilden niks liever dan met elkaar trouwen. Maar Anna’s ouders waren tegen, vooral haar moeder: de verbintenis zou ver beneden haar dochters stand zijn. Anna Egter van Wissekerke bleef haar leven lang ongehuwd.

Je ziet de strengheid van de moeder, en de voornaamheid van het echtpaar, op het schilderij dat Huszár bij zijn eerste bezoek aan Nederland maakte van generaal-majoor b.d. Abraham Egter van Wissekerke en zijn echtgenote Mathilde Viruly van Pouderoijen. Wanneer op 20 mei in Stadsmuseum Harderwijk de tentoonstelling Vilmos Huszár en 100 jaar De Stijl opent, zal dat dubbelportret het eerste werk zijn dat je ziet als je binnenkomt.

Meest onbekende lid van De Stijl

Vaas met bloemen. Vilmos Huszár

Vandaag staat het nog ingepakt tegen een stelling geleund, in een afgesloten bergruimte op de eerste verdieping van het museum. Het is nog niet zo lang geleden aangekomen uit Londen, waar het hing in het huis van een van oorsprong Nederlandse familie. Het werk is een bruikleen, zoals bijna alles op deze tentoonstelling dat zal zijn: schilderijen, tekeningen, smeedwerk, glasobjecten, sieraden. Bruiklenen bovendien die niet zozeer uit andere musea komen, maar vooral van particulieren, een enkele verzamelaar en (achter)kleinkinderen van de kunstenaar. Samen vertellen ze de geschiedenis van het meest onbekende lid van De Stijl, dat zich niet lang na de oprichting al losmaakte van de beweging en zijn eigen, eclectische weg zocht.

En dat deed Vilmos Huszár (1884-1960) dus in Harderwijk. Preciezer: in Hierden, een dorpje in de buurt, waar hij en Jeanne eind jaren twintig een atelierwoning betrokken. Huszár ging er weer figuratief werk maken, tenminste meestal. En er kwam tegenspoed: in de oorlog, waar hij een rol speelde in het verzet, leed Huszár aan depressies en vernietigde hij een deel van zijn eigen werk. Zijn vrouw overleed, zijn werk leverde steeds minder op. Soms betaalde hij rekeningen niet met geld, maar door een schilderij of een zelfgemaakt sieraad weg te geven.

Bekijk hoe De Stijl begon in onze video

Wat herinnert in Hierden en Harderwijk nog aan Vilmos Huszár?

Niet veel, gebiedt de eerlijkheid te zeggen. Het graf van hem en Jeanne, op begraafplaats Oostergaarde in Harderwijk. Vijf werken in Stadsmuseum Harderwijk, een klein, onlangs verbouwd museum dat een paar jaar geleden nog met sluiting werd bedreigd. „En die schilderijen lagen opgeslagen in het depot”, zegt directeur Corien van der Meulen. Een paar schilderijen in de kelder van het stadhuis, ook nog. En het bekendst, althans het enige werk dat de afgelopen decennia voortdurend te zien was: de ambtsketen van de burgemeester.

De burgemeester liet Huszár zijn ambtsketen maken. Verdiende hij ook nog wat.

Toenmalig burgemeester Gijs Numan, valt straks te lezen in de catalogus waaraan nu nog wordt gewerkt, had die in 1955 besteld bij Huszár: „De burgemeester vond dat de gemeente toch op z’n minst een kleine collectie van het werk van de bekende kunstenaar en plaatsgenoot in bezit zou moeten hebben. Bovendien meende hij op die manier wat te kunnen doen aan de weinig florissante financiële positie waarin de armlastig geworden kunstenaar verkeerde.” De gemeenteraad vond de aanschaf van meerdere schilderijen te duur. „Maar burgemeester Numan kende ook het kunstsmeedwerk dat Huszár maakte. En dat bracht hem op een ander idee.”

Maar goed, vijf werken in het museum, een paar op het stadhuis en een ambtsketen: het is niet echt genoeg om een tentoonstelling mee te vullen. Directeur Van der Meulen: „En een klein museum als het onze krijgt niet snel bruiklenen van andere musea.” Wat misschien wel kon: „We konden proberen bruiklenen te krijgen van particulieren, werken die waren gemaakt in de tijd dat hij hier woonde.”

Alleen, hoe kom je daaraan? Van der Meulen zocht contact met directeur Sjarel Ex van het Rotterdamse Boijmans Van Beuningen, afgestudeerd op De Stijl en in 1985, samen met Els Hoek, samensteller van een overzichtstentoonstelling over Vilmos Huszár in Den Haag. „Ik wilde hem vragen gastconservator te worden. En eerlijk gezegd was ik daar best zenuwachtig over.” Maar Sjarel Ex zei ja. „En hij zei ook: verzamel de verhalen die erbij horen.”

Sindsdien zijn er oproepen geweest in de lokale media en gesprekken gevoerd met particulieren die aankwamen met wat ze hadden. Of dachten te hebben: alle aangeboden werk wordt gecontroleerd op echtheid. Ook is een zoektocht gaande naar een verloren schilderij, waar nog wel een zwart-witfoto van over is. Uit dagblad De Stentor: „Huszár heeft de 11-jarige Frederik, geboren op 23 juni 1943, geschilderd in 1954. Wie Frederik is weet het museum niet. Wie de eigenaar is van het schilderij is eveneens onbekend. Het museum zoekt informatie.”

Het affiche voor de tentoonstelling is intussen bepaald. Dat wordt een werk uit 1959, Vaas met bloemen, waarin Vilmos Huszár, zoals hij vaker deed, toch weer teruggreep op De Stijl. Je ziet de bekende kleuren, lijnen en vlakken, tegen een lichte achtergrond. Corien van der Meulen: „Die achtergrond was eerst bijna geel, we hebben het werk schoon laten maken. Het had jarenlang op het stadhuis gehangen in een kamer waar werd gerookt.”