Raad van State: groen licht voor Utrechtse milieuzone

Twee partijen hadden een zaak aangespannen tegen het gemeentebestuur omdat ze meenden dat een milieuzone in en rond het centrum onterecht was ingesteld.

Een bord dat de milieuzone in Utrecht aanduidt. Foto Bas Czerwinski

De milieuzone in en rond de Utrechtse binnenstad blijft van kracht. De Raad van State besloot woensdag de bezwaren van twee partijen tegen de instelling ervan ongegrond te verklaren.

Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak heeft het college van B&W een zekere beoordelingsruimte wanneer een dergelijk verkeersbesluit wordt genomen. Het is daarom “voldoende dat het milieubelang gediend wordt en dat het gemeentebestuur inzichtelijk maakt hoe de belangen voor en tegen de milieuzone, tegen elkaar zijn afgewogen”.

Het beroep bij de Raad van State was - om verschillende redenen - aangespannen door de Koninklijke Nederlandsche Automobiel Club (KNAC) en de Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht (SSLU). Een Utrechtse bestuursrechter oordeelde onlangs ook al dat het college van B&W het recht had de milieuzone in te stellen.

Milieuzone

Vanaf 1 januari 2015 worden personen- en bestelauto’s die van voor 2001 zijn en rijden op diesel, erop gewezen dat ze het centrum van Utrecht niet meer in mogen. KNAC is het daar niet mee eens en stelt dat de combinatie van verkeersborden die het verbod aanduidt, verwarrend werkt. De rechter oordeelde echter dat een gemeente het recht heeft een plaatselijke combinatie van verkeers- en onderborden samen te stellen.

De SSLU op haar beurt vond de maatregelen niet verstrekkend genoeg en wilde daarom een streep door de milieuzone. De stichting vreest dat de effecten van de maatregel marginaal zijn aangezien een eerder voornemen om ook benzinauto’s in het verbod op te nemen, sneuvelde. Bovendien denkt de SSLU dat er juist meer vervuiling zal komen omdat de dieselauto’s nu moeten omrijden, en er daardoor extra knelpunten ontstaan.

De rechter oordeelde dat de gemeente Utrecht weliswaar een incompleet beeld had gegeven van de effectiviteit van de milieuzone na aanpassing van de plannen, maar dat de maatregel onderdeel is van een breder pakket aan maatregelen om de luchtkwaliteit in de Utrechtse binnenstad te verbeteren. Daardoor vond de rechtbank de bezwaren van de SSLU onvoldoende om een streep te zetten tegen de milieuzone.

De Raad van State volgt de argumentatie van de bestuursrechter op deze punten en stelt dat elke maatregel op zichzelf hoeft niet te leiden tot een “in absolute termen significant groot effect”, wanneer deze onderdeel zijn van een pakket aan maatregelen. Tegen het besluit is geen hoger beroep mogelijk.