Hoe diep is de cocaïnemaffia geïnfiltreerd in de Rotterdamse haven?

Drugssmokkel

In een afgeluisterd gesprek spraken twee drugscriminelen over ‘contacten’ bij politie, FIOD en justitie. Waarom vond het OM dit ‘geen relevante informatie’?

Hoe diep is de cocaïnemaffia geïnfiltreerd in de Rotterdamse haven? Die vraag hangt al sinds de arrestatie van de corrupte douanier Gerrit G. in 2015 boven de markt. En de behoefte aan een antwoord neemt toe nu blijkt dat twee verdachten in dit complexe onderzoek het hebben gehad over „een officier van justitie die een miljoen heb gekregen”.

Het duo heeft blijkens het in een Rotterdamse woning afgetapte gesprek kennelijk ook vaste contacten onderhouden met „een man van de FIOD” en „een agent” die dossiers moet leveren.

De verdachten, de veroordeelde Rotterdamse drugscrimineel Henk E. en diens zoon Marco, wisten niet dat ze werden afgeluisterd. Als verdachten zich onbespied wanen, wordt doorgaans aangenomen dat hetgeen gezegd wordt klopt, tenzij het tegendeel wordt aangetoond.

Enkele dagen na zijn aanhouding in april 2015 vertelde Gerrit G. al dat er veel meer speelt in de Rotterdamse haven. Hij noemde de naam van een andere douanier die corrupt zou zijn. Ook vertelde hij dat er meer aan de hand is bij het HARC-team, een speciale groep rechercheurs van de FIOD en de Rotterdamse havenpolitie belast met de opsporing van drugssmokkel. „Over het HARC-team heb ik ook wat opmerkingen. Ik ga jullie zeker nog verrassen, helpen. Absoluut”, zegt Gerrit. „Ik ken de namen van deze mensen niet, maar ik herken ze allemaal van een foto.”

Criminele infiltrant

Minder aandacht kregen de uitlatingen van een andere verdachte in deze zaak: Christiaan L. Hij verklaarde dat er „zeker zeven douaniers betrokken waren bij corruptie of ervan op de hoogte waren”. Saillant detail: toen Christiaan L. hierover sprak, was de opname van zijn verhoor even stilgelegd. De vraag of er nog onderzoek loopt naar corruptie in de haven, wilde het Openbaar Ministerie niet beantwoorden: niet relevant voor de strafzaak.

Sinds zijn eerste bekentenis vlak na zijn aanhouding, zwijgt Gerrit G. Ook tijdens de behandeling van zijn strafzaak wilde hij niks meer zeggen over de mensen met wie hij samenwerkte: te gevaarlijk. „Dan moet ik de rest van mijn leven over mijn schouder kijken”, vertelde Gerrit aan de rechter. „Daar heb ik geen zin in.”

Dat hij zich oprecht zorgen maakte, bleek begin december 2016 toen via de NOS en het AD opnames uitlekten van gesprekken die Gerrit heeft gevoerd met ene Paul. Een Nederlander die zich voordoet als een vertegenwoordiger van een Colombiaans cocaïnekartel dat nog vele miljoenen tegoed zou hebben van de verdachte smokkelaars in de zaak rond Gerrit G.

Vrij snel na het uitlekken bleek dat Paul de opnames heeft gemaakt met medeweten van een speciaal team van de Landelijke Recherche: het Team Criminele Inlichtingen, kortweg TCI. Dit team heeft Paul met instemming van het Openbaar Ministerie ingeschreven als informant. Paul kreeg bovendien een nieuw paspoort en speciale opnameapparatuur. In ruil verstrekte hij een kopie van de gesprekken met Gerrit G.

Opmerkelijk is dat deze informatie niet is gedeeld met het Rotterdamse parket van het OM waar het onderzoek naar Gerrit G. loopt. Ook de twee officieren van justitie die leidinggeven aan het strafrechtelijk onderzoek tegen hem, weten van niks. Pas toen advocaat Jan-Hein Kuijpers met details kwam over de geheime afspraken met Paul, bevestigden het TCI van de Landelijke Recherche en de verantwoordelijk officier van justitie dat informatie over G. is verzameld.

Kantoorpolitiek binnen het OM

De twee officieren moeten aanstaande dinsdag aan de rechtbank tekst en uitleg geven over de gang van zaken rond Paul. Welke afspraken waren nou met hem gemaakt? Wie wist daarvan en – misschien wel belangrijker – wie niet? Hoe is de betrouwbaarheid van Paul getoetst en hoe moet dat achteraf worden beoordeeld?

De gang van zaken rond Paul voedt geruchten over spanningen tussen het Landelijk Parket en het Rotterdamse parket. Dat is voor een deel ongetwijfeld competentiestrijd die in iedere organisatie voorkomt. Maar insiders beweren dat dit wel verder lijkt te gaan dan uit de hand gelopen kantoorpolitiek. De precieze achtergrond blijft onduidelijk. Vast staat dat er al eerder onderzoek gedaan is naar corruptie in de Rotterdamse haven. Dat heeft niets opgeleverd.

En nu duiken dus de uitlatingen van Henk E. en diens zoon Marco op. En die zijn brisant – los van de vraag of het allemaal waar is. Al was het maar omdat ambtelijke corruptie een belangrijke beschuldiging is in de strafzaak rond Gerrit G. De Rijksrecherche heeft onderzoek gedaan naar deze kwestie, zo stelt een woordvoerder van het OM. „Dat is standaard.”

Het is ook de Rijksrecherche niet gelukt om de identiteit vast te stellen van de personen waarop wordt gedoeld. Aanwijzingen voor strafbare feiten zijn evenmin gevonden. En daarmee blijft het antwoord op de vraag hoe diep de cocaïnemaffia zich heeft genesteld in de Rotterdamse haven, opnieuw onbeantwoord.