Tapijt voor de eeuwigheid

Duurzaam produceren

Miljoenen kilo’s tapijt belanden bij het afval. DSM-Niaga wil daar een eind aan maken met volledig te recyclen tapijt.

Machine voor de productie van duurzaam tapijt bij DSM-Niaga in Sittard-Geleen. Foto Chris Keulen

Het idee voor recyclebaar tapijt ontstond ruim zes jaar geleden. Nu is er een product én een eerste grote afnemer: Mohawk Industries. De wereldwijde marktleider in vloerbedekking neemt een door DSM-Niaga ontwikkelde tapijttechnologie in productie.

Dat juist een groot Amerikaans bedrijf als eerste toehapte, is geen toeval, meent directeur Josse Kunst van Niaga. „Amerikaanse bedrijven begrijpen heel goed dat verantwoord produceren niks te maken heeft met bomen knuffelen, maar simpelweg met geld verdienen.”

Foto Chris Keulen

Europese producenten hebben de neiging om het eerst nog even aan te kijken, is de ervaring van Niaga. „Vaak stuiten we op een houding van: we doen het al jaren zo en daar zijn we groot mee geworden”, zegt technisch directeur Chris Reutelingsperger. Die opstelling is volgens hem niet te vol te houden. „Tapijt is veertig, vijftig jaar gemaakt op een manier die anno 2017 echt niet meer valt te uit te leggen.”

De productnaam Niaga is de omkering van het Engelse ‘again’. Want dat is de meest onderscheidende producteigenschap: tapijt van het bedrijf is 100 procent opnieuw te gebruiken. Reutelingsperger: „Bestaand tapijt bestaat uit minstens vier lagen, gemaakt met vier verschillende grondstoffen. Als er al iets te recyclen valt, dan is dat tegen heel hoge kosten. Niet rendabel te krijgen.”

Het tapijt van Niaga bestaat uit één materiaal, polyester, en kan na gebruik zonder veel moeite worden omgezet in granulaatkorrels, die op hun beurt weer kunnen dienen voor het maken van nieuw tapijt. Bij de productie wordt 90 procent minder energie gebruikt dan bij traditionele methodes, en geen water. Nog meer voordelen: er is geen rookontwikkeling bij brand, het tapijt hoeft bij het leggen niet meer strak te worden getrokken, het is lichter en de indringende geur van nieuw tapijt ontbreekt.

Alle tijd om te filosferen

Zes jaar geleden zaten Reutelingsperger en zijn compagnon Norbert van der Nap in het vliegtuig van China naar Nederland. „We hadden alle tijd om te filosoferen.” De twee werkten toen al aan tapijt van biologische materialen, en dachten hardop. „Zou het niet mogelijk zijn om een volledig te recyclen tapijt te maken?”

Ze besloten het te proberen en begonnen een bedrijfje in Grubbenvorst (bij Venlo). „Vanaf het begin hebben we de industrie er zoveel mogelijk bij betrokken. Sommige producenten wilden Niaga exclusief voor zichzelf hebben. Dat wilden wij niet, omdat we echt geloven dat onze aanpak de standaard voor de industrie kan worden.”

Foto Chris Keulen

Inmiddels is Niaga ook gevestigd in Zwolle en op de materialencampus Chemelot in Sittard-Geleen. In 2014 ging de startup een joint venture aan met DSM. Niaga werd DSM-Niaga en telt nu 19 werknemers. Reutelingsperger: „We versterken elkaar. Voor een groot bedrijf is het moeilijker om, zoals wij, volledig met een wit blad te beginnen, volledig vrij te denken. DSM heeft de kennis van grondstoffen, technologie en zakendoen. Het varieert van tips bij het ontwikkelen van de machine tot de bescherming van ons product met alle mogelijke patenten, waarmee DSM ervaring opdeed met de supervezel Dyneema.”

Vragen van de toekomst

Atzo Nicolaï, directeur van DSM Nederland, noemt het tekenend voor de nieuwe aanpak van zijn bedrijf. „De samenwerking opzoeken, zaken ontwikkelen, ze niet per se zelf produceren. En antwoorden geven op de vragen van de toekomst: over milieu, energieverbruik en gezondheid.”

Op industrieterrein Chemelot in Sittard-Geleen zitten inmiddels zo’n 150 bedrijven en bedrijfjes. Nieuwe materialen ontwikkelen is het hoofddoel. „Niaga gaat een succes worden”, verwacht Nicolaï. „En er zit veel meer aan te komen, bijvoorbeeld kunststoffen die auto’s lichter maken en coatings die het rendement van zonnepanelen verhogen.”

In hun toekomstvisie spreken de deelnemers in Chemelot de ambitie uit dat ze in 2025 in West-Europa dé plek zijn voor de ontwikkeling van dit soort nieuwe materialen. Nicolaï noemt de manier waarop bedrijven, overheid en onderwijs het industrieterrein en de campus ontwikkelen „een internationale bijzonderheid”. Naarmate het uitbreidt, ontstaat in zijn ogen een steeds unieker netwerk van bedrijven en instituten. „Blijvender dan traditionele maakindustrie, die gemakkelijker werd opgepakt en verplaatst naar het buitenland.”

Niaga denkt intussen aan nieuwe vindingen. Volgens Reutelingsperger zou het op termijn moeten lukken chips in tapijt aan te brengen, die meten waar wel en niet gestofzuigd is, of hoeveel fijnstof er in een ruimte is. „Bij ouderwets tapijt zouden zulke chips smelten bij de productie, waarbij de temperatuur heel hoog oploopt. Bij ons gaat dat wel.”

„In de toekomst gaan we heel anders met grondstoffen om”, verwacht hij. „Dan zijn bedrijven eigenaar van grondstoffen, die steeds opnieuw te gebruiken zijn. Consumenten betalen alleen nog om er andere vormen van te maken.”