School maakt ouders boos en bang

Zedenzaak

Het bestuur van de joodse school Cheider reageerde volgens betrokkenen „heel laks” op vermoedens van misbruik met leerlingen.

Het Amsterdamse Cheider is de enige orthodox-joodse school in Nederland. Het bestuur wordt voorgezeten door prominenten uit de joodse gemeenschap. Daardoor voelen ouders zich kwetsbaar. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Ze zijn natuurlijk verdrietig, de mensen die zijn geraakt door het vermeende kindermisbruik op de Amsterdamse school het Cheider. Maar ze zijn ook razend over de rol die de orthodox-joodse school in hun ogen speelde. En bang voor de gevolgen als ze daar openlijk over praten.

Deze donderdag, meer dan vierenhalf jaar na de eerste meldingen van misbruik door een toenmalig leraar, komt zijn zaak voor de rechter. Hoewel ouders al in juni 2012 meldden dat hun kinderen waren misbruikt, deed de school pas vierenhalve maand later aangifte bij de politie.

Intussen was de verdachte, Ephraim S., naar Israël verhuisd. Het duurde tot september vorig jaar tot de Israëlische Hoge Raad toestemming gaf voor zijn uitlevering. Het Openbaar Ministerie zal donderdagmiddag in een procedurele zitting vragen of de verdachte langer in voorarrest kan worden gehouden.

Het OM verdenkt de leraar van het in de anus penetreren van twee kinderen van onder de twaalf. Daarnaast zou hij met ten minste vier andere kinderen ontuchtige handelingen hebben gepleegd, waaronder (wederzijds) aftrekken. De gebeurtenissen zouden tussen januari 2011 en juni 2012 op het Cheider hebben plaatsgevonden. Het jongste slachtoffer was volgens het OM zes jaar oud.

Afgeplakte ramen

Uit het Israëlische uitleveringsvonnis blijkt verder dat de leraar sommige kinderen naar een van buiten de klas niet zichtbare ‘rusthoek’ bracht en het lokaal op slot deed. Ouders vertellen NRC dat de ramen van het lokaal van de verdachte waren afgeplakt.

Betrokken ouders vertelden eerder aan De Telegraaf hoe de school hen naar hun idee in de steek liet en ontmoedigde om aangifte bij de politie te doen. Daarbij zou zijn gezegd dat een aangifte slecht zou uitpakken voor de plek van hun familie binnen de kleine, hechte en gesloten gemeenschap. Verschillende betrokkenen hebben deze lezing van de gebeurtenissen tegenover NRC bevestigd.

De school meldde niet meteen aan alle ouders wie er was geschorst en waarom. Een vader vertelt NRC dat hij de signalen van misbruik bij zijn zoon daardoor pas maanden later herkende, en dus ook pas laat hulp voor hem zocht. De school ondersteunde ouders noch kinderen bij de verwerking van het drama. Een verzoek om een ouderavond werd geweigerd.

Volgens een voormalig docent reageerde het schoolbestuur „heel laks”. Leerkrachten werd niets over de meldingen van misbruik verteld, zegt deze oud-docent.

Uit angst voor repercussies willen betrokkenen alleen onder voorwaarde van anonimiteit praten. Ze vrezen dat de school hun kinderen zal straffen, of dat zij door toedoen van het bestuur – voorgezeten door prominenten uit de joodse gemeenschap – uit diezelfde gemeenschap worden verstoten. Ze voelen zich kwetsbaar: het Cheider is de enige orthodox-joodse school in Nederland.

Betrokkenen vrezen dat de school hun kinderen zal straffen, of dat zij uit de gemeenschap worden verstoten

Toch hebben enkele ouders van leerlingen die misbruikt zouden zijn de school aansprakelijk gesteld. Volgens deze ouders is het hun niet om smartengeld te doen. Ze willen dat het schoolbestuur fouten erkent en dat er maatregelen worden getroffen om toekomstig misbruik te voorkomen.

Het bestuur van het Cheider heeft altijd gezegd dat het aanwijzingen van de vertrouwensinspecteur bij de Onderwijsinspectie heeft gevolgd. Scholen zijn verplicht vermoedens van misbruik bij de vertrouwensinspecteur te melden. Als die concludeert dat dit vermoeden ‘redelijk’ is, dan wijst hij erop dat de school verplicht is om aangifte te doen. Dit advies is niet bindend.

De inspectie wil niets zeggen over de contacten tussen vertrouwenspersoon en het Cheider. Wel zegt een voorlichter dat de school een eigen verantwoordelijkheid heeft.

Burgemeester Van der Laan van Amsterdam noemde de tijd tussen de meldingen van ouders en de aangifte door het schoolbestuur in antwoord op raadsvragen „opvallend lang”.

‘Structurele problematiek’

Woensdag berichtte NRC, op basis van vertrouwelijke correspondentie, dat de school al in juli 2011 door een psychotherapeut is gewaarschuwd dat er sprake was van een „onveilige” situatie voor kinderen als gevolg van „structurele problematiek” rond „agressie, seksualiteit en de combinatie ervan”. De man verzocht de school „met klem” maatregelen te nemen.

Uit de briefwisseling blijkt niet dat de psychotherapeut in 2011 voor Ephraim S. waarschuwde. „Momenteel is mij geen actuele zaak van seksuele agressie bekend”, zo schreef hij.

De psychotherapeut benadrukte dat dit niet betekende dat er niets aan de hand was. „Het klimaat binnen het Cheider komt over als te angstwekkend om dat te kunnen zeggen.” Slachtoffers van misbruik zouden zich niet of nauwelijks durven melden. „Kinderen worden/voelen zich bedreigd en gechanteerd en ouders zijn angstig voor hun positie binnen hun sociale omgeving.”

De psychotherapeut wees ook naar het bestuur: „Bestuurders zijn vaak bang voor de reacties van de buitenwereld en daarmee angstig voor de continuïteit van de school.” Vanwege de beperkte omvang van de orthodox-joodse gemeenschap en het seksegescheiden onderwijs, telt de school soms klassen van enkele leerlingen. De financiële situatie van het Cheider, dat behalve basis- ook voortgezet onderwijs aanbiedt, is volgens de inspectie al jaren precair.

Het schoolbestuur antwoordde de psychotherapeut in 2011 dat er intern navraag was gedaan en dat de inspectie was gebeld. Toen de man niet inging op een uitnodiging voor een gesprek, besloot de school verder geen actie te ondernemen.

Het schorsen van de van misbruik verdachte leraar, een jaar later, lijkt ook niet onmiddellijk tot meer maatregelen te hebben geleid. Want in 2014 concludeerde de inspectie in een rapport dat het klimaat op de basisschool van het Cheider ondermaats was. Onder meer omdat de school geen inzicht had „in de incidenten die zich op het gebied van sociale veiligheid op de school voordoen”. In september vorig jaar scoorde de school pas weer voldoende, volgens de inspectie.

Het Cheider beantwoordt geen vragen over de zedenzaak zolang die onder de rechter is, maar stelt wel dat „alles is gedaan wat van de school in de gegeven situatie mag worden verlangd”. De psychotherapeut en de advocaat van S. willen niet reageren.