Weer Nederlandse tv-producent gekocht

Tv-producenten

Tuvalu Media – van DNA Onbekend en Ali B. op volle toeren – komt in Franse handen. We moesten wel, zegt de directeur.

DNA Onbekend (boven) en Ali B. op volle toeren (onder) zijn twee programma’s van Tuvalu in Amsterdam. Foto’s Tuvalu

Opnieuw komt een grote Nederlandse tv-producent in buitenlandse handen. Tuvalu Media, een van de grootste onafhankelijke producenten van Nederland en bekend van onder meer Ali B. Op Volle Toeren, Maestro, Groeten van MAX en DNA Onbekend, maakte dinsdag bekend dat de Franse producent Newen een meerderheidsbelang in het bedrijf neemt. Binnen drie jaar zijn nu bijna alle grote tv-producenten – van Eyeworks en Endemol tot Talpa en IDTV – ingelijfd door internationale partijen als Warner Bros. en Liberty Global.

Tuvalu, dat tot de topvijf van Nederland behoort en tachtig man in dienst heeft, heeft veel belang bij zo’n grote „strategische aandeelhouder”, vertelt directeur Taco Zimmerman. De nieuwe eigenaar is onderdeel van TF1, de grootste Franse commerciële omroep. Dat betekent niet alleen dat de Franse markt nu openligt voor programma’s van Tuvalu, ook krijgt het bedrijf toegang tot TF1’s omvangrijke catalogus van scripts en formats waarmee het nieuwe programma’s kan ontwikkelen. Ook kan Tuvalu meeliften op het internationale distributienetwerk van TF1. „Wij stappen nu in het vliegtuig naar Australië om Ali B. Op Volle Toeren te verkopen”, vertelt Zimmerman. „Die deals kunnen we straks overlaten aan TF1.”

Een producent met internationale ambities moet bijna wel aansluiting zoeken bij een krachtige internationale partij, zegt Zimmerman. „Door consolidatie zijn de grote conglomeraten steeds dominanter. Als je niet internationaal samenwerkt kapen zij alle goede formats voor je neus weg.”

Dat buitenlandse partijen in zo’n korte tijd zo veel Nederlandse producenten hebben overgenomen, beschouwt Zimmerman als een compliment. „We zijn een gidsland. De hele wereld kijkt naar Nederlandse tv. Na de VS en Groot-Brittanië verkopen wij de succesvolste tv-formats.”

Tuvalu’s laatste hit: Brugklas, een zogenoemde scripted reality-jeugdserie waarin een groep leerlingen gevolgd wordt tijdens het eerste jaar van de middelbare school. De serie wordt door de BBC als pilot geproduceerd, is verkocht aan Zweden en Denemarken en er is interesse van Poolse, Noorse en Zuid-Afrikaanse zenders. Big Brother, The Voice, Sterren Springen en talloze ander Nederlandse formats gingen Brugklas voor. „Wat in Nederland werkt, werkt ook in andere landen”, zegt Zimmerman. „Ik heb ooit gehoord dat McDonald’s destijds zijn eerste vestiging in Europa opende in Nederland: onze smaak was toen al een maatstaf voor rest van de wereld.”

Grootste gevaar van de verkoop van Nederlandse productiehuizen aan buitenlandse partijen is een verschraling van het tv-aanbod. In theorie kan een directie in de Verenigde Staten besluiten om niet meer te investeren in (bepaalde) Nederlandse programma’s. Het Commissariaat voor de Media, dat de pluriformiteit van het tv-aanbod bewaakt, ziet echter geen aanwijzingen voor verschraling. Het controleert elk jaar of er voor alle bevolkingsgroepen voldoende te zien is op de televisie en heeft daar de afgelopen jaren geen verschuivingen in waargenomen.

Ook media-econoom Joost Poort, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, ziet geen reden tot zorg. „Zolang er vraag naar is, maken producenten Nederlands programma’s, of ze nu in buitenlandse of Nederlandse handen zijn.”

Terwijl staatssecretaris Sander Dekker (Media, VVD) geen pogingen heeft ondernomen om Nederlands producenten in Nederlandse handen te houden, proberen zijn Europese ambtgenoten wel de Europese tv-markt te beschermen. De Europese Commissie wil grote buitenlandse partijen als Netflix verplichten een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van Europese content. Netflix zou om goodwill te tonen mede om die reden Europese series als Marseille en The Crown hebben geproduceerd. Poort ziet weinig heil in het plan: „Protectionisme is vanuit economisch oogpunt nooit verstandig beleid.”