Audiohel

>Eigenlijk draaide het om de extase, vanwege de gelukzalige opwinding die ik had beleefd in een restaurant waar je ondanks de drukte een normaal gesprek kon voeren. Daar schreef ik in september een stukje over. Maar de meeste reacties op die column – en er kwamen vele reacties, waarvoor dank – hadden betrekking op de eerste alinea’s, waarin ik juist de ellendige akoestiek had beschreven zoals je die helaas vaak meemaakt. Vooral in al die tot restaurants verbouwde scholen, bankgebouwen en drukkerijen in Amsterdam wordt het culinair genot verziekt door de geluidstrillingen die onbedaarlijk tussen het beton en staal heen en weer kaatsen. Menige postindustriële hotspot is zo een regelrechte audiohel.

In zulke hipstertenten is aan alles gedacht: smaak, textuur, temperatuur, uiterlijk, bediening (als je geluk hebt), maar de gevoelige zintuigen aan weerszijden van onze schedels kunnen het schudden. Terwijl een leuk avondje-uit niet alleen lekker maar ook gezellig moet zijn, toch? Maar dat valt dus niet mee als je beiden voorovergebogen over je tafeltje je zielenroerselen naar elkaar toe moet zitten roepen.

Het oor als open zenuw. Gezien de vele reacties lijkt het daar wel op.

Een lezeres meldde dat zij geestverwanten wil mobiliseren om een lijst op internet te plaatsen met de beroerdst klinkende etablissementen van de stad. Een soort Audiohel Top 25: goed idee! Ook moet er volgens haar een onderzoeksbureau worden ingehuurd „om een onderzoek te doen naar de last die mensen hebben in restaurants”. Een ander deed zijn beklag over wat hij met gevoel voor overdrijving „plafondterrorisme” noemt. Weer een ander heeft inmiddels de site www.kutakoestiek.nl in voorbereiding waarop we „restaurants zouden kunnen beoordelen op de akoestiek”, inclusief een „jaarlijkse uitreiking van prijzen aan de beste en de slechtste restaurants en cafés”.

Een soort Audiohel Top 25: goed idee!

Kijk, zo komen we ergens. Nu op de meest bizarre plekken in Amsterdam eet- en drinkgelegenheden hun deuren openen, en koks de popsterren van de toekomst zijn, wordt het tijd dat de hoofdstedelijke klandizie het voortouw neemt en domweg weigert in een audiohel plaats te nemen. Gewoon opstaan en vertrekken als het te gek wordt. Helemáál als het personeel weigert de doorgaans totaal overbodige muziek uit te zetten.

„Toen ik vroeg of het niet tijd werd voor dempende materialen in hun restaurant”, schreef een lezer, „kon dat absoluut niet, want het ging de architect juist om de industriële looks”. De industriële looks zijn de vijand van het oor.

Moeten schreeuwen over je tafeltje is natuurlijk volkomen idioot – en het hoeft ook helemaal niet. Er is opvallend weinig voor nodig om álle zintuigen het in een drukke tent naar hun zin te laten hebben. Google ‘restaurant’ en ‘akoestiek’ en de dienstverleners vliegen je om de gekwelde oren. Die weten hoe je geluiden dempt, waardoor de naargeestige wisselwerking uitblijft van mensen die elkaar moeilijk verstaan en dus harder gaan praten met als gevolg dat iedereen steeds harder praat en het geluid een bron van irritaties wordt.

Nee, dat is geen ouwelullenpraat, dat is waar voor je geld eisen.

Auke Kok is schrijver en journalist.