Vechten met feiten, niet met bommen

Informatieoorlog

Ook de Nederlandse strijdkrachten wapenen zich tegen ‘nepnieuws’. Defensie ziet de verspreiding van onjuiste informatie in conflictgebieden als een nieuwe vijand.

Afghaanse politie patrouilleert onder toezicht van Nederlandse militairen in Khanabad, provincie Kunduz Foto’s Ton Koene

Flyers met gedode Talibaanleiders erop. Speelkaarten met gezochte kopstukken van Saddam Hoesseins bewind. Lokale radio-uitzendingen waarin wordt gepraat over een goed werkend rechtssysteem, of over de successen van NAVO- of VN-troepen. Het is klassieke gedragsbeïnvloeding van bevolking in oorlogsgebied. Het leger is er al jaren vertrouwd mee. Offline oorlogsvoering zonder wapens. Maar dat is niet meer genoeg.

Sinds de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten en voortdurende beschuldigingen over hacking door Rusland staat ‘nepnieuws’ - fake news - volop in de belangstelling.

De afgelopen jaren zijn nepnieuws en propaganda via sociale media ook al langzaam binnengeslopen in gebieden waar Nederland militair actief is. Een tegengeluid laten horen is niet eenvoudig, terwijl dat cruciaal is voor het laten slagen van een militaire of humanitaire missie.

Het leger wil zich daarom wapenen tegen nepinformatie en propaganda via sociale media door vijandelijke groeperingen. „De strijd tegen IS laat zien dat expertise van internetexperts onontbeerlijk is”, zegt Commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp voor de opening van een grote, internationale conferentie over moderne oorlogsvoering, donderdag en vrijdag in het World Forum in Den Haag. De slag om informatie is een belangrijk onderwerp op de conferentie. Het is een vorm van oorlogsvoering die draait om beïnvloeding van mensen in fragiele gebieden.

Het is van cruciaal belang in elke missie. Als de lokale bevolking zich in conflictgebieden tegen buitenlandse strijdkrachten keert, wordt hun werk immers moeilijker en gevaarlijker. Het afdwingen van vrede of het terugbrengen van rust in een regio is dan vrijwel onmogelijk. Om tegenwicht te bieden aan online propaganda van bijvoorbeeld IS ziet het ministerie van Defensie bijvoorbeeld graag dat internetexperts zich mengen op socialemediakanalen van de vijand.

Het leger heeft al jaren PsyOps-teams – de afkorting staat voor ‘Psychological Operations’ – die gedragsbeïnvloeding in crisisgebied als belangrijkste taak hebben. Ze hangen banners op, maken radio-uitzendingen, rijden rond in wagens met een geluidsinstallatie die de bevolking informeren. In Uruzgan werden militairen voortdurend getreiterd door jongens met katapulten. Het hield pas op toen een dorpsoudste via de radio opriep niet met katapulten op gasten te schieten. De dorpsoudste was ingeseind door PsyOps-militairen.

Maar online heeft het leger nog nauwelijks infrastructuur. Groeperingen zoals IS of de Talibaan zijn zeer actief op sociale media. Effectief bovendien. Het komt voor dat via Twitter of Facebook valse informatie over buitenlandse strijdkrachten wordt verspreid. Dat de buitenlandse soldaten zijn gekomen om vrouwen te verkrachten, bijvoorbeeld. Of om de islam te vernietigen. Doel is het zaaien van verwarring of woede van de bevolking tegenover strijdkrachten. IS rekruteert bovendien nieuwe leden via sociale media.

Bermbommen in Bagdad

Westerse militairen stellen daar online bijna niets tegenover. Jos van der Leij, van Defensie en een van de organisatoren van de conferentie: „We moeten bevolkingen wapenen tegen desinformatie die groepen als IS lokaal verspreiden. We moeten daar onze feiten met overtuiging tegenover kunnen zetten.”

Steve Tatham spreekt van een „informatieachterstand” die westerse legers hebben opgelopen in conflictgebieden zoals Irak, Afghanistan en Mali. Tatham diende 25 jaar in het Britse leger, waar hij onder meer de leiding had over de Psychological Operations Group. Hij werkte in Afghanistan, Libië en elders in Afrika en wordt mondiaal gezien als expert op het gebied van gedragsbeïnvloeding van lokale bevolkingen en vijanden in oorlogsgebieden. Tatham: „IS, Hezbollah, de Talibaan; allemaal groepen die hun publiek erg goed kennen en zeker online sterk beïnvloeden. Terwijl aan de andere kant in NAVO-operaties grote gaten vallen als het gaat om het begrijpen van de situatie waarin we opereren.”

Tatham spreekt op de conferentie over de vraag hoe je een publiek kunt leren kennen. Want zonder je publiek te kennen, online of offline, is het onmogelijk het te beïnvloeden. Hoe het mis kan gaan, zag Tatham in Irak. Ongeveer tien jaar geleden vielen er in Bagdad veel Amerikaanse doden door bermbommen. Die werden vaak gemaakt door lokale inwoners. Om te proberen de lokale bevolking in het Amerikaanse kamp te krijgen, begon het leger een marketingcampagne. Billboards, televisie- en radiospotjes toonden de ‘andere kant’ van de Amerikaanse soldaten. Ze lieten beelden zien van thuis. Soldaten met hun gezin, met kinderen. Wat gebeurde? Het aantal aanslagen steeg.

Intensief onderzoek onder de bevolking leerde het leger: de mensen die de bermbommen in elkaar knutselden, deden dat vaak voor het geld. Met dat geld wilden ze vluchten uit Bagdad. Vaak zelfs naar Amerika. Tatham: „Dat wisten we niet, en daardoor hadden onze billboards en spotjes geen effect. Dat kan gebeuren wanneer je het publiek niet kent. Een campagne die liet zien dat de bommen ook lokale inwoners doodden, had wél effect.”

Tatham noemt met opzet een voorbeeld waarbij sociale media (nog) geen rol speelden. Hij zegt: sociale media zijn alleen een nieuwe uitingsvorm. Zie het als nieuw platform voor het voeren van moderne propaganda. „Sociale media bieden vijandelijke groeperingen de kans in korte tijd veel mensen te bereiken. West-Europese strijdkrachten moeten snel zorgen dat ze zich op deze kanalen begeven om een tegengeluid te laten horen. Als je online niet aanwezig bent, mis je twee kansen: je kunt het publiek niet leren kennen en je kunt het publiek niet beïnvloeden.”

Russische beïnvloeding

Tatham is kritisch over vooral NAVO-troepen, die nauwelijks gebruikmaken van deze vormen van gedragsbeïnvloeding, zegt hij. Wie er wel goed in zijn? „De Russen”, zegt Tatham. „In de Baltische staten zie je sterke gedragsbeïnvloeding door Rusland op sociale en traditionele media. Er wordt een pro-Russische stemming gecreëerd, vaak door de verspreiding van (positief) nieuws over Rusland of (negatief) nieuws over het bewind in het betreffende land.” Soms is dat aantoonbaar ‘nepnieuws’. Tatham: „Gevaarlijk natuurlijk, als de bevolking op die manier wordt bespeeld. Als je het echt goed doet, kun je chaos veroorzaken in een land.”

Nederland probeerde in onder meer Afghanistan en Mali al de lokale bevolking te beïnvloeden, bijvoorbeeld met radio, posters en omroepwagens. Er waren uitzendingen die gedetailleerd moorden en martelingen beschreven die de Talibaan aanrichtten, om aldus het volk aan de kant van de buitenlandse militairen te krijgen.

Het Nederlandse leger wil online actiever worden, maar niet – zoals de Russen – nepinformatie gebruiken. Een woordvoerder: „We willen de tegenstander irrelevant maken. Dat kan met bommen of militair ingrijpen, maar dat kan ook door feiten en informatie te geven.”