De chips van Nexperia: niet zo sexy, wel winstgevend

Chiptechnologie

NXP-dochter Nexperia maakt jaarlijks 85 miljard chips die met het blote oog nauwelijks te zien zijn. Sinds deze week opereert de chipmaker zelfstandig.

Je zou ze de huisstofmijt onder de halfgeleiders kunnen noemen: bijna onzichtbare chips die in elke computer of computerachtig apparaat zitten. Ze zijn spotgoedkoop en voeren simpele taken uit. Deze elektronica is onmisbaar en de productie ervan is een vak op zich.

„In een smartphone of auto zitten tientallen van onze chips”, zegt Frans Scheper, topman van Nexperia. Zijn bedrijf produceert per jaar 85 miljard ‘standard products’, zoals deze categorie chips genoemd wordt.

Frans Scheper 1/4

Sinds dinsdag opereert Nexperia, de voormalige divisie Standard Products van chipmaker NXP, zelfstandig. De Chinese investeringsmaatschappij Jianguang Asset Management betaalde vorig jaar 2,75 miljard dollar (2,55 miljard euro) voor dit onderdeel en stelde Scheper aan als topman. Nexperia wordt straks dus niet samen met de rest van NXP verkocht aan Qualcomm – de Amerikaanse chipmaker betaalt 43 miljard euro voor NXP.

Met de Qualcomm-deal heeft de verzelfstandiging niets te maken. Standard Products stond al drie jaar te koop; NXP wilde specialiseren in meer complexe chips voor de autoindustrie en de veiligheidstoepassingen. Een massaproduct paste daar niet goed bij.

Scheper: „Wij bedienen een volumemarkt. Onze chips kosten 1 cent tot maximaal 1,5 dollar. Misschien is het product niet zo sexy, maar we zijn wel winstgevend. Veel winstgevender dan onze naaste concurrenten.” Nexperia heeft een omzet van 1,1 miljard en een nettowinst van 20 tot 25 procent.

Frans Scheper, econoom van oorsprong, zat al bij NXP toen het nog onderdeel van Philips was. Zijn kantoor zit nu in de hoge, zwarte toren aan het Nijmeegse Jonkerbosplein.

Sleutelhanger met bedrijfslogo

Op de drie Nexperia-verdiepingen ruikt het nog naar lijm en verse verf. Werknemers lopen rond met het welkomstpakket dat hun net is uitgereikt: een sleutelhanger en een pen met bedrijfslogo, en voor iedereen een reversspeldje met oranje ‘X’.

Ze houden het graag basic, in Nijmegen. Dat past bij het product – dat moet simpele taken verrichten (‘een stroompje van links naar rechts’) en betrouwbaar zijn onder alle omstandigheden. Scheper: „Onze chips worden veel gebruikt in auto’s. Ze moeten blijven werken bij 50 graden vorst en bij 100 graden Celsius.”

Frans Scheper 2/4

Het productieproces is verre van simpel. In de fabrieken in Nijmegen (daar huurt Nexperia nu productieruimte bij NXP), Manchester en Hamburg worden de chips voorbereid en vervolgens verscheept naar Azië. Daar worden ze verpakt in een behuizing die op een moederbord vastgesoldeerd kan worden.

Op één ‘wafer’ – de ronde plaat halfgeleidermateriaal van 20 centimeter doorsnede – passen tienduizend tot honderdduizend chips.

Scheper: „Vier of vijf jaar geleden waren onze chips een halve centimeter groot en konden ze nog door een menselijk oog gecontroleerd worden. Tegenwoordig hebben we dat geautomatiseerd, want de chips zijn zo klein dat je ze amper kunt zien.”

Het verpakken van de chips is een expertise die Nexperia zelf ontwikkelde. Het bouwt daarvoor zijn eigen machines, op dezelfde manier waarop bijvoorbeeld ASM International chipmachines bouwt.

Scheper: „We zouden die machines ook kunnen gaan verkopen of verhuren, maar willen de kennis liever in eigen hand houden.”

Moet Nexperia, zeker met een Chinese eigenaar, zijn fabrieken in Europa uit kostenoverwegingen niet naar Azië verplaatsen? Onnodig, zegt Scheper: „Voor het maken van de wafers heb je niet veel mensen nodig. We hebben onze kosten zo ver naar beneden gekregen dat ze het in China niet goedkoper doen.”

‘Start-up met 11.000 medewerkers’

Frans Scheper 3/4

De nieuwe eigenaar blijft op afstand, zegt Scheper. Heel anders dan hij zich herinnert uit zijn tijd bij NXP, waar de private-equitypartijen KKR en Bain Capital in de eerste jaren elke maand aan tafel zaten en om de haverklap consultants stuurden om NXP voor de ondergang te behoeden.

Scheper noemt Nexperia een „start-up met 11.000 medewerkers”. Tweehonderd mensen werken in het hoofdkantoor in Nijmegen, 2.000 in heel Europa, 8.500 in Azië. Een handvol zit in de Verenigde Staten, onder meer in Silicon Valley.

Vergeleken met vroeger maakt Nexperia nu minder uiteenlopende producten. Aparte chips maken voor bijvoorbeeld alleen Nokia, die nergens anders verkocht kunnen worden? Dat is nu geen optie meer.

Frans Scheper 4/4

Om te groeien zou Nexperia andere bedrijven over kunnen nemen, denkt Scheper. „Liever wat kleinere niche-spelers die we groter kunnen maken via onze verkoopkanalen, dan een grote concurrent. Het probleem is dat je bij de overname van een grotere chipfabrikant er vaak de fabrieken bij krijgt en die hebben we niet nodig.”

Chinese ambities

Investeringsmaatschappij Jianguang Asset Management kocht al een ander onderdeel van NXP (RF Power – chips voor zendmasten). Die gretigheid past bij de Chinese ambities om een volwaardige halfgeleiderindustrie op te zetten die kan concurreren met die van Zuid-Korea, Japan en Taiwan.

De Amerikaanse overheid is argwanend over zulke overnames in de chipindustrie. Ook NXP (met een beursnotering aan de NASDAQ) moest daarom voor de Nexperia-verkoop op het matje verschijnen bij CFIUS, het comité dat buitenlandse investeringen in de VS controleert.

Philips werd vorig jaar nog twee keer gedwarsboomd door CFIUS in de verkoop van Lumileds aan een Chinese partij. Dat kostte het bedrijf 1,3 miljard dollar. Scheper ondervond geen probleem: „Wij leveren geen chips voor militaire toepassingen – niet dat we weten in ieder geval.” Hij vond het wel leuk om eens een bezoek te brengen aan het hart van het Pentagon. „We zaten in een kamer die nuclear proof was. Er zaten zelfs een paar mensen in uniform aan tafel.”