Critici: ‘sleepnet’ Plasterk schaadt positie van pers

Geheime diensten Een nieuwe wet verruimt de mogelijkheid om journalisten en hun bronnen af te luisteren. Dat brengt de vrije pers in gevaar, zeggen critici. Dinsdag stemt de Tweede Kamer.

De vernieuwde Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten van de ministers Plasterk en Hennis-Plasschaert kan op een ruime meerderheid rekenen. Foto ANP / BART MAAT

Wie bij de overheid werkt en ontdekt dat de baas smeergeld aanneemt, kan die dat dan veilig anoniem melden aan bijvoorbeeld NRC? Binnenkort niet meer. Dan mag de geheime dienst van minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) „op grote schaal en stelselmatig” internetgegevens binnenhalen.

De Tweede Kamer debatteerde woensdag over de vernieuwde Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv). Deze wet zal de bevoegdheden van de diensten flink verruimen. Dinsdag stemt de Kamer over de Wiv. Plasterk kan op een ruime meerderheid rekenen, maar in het debat was veel kritiek te horen.

Die kritiek is meer dan alleen partijpolitiek. Vele juridische en journalistieke instellingen, en bijvoorbeeld de internationale organisatie OSVE, hebben Plasterk gevraagd de wet aan te passen. Ook belangrijke overheidsorganen zijn kritisch over de wet: van de Raad van State tot de Raad voor de Rechtspraak en de CTIVD, die toezicht houdt op de geheime diensten.

De kritiek richt zich vooral op de nieuwe mogelijkheid om grote hoeveelheden ongesorteerde e-mails en andere berichten binnen te halen. Van de wet mogen de diensten die data maximaal drie jaar bewaren. Plasterk noemt dit „onderzoeksopdrachtgerichte interceptie”. Critici spreken van het „sleepnet”.

Bronbescherming essentieel voor rechtsstaat

Een speciale zorg betreft de ruimere mogelijkheden die dit biedt om journalisten en hun bronnen af te luisteren. Dat heeft de AIVD al eerder gedaan, met name bij De Telegraaf. Dit ondermijnt de waakhondfunctie van de pers. Zeker als het over overheidsfalen gaat, moeten journalisten het hebben van anonieme bronnen, en het recht om hun identiteit geheim te houden: bronbescherming. Kamerlid Kees Verhoeven (D66), tegenstander van de wet: „De vertrouwelijkheid van journalistieke bronnen is essentieel voor de rechtsstaat.”

Plasterk heeft de uitzonderingspositie van de pers elders in de wet juist beter erkend en beschermd. Als de geheime dienst bijvoorbeeld een journalist gericht wil afluisteren, dan moet hij daarvoor niet alleen aan de minister, maar ook nog aan de rechter toestemming vragen.

Maar, zegt Otto Volgenant, voorzitter van de Studiecommissie Journalistieke Bronbescherming, al die waarborgen gaan het raam uit als je met een sleepnet werkt. Want hierbij let de geheime dienst niet op de afzenders van de bijvangst: „Het middel is te zwaar voor het doel. Het liefst willen wij van het hele sleepnet af. Als het toch doorgaat, dan ook met uitzondering voor journalisten.”

Advocaten wel, journalisten niet

De minister heeft in de wet wel een uitzondering gemaakt om de vertrouwelijkheid van gesprekken tussen advocaten en hun cliënten te beschermen. Wanneer de diensten zo’n gesprek in hun sleepnet aantreffen, moeten ze het onbeluisterd overboord gooien. De Studiecommissie stelt een toevoeging voor: „Gegevens die betrekking hebben op de […] identiteit van een bron van een journalist en verkregen zijn door de uitoefening van een bijzondere bevoegdheid […] worden terstond vernietigd.”

Plasterk wil dat niet. Ten eerste omdat advocaten een duidelijk omschreven beroepsgroep vormen, en journalisten niet. Bovendien, zo zei hij in de Kamer, gaat het bij advocaten om bescherming van het gesprek an sich. Terwijl het bij journalisten meer gaat om identificatie van de bron. En als dat bijvoorbeeld een terrorist is, wil Plasterk die informatie toch hebben.

Verhoeven van D66 vindt dat Plasterk bij het gericht afluisteren ook een te nauwe definitie gebruikt van ‘bron’. De wet vindt dat de uitzonderingsregel voor journalistieke bronnen alleen geldt voor anonieme bronnen en informatie die gericht is op openbaarmaking. Verhoeven: „Als ik als Kamerlid openlijk met een journalist spreek, wil ik ook wel een iets off the record zeggen – achtergrondinformatie die niet direct gericht is op publicatie. Dat zou ook onder bronbescherming moeten vallen.” Verhoeven wil dat de wet de ruime informatie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) hanteert: „Any person who provides information to a journalist.”

Hoop op de senaat

Juristen pleiten er verder voor om naast journalisten ook ‘publicisten’ op te nemen als groep die verschoningsrecht moet krijgen. Ook een diverse groep van online bloggers, opiniemakers, ngo’s en anderen die bijdragen aan het maatschappelijk debat, hebben baat bij bronbescherming. Anderen, zoals de Raad van State, vinden ‘publicisten’ te vaag. Deze groep onderscheidt zich in te weinig van gewone burgers.

De critici vinden de wet te ruim en vaag. Plasterk vindt juist dat al die voorgestelde specificaties en uitzonderingen de wet zouden verzwakken, en de geheime diensten niet genoeg middelen zouden geven om hun werk te doen. Hij gelooft meer in toetsing van geval tot geval, onder meer door de nieuw in te stellen toezichthouder TIB. Maar over de stevigheid van die toetsing zijn de critici ook ongerust. De TIB zou een „wassen neus” zijn, die de echte toezichthouder, de kritische CTIVD, deels buitenspel zet.

Volgenant vreest dat de wet, zonder de voorgestelde aanpassingen, gewoon door de Tweede Kamer komt. Maar hij heeft zijn hoop nu gevestigd op de Senaat: „Ik heb goede hoop dat ze in de Eerste Kamer beter kijken naar de grondrechten die hiermee geschonden worden.”