Somalië kiest niet voor het geld

Verkiezingen Somalië

Vijf maanden zijn clanleiders bezig geweest met het kiezen van een parlement. Tegen alle verwachting in werd outsider Mohamed Abdullahi Farmajo gekozen tot president.

In het midden de nieuwe president Mohamed Abdullahi Farmajo. Links voormalig president Hassan Sheikh Mohamed. Foto Said Yusuf Warsame/EPA

Mohamed Abdullahi Farmajo, een outsider bij de verkiezingen, is verrassend tot nieuwe president van Somalië gekozen. Stapels met 100-dollarbiljetten aan smeergeld gingen de afgelopen maanden van hand tot hand op clanvergaderingen om de uitslag te sturen ten gunste van een politicus van de elite. Maar de parlementsleden lieten zich niet beïnvloeden door geld en kozen voor een anti-establishmentpoliticus. Schaamteloze corruptie hadden de parlementsverkiezingen, die vijf maanden duurde, tot een schijnvertoning gemaakt. Bij de bevolking was Farmajo populair maar als gevolg van een speciaal kiessysteem kon 99 procent van de Somaliërs niet stemmen.

Echte verkiezingen zijn in Somalië onmogelijk wegens de hachelijke veiligheidssituatie. „Het belangrijkste is dat er überhaupt verkiezingen plaatsvinden”, zei Michael Keating, de speciale VN-afgezant voor Somalië. Tegen een Amerikaans radiostation noemde Jimale Farah, president van de Somalische Rekenkamer, de stembusgang voor parlementsleden ongeloofwaardig wegens het opkopen van stemmen, geweld en fraude. Abdirashid Hashi van de denktank Heritage Institute in de hoofdstad Mogadishu zei: „Iemand die deze verkiezingen wettig noemt, loopt met zijn kop in het duister”.

Diep verankerd clansysteem

Geen land in Afrika heeft zo onder wanorde geleden als Somalië. Het kent een diep verankerd, archaïsch clansysteem dat democratie op basis van één man, één stem welhaast onmogelijk maakt. Hoewel alle Somaliërs één taal spreken en dezelfde cultuur delen, zijn ze onderverdeeld in honderden wedijverende clans en subclans. Mede door deze clanrivaliteit leidden de laatste verkiezingen waaraan verschillende (66 destijds) partijen deelnemen in 1969 tot een militaire coup van officier Siad Barre.

Toen clanmilities hem in 1991 verdreven, was de dictatuur verdwenen. Maar tegelijkertijd gleed Somalië ook af in wanorde. In de jaren negentig maakten op elkaar schietende clanmilities de dienst uit, daarna criminele krijgsheren, gevolgd door radicale moslims. De chaos mondde uiteindelijk uit in een confrontatie tussen de terreurbeweging Al-Shabaab en een door de internationale gemeenschap op de been gehouden regering die met ruim 20.000 buitenlandse soldaten de extremisten probeert te bestrijden.

Hoe schep je orde in die aan het clansysteem inherente anarchie? De voornaamste buitenlandse steunpilaren – de Verenigde Naties, de Europese Unie en de Afrikaanse Unie – bedachten een bizar en ingewikkeld verkiezingssysteem, gebaseerd op het clansysteem. Bij de vorige verkiezingen in 2012 wezen 135 clanouderen de parlementsleden aan, die op hun beurt de president selecteerden. Dit keer wezen 135 clanouderen ruim 14.000 afgevaardigden in 51 verkiezingscomités aan, die vervolgens de 54 leden van de Eerste en de 275 leden van de Tweede Kamer selecteerden. Voor het eerst is daarbij ruim twintig procent van de gekozenen vrouw.

Meest corrupt ter wereld

Beide parlementen kozen woensdag vervolgens de nieuwe president: Mohamed Abdullahi Farmajo. Onder zijn voorganger, Hassan Sheih Mohamud, kregen groepen maffioso’s grote invloed. Uit talrijke rapporten blijkt dat de meerderheid van het donorgeld voor de regering door corruptie verdwijnt. Transparancy International riep de Somalische regering onlangs uit tot de meest corrupte ter wereld. De nieuwe president, die kortstondig premier was van 2010 tot 2011, heeft zich herhaaldelijk tegen corruptie uitgesproken. Hij werd in 1962 in Mogadishu geboren en vroeg in 1991 politiek asiel aan in Amerika. Hij heeft twee nationaliteiten; de Somalische en Amerikaanse.

Somalië raakte in een kwart eeuw burgeroorlog onder de controle van netwerken van transporteurs en smokkelaars, die samenwerken met krijgsheren en clanleiders. Buurlanden Kenia en Ethiopië oefenen door de aanwezigheid van hun troepen grote invloed uit en werken samen met ieder hun eigen clanleiders en krijgsheren. Turkije en de Verenigde Arabische Emiraten op hun beurt financierden president Hassan Sheik Mohamud.

„Alles gebeurt onder druk van geld”, zegt een Westerse diplomaat. „Het is stuitend om te zien hoe weinig betrokkenheid politici en clanouderen tonen voor de bevolking.”

„Stemmen werden voor tussen de 5.000 en 30.000 dollar gekocht”, vertelde Jimale Farah. Volgens de president van de Rekenkamer betaalden twee kandidaten zelf meer dan één miljoen dollar voor hun begeerde zetel. Ook de overheid strooide met geld voor stemmen.

Tegen de achtergrond van de Somalische misère zijn dit gigantische bedragen. De helft van de ongeveer elf miljoen inwoners heeft door een ernstige droogte dringend voedselhulp nodig. Bij een hongersnood in 2011 vielen 260.000 doden. Ook is de veiligheidssituatie nog steeds slecht. In de afgelopen vier jaar verloren achttien parlementsleden hun leven bij aanslagen door Al-Shabaab.